Recensie

Een martiale Lucio Silla bij De Munt

Regisseur Tobias Kratzer maakt van Mozarts opera een klinkend uitroepteken bij het huidige #MeToo-debat. Zijn griezelregisters overtuigen minder, maar worden goed gemaakt door de uitstekende muzikale prestaties.

Mozarts Lucio Silla wordt niet bijster vaak uitgevoerd. Lang is de opera afgedaan als een prematuur jeugdwerk (Mozart was zestien toen hij het schreef), waarin virtuoze en vooral lange coloratuur-aria’s de handeling nogal in de weg zitten. Wat ook niet helpt, is de wonderlijke ontknoping. Nadat de wrede tiran Silla drie aktes lang het liefdesgeluk van de door hem begeerde Giunia en haar verloofde Cecilio heeft gedwarsboomd, toont hij in de slotminuten plotseling berouw. Eind goed al goed. Maar ook: gaap.

Van Rome naar nu

Ondanks de dramaturgische schoonheidsfoutjes ging de Duitse regisseur Tobias Kratzer (1980) voor zijn debuut bij De Munt op zoek naar de diepere lagen van de opera. Hij vond een onverkwikkelijke mix van wellust en machtsmisbruik die hij nadrukkelijk op de actualiteit betrekt.

Tijdens de ouverture maken filmbeelden van übermacho Poetin, pussy grabber Trump en beroeps-playboy Hefner meteen duidelijk waar Kratzer de mosterd voor zijn interpretatie vandaan haalt. Hij verruilt het oude Rome voor een ingenieus roterende luxe-villa, alwaar zijn Silla 2.0 de arme Giunia probeert te schaken met oesters en exquise bubbels om haar uiteindelijk bruut te verkrachten als zijn avances niet werken.

#MeToo

Toegegeven: Kratzer zit de actualiteit dicht op de huid. In zijn handen wordt Mozarts opera tot een muziektheatraal uitroepteken bij het huidige #MeToo-debat. Minder overtuigend zijn de griezelregisters die hij opentrekt. Een in zwart gekleed gothic-koor werkt lichtelijk op de lachspieren. Een spookachtige voorafschaduwing van Don Giovanni (de lijkbleek geschminkte raadsheer Aufidio) riekt naar een apologie: kijk eens hoe een vroege opera al vooruitwijst naar het ‘echte werk’.

Smeulende Lenneke Ruiten

Dat de productie toch overeind blijft, is te danken aan de over de gehele linie uitstekende zangprestaties. Lenneke Ruiten maakt de angst, walging en woede van Giunia indringend voelbaar met een smeulende toon en scherpe randjes in de hoogte. Mooi ook hoe ze haar coloraturen dramatisch functioneel maakt met een licht hysterisch staccato.

De Italiaanse sopraan Anna Bonitatibus (Cecilio) imponeert met haar expressieve voordracht, waarin ze sotto voce-nuances voor tedere liefdesverzuchtingen afwisselt met snijdende dissonanten waar nodig. De Britse tenor Jeremy Ovenden portretteert met een verbeten dictie een onderkoeld sadistische Silla, al klinkt hij met zijn slanke geluid maar zelden echt gevaarlijk.

Onder Antonello Manacorda (tevens chef van het Gelders Orkest) musiceert het Symfonieorkest van De Munt met lef: prominente pauken, ziedende strijkers, explosieve tremolo’s en puntige accenten. Misschien niet overal puntgaaf, maar toch een meeslepend martiale soundtrack bij Lucio Silla’s gewelddadige ondertonen.