De milieuplannen van Rutte III: een onvoldoende, in potlood geschreven

Regeerakkoord Het milieubeleid van Rutte III heeft de helft minder effect dan beoogd, blijkt uit doorrekeningen. Veel hangt af van de nadere uitwerking.

Erg hard wilde onderzoeker Pieter Boot, hoofd klimaat en energie van het PBL, niet oordelen. „Ik denk dat men in deze fase al concreter is dan het vorige kabinet in deze fase was.” Foto Kees van de Ven

Het was een mooie tabel in het regeerakkoord. De lijst zette de verschillende opties op een rij die de uitstoot van CO2 naar beneden moeten brengen, van recycling in de industrie tot minder methaanuitstoot van de landbouw. Bij elke maatregel stond aangegeven hoe groot de afname van de uitstoot van broeikasgassen zou zijn.

Bij het doorrekenen van het regeerakkoord op zijn milieudoelen kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tot een verrassende ontdekking: een aantal opties uit de tabel „zijn benoemd die elders in het regeerakkoord niet meer aan de orde komen”, schreef het PBL in zijn maandag verschenen rapport. Wat betreft die opties – zoals ‘zuinige banden’ in het verkeer – is het onduidelijk met welk beleid de reductie behaald moet worden.

Erg hard wilde onderzoeker Pieter Boot, hoofd klimaat en energie van het PBL, niet oordelen. „Ik denk dat men in deze fase al concreter is dan het vorige kabinet in deze fase was.”

Nog niet alles is uitgewerkt

Dat moet ook wel. Het einddoel, voorlopig 2030, komt snel dichterbij. En dat einddoel is hard: een reductie van 49 procent aan uitstoot van broeikassen ten opzichte van het ijkjaar 1990. Alleen door de uitstoot zo sterk te verminderen, blijft de temperatuurstijging op aarde onder de twee graden.

Juist omdat nog niet alles uitgewerkt is, moet het rapport van PBL vooral als een tussenstand worden gezien, schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maandag aan de Tweede Kamer. Een nieuwe Klimaatwet en een nieuw energieakkoord moeten voor een verdere uitwerking zorgen, aldus de bewindsman, „waaraan alle maatschappelijke partijen een forse bijdrage moeten leveren”.

Van een afgerond milieubeleid is dus nog lang geen sprake. „In het algemeen kun je stellen dat de maatregelen voor de elektriciteitssector precies uitgewerkt zijn, en maatregelen in landbouw, gebouwen en transport minder”, zei hoofd energie en klimaat Pieter Boot van het PBL maandag op de persconferentie in Den Haag.

Zo „streeft” het kabinet ernaar dat in 2030 alle nieuwe auto’s uitstootvrij zijn. Dat zou 3 tot 5 miljoen ton CO2-uitstoot kunnen schelen, maar dat vergt zo veel nieuw Europees en Nederlands beleid dat het PBL de maatregel niet wilde meenemen in zijn doorrekening.

Ook bij concreter beleid zal het kabinet met de nodige onzekerheden te maken hebben. Bij veel maatregelen is het sowieso heel lastig om te bepalen wat de effecten zijn, door allerhande internationale (prijs)ontwikkelingen.

CO2-opslag is duur

Kritisch is het PBL vooral over de afvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage, CCS). Dat is een van de belangrijkste pijlers onder de milieuvoornemens van Rutte III, maar uit de doorrekening blijkt dat de voordelen van grootschalige CO2-opslag onzeker zijn. De regeringspartijen willen toewerken naar opslag van 20 miljoen ton CO2, in 2030.

Uit de doorrekening blijkt echter dat dit zoveel geld kost, dat de subsidiepot voor duurzame energie (SDE+) er grotendeels aan opgaat. En die pot blijft 3,2 miljard euro groot. Gevolg is dat andere projecten, zoals nieuwe productie van duurzame energie, niet van de grond komen. „CCS leidt tot verdringing van hernieuwbare energieprojecten”, zei onderzoeker Robert Koelemeijer maandag op de persconferentie. Daar komt bij dat die CO2-opslag veel energie kost, en dat het niet bijdraagt aan de overgang naar duurzame energie of aan verdere energiebesparing.

De plannen voor CO2-opslag werden met veel kritiek ontvangen. Lees ook: CO2-opslag? Het kan een stuk slimmer

Kolencentrales: wat doen onze buurlanden?

Politiek minstens zo gevoelig is het besluit om de vijf kolencentrales in Nederland uiterlijk in 2030 te sluiten. Dat zorgt volgens het regeerakkoord voor een afname van 12 miljoen ton CO2 – het is de tweede grote hap uit de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen.

Het PBL houdt een fikse slag om de arm. Het berekende dat het effect van sluiting, gecombineerd met een minimumprijs voor CO2 die het nieuwe kabinet gaat invoeren, 8 tot 16 miljoen ton zal zijn.

De schatting is onzeker, omdat de reductie afhankelijk is van wat er op de Europese elektriciteitsmarkt gebeurt. Als de Nederlandse gascentrales de productie van kolencentrales overnemen, dan blijft de winst beperkt tot 8 miljoen ton. Maar nieuwe modellen die de hele Europese elektriciteitsmarkt meewegen, laten zien dat de werkelijkheid waarschijnlijk complexer is.

Als we alleen in Nederland kolencentrales sluiten en tegelijkertijd de CO2-prijs opschroeven, gaan we goedkope stroom uit buurlanden invoeren. Dat levert milieuwinst op voor Nederland. In buitenland geproduceerde stroom levert immers geen Nederlandse uitstoot op, maar van zo’n verschuiving profiteert het wereldklimaat weinig.

De grootste klimaatwinst wordt behaald als ook de buurlanden een minimumprijs voor CO2 gaan invoeren, blijkt uit de berekeningen. Dan neemt de uitstoot in Nederland flink af, en daalt de uitstoot ook elders in Europa. Het nadelige effect op de export van Nederlandse stroom is dan minder. „Het laat zien dat de wisselwerking met andere landen heel belangrijk is. Daar moet je echt rekening mee houden”, aldus Boot.

Zonnepanelen renderen minder

De particuliere consument zal vooral geraakt worden door een voorgestelde beperking van de zogeheten salderingsregeling. Die zorgt ervoor dat mensen met zonnepanelen op het dak betaald worden voor de elektriciteit die ze aan het net leveren. Die regeling wordt in 2020 ingekrompen. Gezien de dalende kosten voor zonnepanelen is er volgens Rutte III minder subsidie nodig.

Het PBL vreest dat de animo voor nieuwe zonnepanelen afneemt als de consument er minder aan overhoudt. Daarnaast vreest het Planbureau dat het kabinet het uitgespaarde geld niet voor duurzaamheid gaat inzetten: „dat is niet de huidige fiscale praktijk”. De rekening voor het milieu: 0,4 miljoen ton meer uitstoot.