Bescherming sporters bij controles schiet tekort

Doping

In de strijd tegen doping sneuvelt de privacy van topsporters, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van de Europese Commissie.

Oud-wielrenner Alberto Contador. Foto Nicolas Bouvy/EPA

Het was een onverwachte gast op een kinderfeestje: een dopingcontroleur. Vrienden en hun kinderen bakten pannenkoeken bij toenmalig olympisch roeier Sjoerd Hamburger thuis, toen onaangekondigd iemand van de dopingautoriteit voor de deur stond. Hamburger was kort daarvoor naar de wc geweest, dus de controleur moest wachten. De uren erna volgde de man Hamburger overal door het huis en uiteindelijk ook ín de wc – volgens protocol. „Je kunt je de ongemakkelijkheid voorstellen”, zegt Hamburger.

In de strijd tegen doping worden Europese sporters aan „zeer ingrijpende” lichaamsonderzoeken onderworpen. Ook worden veel privacygevoelige gegevens verzameld. Tegelijkertijd schiet de juridische bescherming van sporters tekort. Dat is de conclusie van Tilburg University, waar afgelopen jaar onderzoek werd gedaan naar de bescherming van privacy bij dopingcontroles. Het onderzoek vond plaats in opdracht van de Europese Commissie. Die vroeg de onderzoekers te bekijken wat er moet veranderen zodat de dopingcontroles voldoen aan de nieuwe privacyregels die vanaf mei 2018 in Europa gelden.

Drie keer niet thuis, dan onderzoek

In Nederland zitten 350 topsporters in een dopingtestpool. Zij moeten voor elke dag aangeven waar ze zullen zijn op een specifiek tijdstip voor onverwachte urine- of bloeddopingtesten, die door het hele jaar kunnen plaatsvinden. Vaak geven ze een vroeg ochtenduur door, zodat de kans klein is dat de controleur de sporter misloopt. Want blijft de voordeur drie keer gesloten, dan wordt de sporter onderzocht door een tuchtcommissie, met kans een jaar voor wedstrijden te worden geschorst. Daarbuiten kunnen controleurs alle sporters op hoog niveau – binnen en buiten de testpool – onverwacht controleren, tussen zes uur ’s ochtends en elf uur ’s avonds.

Het valt de Tilburgse onderzoekers op dat bloed- en urinemonsters van de sporters tien jaar en soms langer worden bewaard. Ook hoeven sporters volgens de onderzoekers niet op de hoogte te worden gebracht dat ze zijn onderworpen aan een onderzoek.

De regels zijn zo ingewikkeld dat zelfs experts er weinig van kunnen maken. De internationale dopingautoriteit WADA gaf ruim tweehonderd documenten uit met richtlijnen, modellen en aanbevelingen. Tegelijk is er volgens de onderzoekers te weinig informatie beschikbaar over de juridische mogelijkheden van sporters zich te verweren tegen beschuldigingen. „Sporters tekenen vaak contracten waarmee ze afstand doen van hun rechten”, zegt de Tilburgse onderzoeker Bart van der Sloot. „In een juridische strijd trekt de sporter meestal aan het kortste eind.”

Het doel en de middelen

De Nederlandse Dopingautoriteit nam in 2016 buiten wedstrijden om zo’n 1.300 urine- of bloedtesten af bij sporters. Het aantal sporters dat in een testpool zit, verschilt flink per land. Zo zijn het er in Polen minder dan honderd, maar zitten er in het Verenigd Koninkrijk 445 sporters in. Dat wordt deels verklaard doordat het Verenigd Koninkrijk beter presteert op topsportgebied.

„Iedereen wil een schone sport en is bereid daar veel voor te laten”, zegt Hamburger. Hij stopte in 2013 met professioneel roeien en is nu voorzitter van NL Sporter, een belangenvereniging voor sporters. „De vraag die we ons te weinig stellen is: ten koste van wát? Welk doeleinde heiligt welke middelen?”

Hamburger hoopt dat het rapport leidt tot een discussie over de privacy van topsporters. „De meeste sporters zijn niet met privacy bezig en concentreren zich op hun presteren. Maar we krijgen ook klachten over de grote impact van de onverwachte controles. Een logeerpartij na een romantische date moet je doorgeven, en voor jonge kinderen kan een onverwachte controleur in huis ook impact hebben.”