Column

Wie wordt de baas: mens of machine?

Zap De scenario’s over de verbinding tussen technologie en de mens – via computers of rechtstreeks – buitelden over elkaar heen in Robo sapiens. Wie of wat heeft straks de controle? Wordt het voor de mens scheppen of geschapen worden?

Jelle Brandt Corstius en robot Robin in Robo sapiens (VPRO)

Zoals kinderen vroeger uit de boerenkool kwamen, zo komt Robin uit een doos. In de eerste aflevering van de zesdelige serie Robo sapiens pakt Jelle Brandt Corstius zijn robot uit. Hij kijkt het apparaat aan met een blik van liefdevolle verwondering, misschien dezelfde blik waarmee hij twee jaar geleden naar zijn toen pasgeboren dochter Mae keek. De robot zegt met grote ogen: „Please try to reboot me.” (Opmerkelijk verschil: een mensenkind vindt meestal dat zijn ouders moeten worden gereboot.)

Mae Brandt Corstius heeft ook een rol in het programma. De dochter van de presentator treedt fictief op als 85-jarige verteller in het jaar 2100, compleet met licht krakende stem: „Ik ben nu op de helft van mijn leven, als ik al besluit om dood te gaan.” In deze tijd, zien we hoe de tweejarige Mae reageert op de robot Robin in haar huis – wat overigens weinig opzienbarends oplevert. De scènes laten vooral zien hoe wij mensen naar zo’n robot kijken, met een groot verlangen om het ding menselijke eigenschappen toe te kennen. Brandt Corstius laat zijn Robin vrouwenkleren aanmeten.

De eerste aflevering, ‘Geboorte’, van Robo sapiens kijkt vooral naar de buitenkant. Brandt Corstius bezoekt plaatsen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van computers en kunstmatige intelligentie. We zien de garagedeur waarachter de eerste Apple-computer in elkaar werd gezet, de machine waarmee Alan Turing in de oorlog Duitse berichten decodeerde en in Ethiopië de beenderen van Lucy, de oudste mens.

In Addis Adeba wordt ook een mooi miniportret gemaakt van een jonge techneut die een ronde drone heeft gebouwd die een rol zou moeten spelen in een soort zwerkvolleybalwedstrijd voor drones. Het ding blijkt nog niet in staat de zwaartekracht te trotseren en klettert kapot. Dromen, dromen…

De geest van Hugo Brandt Corstius (1935-2014), de vader van de presentator, waart door Robo sapiens. Deze had zijn zoon altijd verteld dat hij een pionier op het gebied van computertaal was. In het computermuseum krijgt Jelle een programma te zien dat Hugo ooit schreef om computers te leren hoe je in het Nederlands woorden afbreekt. En er is een liefdevolle knipoog van de zoon naar de vader. Een stokoude chatrobot vraagt: „How long have you been crazy?” Jelle antwoordt: „Since I know my father.”

Bevatte de eerste aflevering van Robo sapiens vooral anekdotes, voor het denkwerk over kunstmatige intelligentie volgde zondagavond Tegenlicht. Daarin kwamen de futuroloog Kevin Kelly en de Israëlische historicus Yuval Noah Harari (auteur van de bestsellers Sapiens en Homo deus) uitgebreid aan het woord. De scenario’s over de verbinding tussen technologie en de mens – via computers of rechtstreeks – buitelden over elkaar heen. Wie of wat heeft straks de controle? Wordt het voor de mens scheppen of geschapen worden?

Harari voorziet grote ongelijkheid tussen een massa met amper economische waarde of politieke macht en een kleine groep die de controle heeft over de moeder-algoritmen waaraan we steeds meer beslissingen uitbesteden – áls er nog mensen zijn die die algoritmen de baas zijn.

Het drama van onze geschiedenis was altijd dat van onze beslissingen, zegt Harari. Kijk naar Hamlets ‘To be or not to be?’ Nemen we dat soort besluiten straks nog zelf of laten we die over aan technologie die meer over ons weet dan wij zelf kunnen bevatten? Harari: „En wat voor leven is dat dan?”

Het is, denk ik, het moment waarop wij grote ogen zullen opzetten en vragen: „Please try to reboot me.”