Recensie

Verelsts absurdisme blijft hangen in lekker gek doen

Pieter Verelst heeft veel bravoure en doet af en toe denken aan een jonge Hans Teeuwen. Maar een reeks gekke imitaties is nu niet werkelijk ontregelend meer.

Pieter Verelst, de jongste vertegenwoordiger van het Vlaamse absurdisme, won vorig jaar het festival Cameretten met een komisch relaas over zijn jeugd in de ‘Anale Driehoek’, een verlaten streek in België tussen de plaatsjes Reet, Aarstelaar en Kontich. Hij heeft dat half uurtje inmiddels uitgebouwd tot de avondvullende voorstelling Mijn broer en ik, waarin opnieuw zijn jeugd en de haat-liefdeverhouding met zijn broer centraal staat.

Verelst heeft veel bravoure en doet af en toe denken aan een jonge Hans Teeuwen. Hij maakt harde overgangen, rent en springt over het toneel en klimt zelfs over de tribune. Het is duidelijk dat Verelst wil ontregelen: hij laat fictie en werkelijkheid door elkaar lopen, put zich uit in rare terzijdes over de darmen van een walvis en speelt didgeridoo op een stofzuiger.

Helaas mist Verelsts materiaal originaliteit en diepgang. Vijfentwintig jaar na het debuut van Hans Teeuwen is een reeks gekke imitaties bijvoorbeeld niet werkelijk ontregelend meer. Hoewel Verelst, opgeleid aan de Utrechtse toneelschool, een goed acteur is, blijft zijn personage oppervlakkig. Hij weet de tragiek van dit personage nergens echt invoelbaar te maken.

Jammer, want met zijn verhaal over een eenzaam jongetje dat vlucht in zijn fantasie lijkt Verelst wel te hebben geprobeerd een diepere, emotionele laag in zijn voorstelling aan te brengen. Door het gebrek aan diepgang blijft Verelsts absurdisme hangen in lekker gek doen. Zodra de emotie of serieuze ondertoon even voelbaar wordt, wordt die direct gesmoord in een overdaad aan flauwe grappen of gekke beweginkjes.

Dit betekent niet dat Verelst geen toekomst heeft in de cabaretwereld. Over jonge schrijvers wordt wel gezegd dat ze in hun eerste boek vaak moeten afrekenen met hun jeugd en pas daarna een meer eigenzinnig perspectief op de wereld ontwikkelen. Hopelijk geldt dit ook voor Verelst en weet hij zijn talent en bravoure als speler in de toekomst te combineren met meer noodzaak en diepgang in zijn materiaal.