Column

Vakbonden, woede op de werkvloer en dan?

De mobilisatie van onvrede via sociale media – à la PO in actie – is voor vakbonden een serieus risico.

De woede was hetzelfde, maar de schreeuw om actie klonk via een nieuw medium. Op 18 november 1988 zette verpleegkundige Gaby Breuer een advertentie in de Volkskrant. Zo’n kleintje. Een zogeheten mini. „Agenten verdienen weinig, verpleegkundigen nog minder. De tijd is rijp voor actie.”

Haar woede zat in de lage en achterblijvende beloning, tekort aan waardering én de hoge werkdruk. De verpleegkundigen brachten in een flits 6.000 mensen op de been en voerden volop actie. De witte woede. Zij noemden zich Verpleegkundigen en Verzorgenden In Opstand, VVIO. Zij dwongen de ‘reguliere’ vakbonden tot hogere looneisen. Ze heten nu, na een fusie, NU 91 met ruim 30.000 leden.

Herkenbaar? De uit het bijna niets geformeerde lerarengroep PO in actie komt voort uit vergelijkbare frustraties. Werkdruk. Beloningskloof. Uitholling van het vak. PO in actie bracht eerder deze maand 60.000 stakers op de been voor extra geld in het regeerakkoord. Vervolgacties dreigen.

Het verschil met de verpleegkundigen in opstand in 1988? De basis van PO in actie is niet een mini-advertentie, maar Facebook. Verder zijn de vergelijkingen over de opgekropte onvrede tussen toen en nu frappant. Leerzaam voor bestuurders in de vakbeweging, voor werkgevers en voor de nieuwe ministers natuurlijk, die er straks ook mee te maken krijgen.

De reguliere vakbonden lopen, dankzij de gemakkelijke mobilisatie van onvrede via sociale media, een serieus risico gepasseerd te worden door ‘ongeorganiseerden’ die passie aan actie weten te koppelen. Die niet georganiseerde werknemers zijn veruit in de meerderheid.

Vorige week rapporteerde het CBS dat het aantal vakbondsleden opnieuw was gedaald in de twaalf maanden tot 31 maart 2017. Vakcentrale FNV (1.060.200 leden): min 17.900. CNV (262.400 leden): min 19.800.

Voor actievoerders zijn bondsbestuurders geroutineerde vergadertijgers, die uit eigen beweging al loonmatiging voorstellen. En dan: verrassing… Opstand. Actie.

Voor de vakbeweging zijn deze ‘nieuwe’ vormen van protest bedreigend. Al zijn ze, zie de verpleegkundigen in 1988, niet zo nieuw als het wel lijkt omdat het nu, heel modern, op Facebook staat.

Evenals hun voorgangers in de verpleging in 1988 zien de actievoerders van PO in actie de reguliere bonden als onderdeel van de ‘machtsstructuur’. Eerder tegenstander dan medestander. De bonden als geroutineerde vergadertijgers die uit eigen beweging al loonmatiging voorstellen, ingekapseld in het poldermodel.

En dan: verrassing… Opstand. Actie. De lerarengroep PO in actie is, net als de verpleegkundigen in 1988, een ontwrichter, een disruptor, zoals dat tegenwoordig heet. Een nieuwkomer die de bestaande orde ondergraaft of wegvaagt. Denk Uber. Amazon. EasyJet.

De ontwrichters confronteren de vakbonden met pijnlijke vragen. Weten de bonden wel hoe mensen op de werkvloer er écht over denken? Of horen de kaderleden van de bonden, die de ogen en de oren op de werkvloer moeten zijn, de geluiden wel, maar negeren zij dat? Omdat er in de top van de bond toch geen gehoor voor is? Of omdat zij denken dat eventuele onvrede niet meer is dan een plaatselijke oprisping, die niet een voorbeeld is van bredere onvrede? Of dat overleg, met werkgevers en ministers, boven actiedreiging gaat?

Vooralsnog zijn de ontwrichters, zoals PO in actie, en de bonden tot elkaar veroordeeld. Actiegroepen agenderen wel succesvol relevante onderwerpen, maar zij missen de organisatie, de rol in sociaal overleg én het geld om bijvoorbeeld een staking uit te roepen. De like op Facebook kan tot nu toe niet zonder het lid van de vakbond. En andersom.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.