Waarom spelen we zo graag oorlogsgames?

Deze week verschijnt een nieuw deel van de populaire gameserie Call of Duty. Wat is de aantrekkingskracht van digitaal oorlogje spelen?

Kogels die overfluiten. Rookpluimen boven de duinen in de verte. Soldaten worden neergemaaid op het strand of springen brandend uit een ontploft landingsvaartuig. Het zijn scènes uit de trailer van Call of Duty: WWII, een videogame over de Tweede Wereldoorlog.

Call of Duty: WWII, dat op 3 november in de winkels ligt, is het veertiende deel in een sinds 2003 lopende, immens populaire serie van oorlogsgames. Call of Duty ging ongeveer even vaak over de toonbank als de platen van Madonna: meer dan 250 miljoen keer.

De Call of Duty-spellen plaatsen de speler in de huid van een soldaat. Je kijkt vanuit zijn ogen, door het vizier van zijn geweer, recht in de ogen van de vijand. Op die manier konden Call of Duty-spelers al deelnemen aan virtuele recreaties van de Vietnamoorlog, een oorlog in het Midden Oosten en, al eerder, de Tweede Wereldoorlog. Ze beleven een spelervaring die steeds realistischer wordt. De beelden zijn nog nauwelijks van echt te onderscheiden. De geweerschoten en explosies dreunen door de huiskamer.

De meeste mensen weten dat oorlog in het echt niet leuk of stoer is. En toch is virtuele soldaten doodschieten een van de best verkopende vormen van entertainment. Niet alleen in Call of Duty, maar bijvoorbeeld ook in de Eerste Wereldoorlog-game Battlefield 1, die vorig jaar de hitlijsten domineerde. Waarom dompelen we ons zo graag onder in al dat oorlogsgeweld?

De tekst gaat verder onder de video:

Competitie

Games zijn zeker niet het eerste medium dat oorlog inzet als vermaak, schrijft Chris Ferguson, hoogleraar psychologie aan de Stetson University in Florida, in een email. Neem de Ilias van Homerus, het tapijt van Bayeux, of Saving Private Ryan: culturele uitingen waar meer dan 3.000 jaar tussen zit, maar die allemaal oorlog als voornaamste ingrediënt hebben.

Mensen hebben bovendien altijd een fascinatie gehad voor het naspelen van oorlog, zegt Stephanie de Smale. Zij onderzoekt aan de Universiteit van Utrecht de relatie tussen oorlog en games. „Denk aan oorlogje spelen toen je kind was. Of aan re-enactments, waarbij mensen in uniformen historische veldslagen naspelen.” Oorlogsgames passen in dezelfde categorie.

Een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van oorlogsgames is het competitie-element. Naast de verhaalmodus hebben grote oorlogsgames als Call of Duty en Battlefield steevast een online spelstand, de multiplayer. In dat speltype nemen gamers uit de hele wereld het in wedstrijdvorm tegen elkaar op. Wie de meeste ‘kills’ (of ‘frags’) maakt of punten scoort, wint. Het is een mechanisme dat ons ten diepste aanspreekt, zegt Tilo Hartmann, gameonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Een dier dat veel speelt met anderen heeft een evolutionair voordeel, want het is beter voorbereid op situaties in het echte leven.”

Maar oorlogsgames zijn natuurlijk niet de enige plek waar we onze speldrang kunnen uitleven. We voetballen, we schaken, enzovoorts. Ook op gamegebied is er voor competitieve types voldoende keus, zoals het fantasyvechtspel League of Legends of de Fifavoetbalgames. Desondanks komen die titels qua verkoopaantallen niet in de buurt van Call of Duty. Wat bieden oorlogsgames wel, en andere spellen niet?

Morele onthechting

Volgens hoogleraar psychologie Ferguson spreken thema’s als goed-versus-kwaad, vaderlandsliefde en heroïek ons aan in oorlogsverhalen. „Als we ons inleven in de personages, kunnen we onszelf ook een beetje de held voelen.”

En uiteraard speelt geweld een rol. Oorlogsgames herinneren ons aan de donkere kant van de menselijke aard, zegt Ferguson. „De mens is een agressieve soort. En hoewel de meesten van ons zelf geen geweld willen ervaren, zoeken we toch naar veilige plekken waar we met dat aspect van onszelf in contact kunnen komen.”

Het is niet zo dat gamers gewetenloos om zich heen willen schieten, toonden Hartmann en twee collega’s aan. In hun experiment moest een groep proefpersonen als VN-soldaat een martelkamp bevrijden. Een andere groep speelde juist de boosaardige paramilitairen die het kamp verdedigden. Wat bleek: de proefpersonen die als bad guy VN’ers moesten doden, voelden zich achteraf een stuk schuldiger dan de gamers van de andere partij.

Alleen als ze dat schuldgevoel weten uit te bannen, kunnen oorlogsgames een verkoopsucces worden. Spelontwikkelaars zoeken daarom manieren om het geweld te legitimeren, legt Hartmann uit. Cruciaal daarbij is het psychologische begrip ‘morele onthechting’, oftewel het goedpraten van gedrag waarvan je weet dat het eigenlijk niet acceptabel is.

De meeste oorlogsgames spelen volop in op morele onthechting. „Je vecht voor de goede zaak”, zegt Hartmann. „Tegen ‘monsters’ of een stereotype groep slechteriken, zoals nazi’s. Voor de game begint, zie je in een filmpje wat voor vreselijks ze hebben gedaan.”

Oorlogsgames herinneren ons aan de donkere kant van de menselijke aard

Versimpeling

Om schuldgevoelens verder tegen te gaan, tonen oorlogsgames bewust niet alle gruwelijkheden van oorlogen. Kogels en granaten veroorzaken geen groteske verwondingen. Vijanden die worden neergeschoten zijn meteen dood, je ziet ze niet jammerend creperen. „Grote titels als Call of Duty zijn een versimpeling van oorlog”, zegt gameonderzoeker De Smale. „Je ziet het spectaculaire ervan. Geen posttraumatische stress, burgerdoden of seksueel geweld.”

Er zijn uitzonderingen. Eentje zelfs in kaskraker Battlefield 1. De openingsscène, op een chaotisch slagveld in 1918, is expres zo ontworpen dat je hoe dan ook doodgaat. Dan verschijnen de naam en sterfdatum van je soldaat in beeld, als herinnering aan de miljoenen soldaten die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Een ander voorbeeld is het onbekendere Spec Ops: The Line uit 2012, dat de speler brandbommen laat afwerpen en hem vervolgens confronteert met gruwelijke beelden, als blijkt dat de explosieven per ongeluk burgers hebben getroffen.

Lees ook de recensie van Call of Duty: WW2: Alwéér de stranden van Normandië

De meerderheid van de oorlogsgames gaat echter niet over ingewikkelde morele conflicten. Zij bieden gewoon een spannende oorlogservaring met een verhaal vol heroïek, historische details en spektakel. Want, weten de ontwikkelaars net zo goed als onderzoekers Ferguson en De Smale: dat vinden de spelers leuk. Ze kunnen zich een held wanen en worden instinctief aangetrokken door een spel dat draait om leven en dood. Uiteindelijk gaat het om overleven, zegt gameonderzoeker Hartmann. „Door oorlogsgames te spelen, krijg je het idee dat je bepaalde vaardigheden beheerst. Vaardigheden waarmee je kunt standhouden in een omgeving van oorlog en geweld.”

    • Vincent Sondermeijer