Opinie

Dure advocaat moet ook pro deo werken

Ook commerciële advocaten moeten een paar keer per jaar mensen helpen die geen advocaat kunnen betalen, betoogt commercieel advocaat . „Zij zijn daartoe uitstekend in staat.”

Foto Roos Koole/ANP XTRA

Stelt u zich voor dat in een land de ene helft van de artsen werkt voor patiënten die daarvoor zelf (stevig) betalen. De andere helft wordt voor zijn werkzaamheden door de overheid betaald. De dokters in de tweede groep zijn, hoe hard ze ook werken, niet in staat een behoorlijk inkomen te genereren en zitten in sommige gevallen op bijstandsniveau. Zij zijn bovendien niet in staat hun specialisatie op peil te houden. De kwaliteit van de werkzaamheden van deze tweede groep is zorgwekkend slecht. Aan zo’n situatie zou in Nederland snel een einde komen. De slecht betaalde dokter zou een behoorlijk inkomen eisen en krijgen en de goed betaalde dokters zouden aanbieden een deel van het slecht betalende werk voor hun rekening te nemen.

De situatie in de Nederlandse advocatuur is, zo blijkt uit het onlangs gepubliceerde rapport van de commissie-Van der Meer, exact zoals hierboven beschreven. Merkwaardig genoeg gebeurt daar niets. Advocaten die uitsluitend werken op basis van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, hebben al te verstaan gekregen dat het budget niet verhoogd wordt.

Twintig jaar geleden bestond deze groep uit advocaten die bekwaam én idealistisch waren. Zij genoten een inkomen dat goed genoeg was om van te leven en een behoorlijk kantoor mee draaiende te houden. Nu aan die voorwaarden niet langer voldaan wordt, verdwijnen onvermijdelijk zelfs de grootste idealisten. Het zijn niet de best toegeruste advocaten die overblijven in het afvoerputje.

Een verhoging van het budget is niet nodig om dit verrotte stelsel erbovenop te helpen. Van een beroepsgroep met een monopolie mag enige maatschappelijke verantwoordelijkheid verlangd worden. De manier waarop daaraan nu invulling wordt gegeven – de ene helft doet alles, de andere helft doet niets – is ronduit onfatsoenlijk. De goed verdienende helft van de advocatuur steekt op dit moment geen poot uit voor mensen die niet in staat zijn een advocaat te betalen.

Dat was twintig jaar geleden al niet zo sympathiek, maar nog niet problematisch, omdat er toen kwalitatief goede door de overheid gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar was. Commerciële advocaten kwamen in die omstandigheden nog gemakkelijk weg met smoesjes om geen verantwoordelijkheid te nemen. Zij beweerden best bereid te zijn pro-deo-cliënten bij te staan, maar jammer genoeg zou het hun ontbreken aan de benodigde specialistische kennis. Dat is onzin. Wie dagelijks bedrijven adviseert over het ontslaan van personeel, is ook heel goed in staat een keer een individuele werknemer bij te staan. De advocaat die complexe overnameovereenkomsten opstelt, is uitstekend in staat een wurgcontract met een telecomprovider te analyseren. En als je een miljonair kunt scheiden, kun je ook de postbode scheiden.

Voeling met de maatschappij

Nu het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand niet langer voorziet in bekwame sociale advocaten die een redelijk salaris verdienen, zouden advocaten in het commerciële deel van het vakgebied hun verantwoordelijkheid moeten nemen en een aantal zaken per jaar pro deo moeten behandelen. Zij zijn daartoe uitstekend in staat.

Advocatenkantoren die zich richten op de zakelijke markt hebben kennelijk een sterke behoefte om maatschappelijk verantwoord te handelen. Zij doen op hun websites vreselijk hun best om te laten zien hoe ruimhartig zij invulling geven aan corporate social responsibility. Maar daar zijn helemaal geen onduidelijke projecten voor nodig. Behandel als advocaat vijf zaken per jaar pro deo. Niet op basis van overheidssubsidie, maar gratis. Schuif deze maatschappelijke dienstplicht niet af op de jongste stagiaire, maar blijf het zelf doen, juist als doorgewinterd advocaat. Dat heeft meteen tot gevolg dat je voeling houdt met de maatschappij en nog eens een rechtszaal vanbinnen ziet.

Niet ieder dossier kan op deze manier ergens worden ondergebracht. Voor zaken over bijvoorbeeld sociale zekerheid of asiel is zeer specialistische kennis vereist, die niet gevonden wordt bij advocaten die doorgaans bedrijven adviseren. Dergelijke zaken moeten vooral behandeld worden door advocaten die zich toeleggen op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand.

Wanneer de commerciële helft van de advocatuur zijn bijdrage levert, haalt dat voor de advocaten in de andere helft de druk van de ketel. Zij worden van hun werkzaamheden dan nog altijd niet rijk – en dat zal ook niet hun streven zijn – maar zij zijn dan wel weer in staat op een behoorlijke manier hun werk te doen.