Commentaar

Kritiek Amnesty op aparte afdelingen voor terroristen is terecht

Hun eerste week is nog niet voorbij of er ligt al een interessant dilemma voor de twee nieuwe bewindslieden van Justitie en Veiligheid. Zowel inhoudelijk als qua taakverdeling. Minister Ferdinand Grapperhaus (CDA )is onder meer belast met terrorismebestrijding. Minister Sander Dekker (VVD) is verantwoordelijk voor het gevangeniswezen en het sanctiebeleid.

En dan levert Amnesty International met het Amerikaanse Open Society Initiative een rapport af met vernietigende kritiek op de twee terroristenafdelingen (TA) van het gevangeniswezen, in Vught en Rotterdam. Die kritiek is niet nieuw – de manier waarop de staat sinds 2006 zonder onderscheid verdachten en veroordeelden van terroristische misdrijven bij elkaar opsluit, roept al jaren vragen onder deskundigen op. Over doelmatigheid, menselijkheid, rechtvaardigheid, over averechtse effecten en discriminatie; over naakt visiteren, zeer beperkte bezoekrechten, het effect van langdurig isoleren op cel, permanente observatie en het samenbrengen van de radicaalste moslims. Over mannen en vrouwen op één afdeling.

Wat Stammheim was voor de RAF en de Maze- gevangenis voor de IRA, zijn ‘Vught’ en ‘De Schie’ inmiddels voor Nederlandse moslimterroristen. In hun kring draagt Vught de bijnaam ‘de Leeuwenkooi’; het feit dat er alleen moslims verblijven wordt als onomstotelijk bewijs gezien voor het bestaan van politieke gevangenissen in het verderfelijke westen.

Eerdere onderzoeken kwalificeerden de TA’s als snelkookpan voor radicalisering, recidivebevorderaar en aanjager van vervreemding. Wie er als verdachte in voorarrest wordt opgesloten, krijgt een stigma als ‘terrorist’ dat er moeilijk nog afgaat. Dat elders in het gevangeniswezen een risico van rekrutering zou bestaan dat concentratie nodig zou maken, is nooit aangetoond. Maar wel dat opsluiting op deze afdeling zo belastend is dat het radicalisering bevordert en herintegratie in de samenleving moeilijker maakt.

Ook verdachten die geen veiligheidsrisico vormen, niet gewelddadig zijn of waren, komen vrijwel zonder uitzondering in dit strengste gevangenisregime terecht. Daarmee zijn terreurverdachten de enige verdachten wier persoonlijke omstandigheden niet bepalend zijn voor hun detentieregime. Het feit waarmee zij in verband zijn gebracht, bepaalt vrijwel automatisch plaatsing in een TA. Zo kwam er een vrouwelijke verdachte terecht, die ten slotte tot 7 dagen cel werd veroordeeld wegens het retweeten van één opruiende tweet. Inmiddels zijn officieren van justitie om deze reden (terecht) beducht geraakt verdachten terroristische misdrijven ten laste te leggen. Wat dus een schoolvoorbeeld van een pervers effect genoemd kan worden.

Amnesty en Open Society noemen dit regime in strijd met het internationale recht en vragen om vergaande aanpassingen. Bijvoorbeeld plaatsing alleen op basis van een individuele risico beoordeling. Geen verdachten en afgestraften op één afdeling. Gewoon menselijk contact toelaten; het beperken van eenzame opsluiting. Alleen nog beperkende of beveiligende maatregelen als de noodzaak individueel is aangetoond en ook proportioneel is.

Grapperhaus en Dekker kunnen hier samen goed werk doen, dat overigens deels al is ingezet door voorganger staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD). Het voorkomen van detentieschade door ‘differentiatie’ is immers een doodnormale doelstelling van het gevangeniswezen. En geen minister zal terrorisme willen bevorderen – wat hier desondanks dreigt. En al jaren.