Albumoverzicht: Wolf Alice probeert Britpop te verrijken

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere Weezer, Sam Smith en het Arditti Quartet.

  • ●●●●●

    Weezer: Pacific Daydream

    Weezer

    Rock: Rockfans zullen er nu ook aan moeten geloven: autotune rukt op in traditionelere genres dan de hiphop en r&b waarin de elektronische stemvervorming voor het eerst opgang maakte. Bij de Amerikaanse rockband Weezer is dat geen groot drama. Hun zonnige liedje ‘Feels Like Summer’ heeft een prettig kermisgevoel, met schaamteloos lalala-koor en een vette knipoog naar Simply Reds ‘Holding Back the Years’.

    De sfeer op Weezers elfde album Pacific Daydream is over de gehele linie wat meer poppy dan de indiepunkrock waarmee de groep van zanger en gitarist Rivers Cuomo bekend werd. ‘Beach Boys’ is een ode aan ouderwetse radiohits in een „hip hop world”. De seventiespop van Hall & Oates klinkt door in ‘Get Right’ en ‘Happy Hour’. Als gewoonlijk grossiert Cuomo in melodieën die zich met geniepige kleine weerhaakjes in het muziekgeheugen nestelen, met het stadionwaardige rockrefrein van ‘Weekend Woman’ als plat maar onweerstaanbaar hoogtepunt.

    Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Wolf Alice: Visions of a Life

    Wolf Alice

    Pop: De Britse band Wolf Alice probeert de gitaarrock naar het heden te duwen, zonder zich te verlaten op ondersteunende elektronica. Kan de traditie van melodieuze Britpop en felle gitaarliedjes worden verrijkt? De groep rond zangeres/gitariste Ellie Roswell zoekt het op de tweede plaat Visions of a Life in tempowisselingen, uitwijdingen en plotselinge vergezichten van galm, en in de vocalen. Dat leidt tot een oppeppend en sfeervol album.

    Roswell heeft een nogal dunne stem, maar dankzij de baaierd aan effecten die haar zang opsieren en het bijbehorende gitaargeluid wordt elk liedje een nieuwe stijloefening, niet modern maar afwisselend genoeg om te blijven sprankelen. Uitschieters zijn de langzame nummers, waarin een feeërieke klankrijkdom van glazige gitaarakkoorden en gedragen zangpartijen wordt aangeboord, zoals in ‘After The Zero Hour’.

    Wolf Alice treedt op: 3/11 Melkweg, Amsterdam.

    Hester Carvalho

  • ●●●●

    Wand: Plum

    Wand

    Rock: Men neme: een onstuimige psychedelische rockband die al drie platen flink tekeergaat. Voeg toe: een flinke portie persoonlijke ellende. Even laten sudderen… en ziedaar: een vierde album dat volkomen anders klinkt. Zo ging het met Wand. Het Californische garagebandje van Cory Hansen is van suizend ragtrio uitgegroeid tot bedeesd kwintet en trapt op Plum in plaats van op distortionpedalen abrupt op de rem.

    Hansens hart is op meerdere plekken gebroken (mislukte liefde, sterfgevallen, Trump) en de zanger-gitarist wil zijn ingenieuze, onherroepelijke oorwurmen niet langer laat overstemmen door brullende powerakkoorden. Daardoor staat Plum vol psychedelische droompop die onderhuids blijft smoren. In het honingzoete ‘The Trap’ komt zowaar een pedal steel guitar voorbij gegleden en klingelen er zelfs kerstklokjes. Dat is even schrikken, maar dat geeft niets. Want hoe rustig ook: Wand komt ermee weg.

    Frank Provoost

  • ●●●●●

    Arditti Quartet, Hans Abrahamsen: String Quartets No. 1-4

    Arditti Quartet, Hans Abrahamsen

    Klassiek: De Deense componist Hans Abrahamsen (1952) had in 2013 een megasucces met de liedcyclus Let me tell you voor Barbara Hannigan. Een jaar eerder schreef hij zijn Vierde strijkkwartet, een schitterend werk dat dezelfde esthetiek ademt: transparantie, concentratie, welluidendheid, ingetogen natuurlyriek. Het begint met heel ijl flageolettengefluister en schuifelt omlaag naar een groovende plukcello en aardse folk.

    Spektakel blijft uit, maar de schoonheid van Abrahamsens minigestes heeft een bezwerend effect. Het is het openingsstuk van de cd waarop het befaamde Arditti Quartet al Abrahamsens vier strijkkwartetten in omgekeerde volgorde heeft opgenomen. Dat biedt een interessant historisch perspectief, al heeft geen van de andere stukken dezelfde eigenheid en zeggingskracht als Nr. 4. Boeiende muziek is het wel: het Tweede strijkkwartet zit vol halfverteerde Beethoven- en Stravinsky-invloeden, en het Eerste strijkkwartet uit 1973 begint stekelig modernistisch maar mondt uit in een barokdansje.

    Joep Stapel

  • ●●●●

    Juju & Jordash: Sis-boom-bah!

    Juju & Jordash

    Dance: De Israëlische import-Amsterdammers Juju & Jordash waren ooit aanleiding voor het oprichten van platenlabel Dekmantel-label in 2009. Hun vijfde album zit net zo tjokvol funk en trippende geluiden als de live improvisaties met rekken vol analoge apparatuur waarmee het duo bekend werd. De muzikanten die een achtergrond hebben in jazz breken op Sis-boom-bah! met alle klassieke concepten rond (dansvloer)composities.

    Intro ‘Herkie’ leidt je een eigen universum in met tropische staalkleurige percussie. ‘Rah-rah’, met funky basimprovisaties en tribaal gezang verdicht die tropische mist. Het album daalt af richting diep en dubby met ‘Deadman’ en belandt uiteindelijk in een poel van vormvrije geluiden met gitaargetokkel (‘Paper Dolls’) en marimbageplonk (‘Hanging Pyramid’) waarin de beat volledig afwezig is. Daarna volgt een stroomversnelling van vloeiende synths tot ‘Attack the Crowd’, een van de weinige nummers dat eindigt met een drijvende beat. Het album, zo vrij als het is, heeft een perfecte, organische spanningsopbouw. Noem het jazz, noem het techno, of gewoon betoverend.

    Rolinde Hoorntje

  • ●●●●●

    Sam Smith: The Thrill of it All

    Sam Smith

    Pop: Sam Smith heeft zijn winnende team niet veranderd. De Britse zanger brak records met debuutalbum In the Lonely Hour (2014), en werkte voor het tweede album goeddeels met dezelfde muzikanten, in dezelfde stijl. Het ligt voor de hand om Smiths galmende uithalen met geprangd gemoed voor ‘soul’ aan te zien, maar vaak is zijn zang daarvoor te weinig subtiel.

    Toch omringt hij zich op The Thrill of it All, met de bekende soulkenmerken: het wiegende tempo, de gospelkoren en de gestileerde gitaaraccenten. Langzame blazers dragen zijn stem naar een klaaglijk hoogtepunt in ‘Midnight Train’. Soms zijn er mooie eigentijdse vondsten, zoals de schuifelende beats op de achtergrond, in ‘Say It First’. Sam Smith zucht en kermt, met veel volume. Door dat vocale vertoon schemert nu en dan een oprecht verlangen. Te vaak neigen de nummers naar aanstekerballades.

    Sam Smith treedt op: 5/5 Ziggo Dome.

    Hester Carvalho