OM eist twee keer 20 jaar voor Decembermoorden

Boerenveen zou nauw betrokken zijn bij het voorbereiden en uitvoeren van de Decembermoorden. Gorré zou verantwoordelijk zijn voor de gang van zaken rond de moorden.

Auditeur-militair Roy Elgin, aanklager in het decembermoordenproces. Foto Pieter van Maele/ANP

Het Openbaar Ministerie in Suriname eist 20 jaar cel tegen voormalig bataljonscommandant Etienne Boerenveen en voormalig legerleider Arthy Gorré voor hun rol in de Decembermoorden. Dat meldt het ANP. Aanklager Roy Elgin maakte die eis maandag in Paramaribo bekend.

In december 1982 werden vijftien tegenstanders van het militaire regime van de toenmalige bevelhebber en huidige president Desiré Delano Bouterse geëxecuteerd in Fort Zeelandia. De aanklager benadrukte tijdens de zitting dat het vermoorden van politieke tegenstanders in een uitgewerkt plan en draaiboek was vastgelegd.

Volgens de aanklager blijkt uit getuigenverhoren dat Boerenveen nauw betrokken was bij het voorbereiden en uitvoeren van de moorden. Gorré zou verantwoordelijk zijn geweest voor de gang van zaken op 7, 8 en 9 december. Toen brachten militairen de opgepakte tegenstanders van het regime naar Fort Zeelandia. Gorré beweert dat hij een groot deel van de tijd niet aanwezig was in Fort Zeelandia, maar getuigen weerspreken dat.

Drugsdelicten Miami

Het is niet de eerste keer dat Boerenveen terechtstaat. In 1986 werd de tweede man van het Surinaamse leger bij een Amerikaanse undercoveroperatie in Miami gearresteerd en voor drugsdelicten veroordeeld. Hij kreeg twaalf jaar celstraf en kwam in 1991 vervroegd vrij wegens goed gedrag. Ook het Nederlandse Openbaar Ministerie verdacht hem van drugshandel, maar door gebrek aan bewijs werd die zaak in 1997 geseponeerd.

Start proces

De strafzaak rondom de Decembermoorden startte in 2007, maar werd geschorst in 2012 toen het Surinaamse parlement een amnestiewet aannam. Door die wet zouden hoofdverdachte Bouterse en 25 andere verdachten niet berecht worden.

Nabestaanden van slachtoffers dienden een verzoek in om alsnog vervolging te starten en eind 2015 gaf het Surinaamse Hof van Justitie het OM de opdracht dat te doen. Halverwege 2016 beriep Bouterse zich op grondwetsartikel 148 - een artikel waarin staat dat de president opdracht kan geven de vervolging te staken als de staatsveiligheid in het geding komt. De Krijgsraad trok zich daar niets van aan. De opdracht tot het stoppen van de vervolging was volgens de voorzitter gericht aan het OM en niet aan de raad.

Het OM ging vervolgens in beroep bij het Surinaamse Hof van Justitie tegen het besluit van de Krijgsraad om door te gaan. Het hof verklaarde dat hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat hiervoor geen wettelijke basis was.

In juni werd twintig jaar cel geëist tegen de belangrijkste verdachte in het Decembermoordenproces Desi Bouterse.