Het duurde lang voor de zwarte huid kon schitteren in de film

Belichting

De belichting van acteurs met een donkere huidtint is in het digitale tijdperk geen probleem meer. Toen er nog op celluloid werd gedraaid was het ingewikkelder.

Sidney Poitier en Rod Steiger in In the Heat of the Night.

Kan technologie racistisch zijn? Toen Kodak zijn filmmateriaal en fotorolletjes ontwikkelde, gebeurde dit altijd met de witte mens als norm. Terwijl bekend is dat een blanke huid veel meer licht reflecteert dan een zwarte. Blanke huid reflecteert ongeveer 36 procent licht, een donkere huid minder dan 16 procent, afhankelijk van de kleurschakering.

Eind jaren vijftig ontving Kodak klachten over klassenfoto’s waarop een gemengde klas stond. De witte leerlingen stonden er prima op, van de leerlingen met een donkere huidtint zag je een soort zwarte vlek met daarin witte tanden en witte ogen. Elk detail was uit hun gezicht verdwenen. Kodak deed niets met deze klachten. Pas toen meubel- en chocoladefabrikanten klaagden dat hun producten niet goed op foto’s stonden – de verschillende houtsoorten waren nauwelijks onderscheidbaar en het verschil tussen pure en melkchocolade ging verloren – kwam het bedrijf in actie.

Een zwetende Sidney Poitier

Filmmateriaal, filmlampen, lichtmeters en camera’s werden lange tijd ontworpen met het witte gezicht als norm. Belichters en cameramensen die zwarte acteurs filmden, moesten dit corrigeren door meer licht of een langere belichtingstijd te gebruiken, filters op de lens te zetten en reflecterende vaseline op de donkere huid te smeren. Wanneer er tegelijkertijd zowel een witte als zwarte acteur in beeld is, ontstaan de grootste problemen. Selma-regisseur Ava DuVernay wees recentelijk nog op hoe het zwarte personage Chalky White onderbelicht werd in de tv-serie Boardwalk Empire: „Je moet niet automatisch de lichtere acteur belichten en de donkere in de schaduw laten. Ik stel niet belichte zwarte acteurs niet op prijs.”

Michael Kenneth Williams als Chalky White in Boardwalk Empire.

Dat gevoel leeft breed. Zo memoreerde Steve McQueen bij de première van 12 Years a Slave(2013) in Toronto: „Toen ik opgroeide zag ik een zwetende Sidney Poitier naast Rod Steiger in In the Heat of the Night, dat was natuurlijk omdat het heel heet is in het Zuiden van Amerika, waar het verhaal zich afspeelt. Maar Poitier zweette ook als een otter omdat bakken licht op hem gericht waren, omdat het filmmateriaal niet gevoelig genoeg was voor zwarte huidskleur.”

Cameraman Ernest Dickerson, die veel met Spike Lee werkte, formuleerde eind jaren tachtig oplossingen voor dit probleem: gebruik warmer licht, reflecterende make-up en een filmnegatief dat gevoeliger is voor verzadigde kleuren. Oplossingen die de inherente ‘racistische’ vooringenomenheid in de technologie neutraliseren. Een nieuwe generatie (zwarte) cameramensen maakt nog steeds gebruik van zijn tips en laat acteurs met een donkere huidskleur er prachtig uitzien. Zie bijvoorbeeld de HBO-serie Insecure, de film Moonlight en de Netflix-film Mudbound, die binnenkort te zien is.

Eigen make-up meebrengen

Alex Hibbert in Moonlight.

Gevraagd naar de belichting van acteurs met een donkere huidtint vertelt cameraman Guido van Gennep (Kleine IJstijd, Tonio) dat het „in het digitale tijdperk niet echt een probleem meer is. Toen er nog op celluloid werd gedraaid was het ingewikkelder. Tegenwoordig wordt er digitaal gefilmd en dan zie je gelijk terug wat je aan het doen bent. Als je je zorgen maakt, doe je camera- en lichttesten. Bovendien kun je in postproductie nog heel veel aanpassen.”

Van Gennep kent de verhalen over vroeger wel: „De Zuid-Afrikaanse acteur John Kani vertelde me eens tijdens opnamen dat bij A Dry White Season (1989) de cameraman ontslagen was omdat hij mensen met een donkere huidtint niet kon filmen.”

Van Gennep benadrukt dat een goede samenwerking tussen visagist en cameraman belangrijk is bij het filmen van acteurs met een donkere huid. Iets wat actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld (Kleine IJstijd, Sonny Boy, Wiplala) beaamt: „In de afgelopen twintig jaar is betere make-up op de markt gekomen. Daarvoor was het lastig om aan de juiste tint te komen, daarom namen we vroeger onze eigen make-up mee naar de set. Ook hadden visagistes er geen ervaring mee, omdat er simpelweg niet zo heel veel zwarte mensen op televisie te zien waren of in films speelden. Als de (glimmende) make-up niet goed wordt aangebracht, zijn de gevolgen groot. Dan zie je een soort grijs uitslaande waas. Make-up is sterk verbeterd maar ik merk wel dat ik er nog steeds goed op let.”

In 1991 adverteerde Kodak dat ook donkere huidtinten op hun filmstrips goed overkwamen

Het lijkt er dus op dat de zwarte huid vandaag de dag in al zijn verschillende kleurschakeringen goed belicht wordt, met dank aan digitale camera’s en verbeterde make-up. Nu nog meer rollen voor donkere mensen. Zeegelaar Breeveld: „Het gaat steeds beter, laten we niet al te negatief worden, maar er kunnen nog enorme stappen gemaakt worden. Kunst moet een afspiegeling zijn van de maatschappij.”

Van 1 t/m 5 november vindt in Amsterdam het Da Bounce Urban Film Festival plaats, met 25 films van zwarte makers en/of met zwarte acteurs/Afro-thema’s. Ook met fototentoonstelling Diversity in the Picture en een casting masterclass. Inl: dbuff.nl