‘Aletta Jacobs zou de #MeToo-oprisping helemaal omarmen’

Het archief van feminist Aletta Jacobs (1854-1929) staat op de werelderfgoedlijst. Haar briefjes laten „haar lieve kant” zien, zegt biograaf Mineke Bosch.

Aletta Jacobs (1854 – 1929) was een onverbeterlijke koploper. De eerste vrouw die ging studeren. De eerste vrouw die daarna arts werd. Vrouwen uit haar praktijk konden als eerste experimenteren met het pessarium – het betrouwbaarste voorbehoedsmiddel tot de komst van de pil in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Jacobs was het boegbeeld van de eerste feministische golf die streed voor kiesrecht voor vrouwen, dat er in 1919 kwam. En nu is ze eerste Nederlandse feminist van wie het archief op de werelderfgoedlijst van Unesco Memory of the World staat. Niet de eerste Nederlandse vrouw: dat is Anne Frank.

Mineke Bosch bracht de afgelopen decennia waarschijnlijk het meeste tijd door met de nalatenschap van Aletta Jacobs. In 2005 publiceerde ze Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid, een biografie van Jacobs, maar ook voor andere onderzoeken spitte zij door de stapels brieven, foto’s en aantekeningen. Zij hielp Atria, het kenniscentrum voor emancipatie en vrouwengeschiedenis dat Jacobs’ archief onderhoudt, bij de aanvraag om op de werelderfgoedlijst te komen.

Waarom is zo’n benoeming tot ‘werelderfgoed’ belangrijk?

„De lijst bevat documentair erfgoed dat van uitzonderlijke betekenis is voor de wereld. Het archief van Aletta Jacobs is dus aangemerkt als een heel belangrijke collectie die inzicht geeft in de vrouwenbeweging en in het leven van een belangrijke vrouw en feminist. In de gewone geschiedschrijving lijkt het alsof emancipatie vanzelf gaat. Heel lang hebben historici bijvoorbeeld beweerd dat er in 1917 ‘algemeen kiesrecht’ is ingevoerd, terwijl vrouwen pas in 1919 mochten stemmen en daarvoor keihard hebben geknokt.”

Op 5 februari 1894 richtte een aantal vrouwen van verschillende godsdienstige en politieke richtingen de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Amsterdam op. In 1896 werd Aletta Jacobs voorzitter van de Vereeniging. In het begin had de Vereeniging grote moeite om nieuwe leden te werven. In de naaste omgeving oefenden echtgenoten, familie en vriendinnen vaak druk uit op vrouwen om geen lid te worden.

Welk archiefstuk is uw favoriet?

„De correspondentie die Aletta Jacobs had met sociaal hervormster Helena Mercier vind ik heel bijzonder. Ze woonden allebei in Amsterdam, maar waren bevriend en schreven elkaar kleine briefjes. Mercier had een volksgaarkeuken opgericht en Jacobs maakte soepjes die Mercier kon proeven om te serveren. Daar schreven ze over. Het stereotiep van Aletta Jacobs als een soort kenau is heel moeilijk te doorbreken, maar die briefjes doen dat wel. Ze laten haar zorgzame en lieve kant zien.”

Nadat er in 1920 een artikel over Aletta Jacobs en het belang van voorbehoedsmiddelen was verschenen in het Amerikaanse tijdschrift Pictoral Review, kreeg Jacobs tientallen brieven van mensen die meer over dit fenomeen wilden weten of er zelf behoefte aan hadden.

Machtsmisbruik

In haar boek heeft Mineke Bosch ook een kort verhaal opgenomen dat Aletta Jabos schreef waarin zij machtsmisbruik aankaart. „Ik denk dat Aletta Jacobs volledig zou instemmen met de #MeToo-oprisping – al kan ik natuurlijk niet voor haar spreken.”

Jacobs vond het belangrijk om te praten over de grenzen van zelfbeschikking, zegt Bosch. „Vrouwen werd heel vaak de schuld van verkrachting of overspel in de schoenen geschoven.”

In het archief zit bijvoorbeeld het handgeschreven fictieverhaal Eén uit velen, uit 1892, over een meisje dat als dienstbode in de stad werkt. De vrouw des huizes gaat uit logeren en de heer des huizes maakt avances.

Jacobs schreef dit verhaal alsof het gaat om een gebeurtenis in haar dagelijkse praktijk als huisarts: „Dokter, kunt u mij iets geven dat ik een beetje aansterk?’ Met deze vraag trad schoorvoetend een bleek holoogig vrouwtje binnen. (…) Het was alsof zij zich met één blik wilde overtuigen met wie zij te doen had, of dat zij vertrouwen kon op medegevoel, of dat zij zich moest voorbereiden op een verachtende veroordeling.”

De heer des huizes uit het verhaal van Jacobs omringde de dienstbode „met ongezochte attenties” (sinaasappelen bijvoorbeeld) en debiteerde telkens „een gezochte aardigheid”, waarbij hij haar soms zo vreemd aankeek dat Anna er een kleur van kreeg. Die avond deed zij voor het eerst de deur van haar kamertje op slot en schreef zij haar vader een opgewonden brief om haar daar weg te halen. Uiteindelijk raakt de dienstbode toch zwanger.

Geen passie en lustgevoelens

„De tekst die zij geschreven heeft is heel interessant en expliciet”, zegt Bosch. Dat geldt ook voor een boekje over het vrouwelijk lichaam (De vrouw. Haar bouw en haar inwendige organen) uit 1898 dat Jacobs een aantal jaar later schreef en waarin ook de clitoris en lustgevoelens aan bod komen. „Het negentiende-eeuwse idee was dat vrouwen geen passie en lustgevoelens hadden en dat mannen die gevoelens juist niet konden bedwingen en daarom naar een prostituee moesten kunnen. Aletta Jacobs stelde die dubbele moraal ter discussie.”

Het materiaal waarmee Aletta Jacobs haar plek op de werelderfgoedlijst veroverd heeft, is waarschijnlijk dat van haar internationale inzet. Jacobs streed ook in het buitenland voor vrouwenkiesrecht en deed uitgebreid verslag van de wereldreis die ze maakte. „Er is erg bijzonder beeldmateriaal van haar bezoek aan China en de Filipijnen in 1911 en 1912.”

Groepsportret gemaakt tijdens het zevende internationale congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, Boedapest, 1913.
V.l.n.r.zittend: Johanna Goudsmit-Goudsmit, Aletta Jacobs, Anna Howard Shaw, onbekend, Clara Mulder van de Graaf-de Bruyn. Staand achter Goudsmit-Goudsmit: Anna Polak. Staand rechts achter Jacobs: E.M (Elise) van Lier-Witz.

In totaal heeft Unesco 78 nieuwe bronnen aan de werelderfgoedlijst toegevoegd. Andere Nederlandse toevoegingen zijn het archief van Amsterdamse Notarissen, de Westerborkfilm, het archief van filosoof Ludwig Wittgenstein en verhalen uit Java.

Vrouwenkiesrechtdemonstratie voor grondwettelijke gelijkstelling ter lancering van de actie voor het petitionnement, gehouden op 15 februari 1914 te Amsterdam. V.l.n.r.: F.S. van Balen-Klaar (met bril en bontje), Martina G. Kramers, Aletta Jacobs, Jo van Buuren-Huijs, Clara Mulder van de Graaf-de Bruyn, Sophie Wichers.