Nederlandse Rode Kruis schoot ernstig tekort in WO II

Onderzoek

Onderzoek van NIOD-onderzoeker Regina Grüter laat zien dat de hulporganisatie „heeft gefaald bij de uitvoering van zijn humanitaire missie”.

Medewerkers van het Rode Kruis maken pakketten klaar voor Nederlandse krijgsgevangen die in 1942 en 1943 naar Duitse kampen waren gevoerd. Archief Nederlandse Rode Kruis.

Het Nederlandse Rode Kruis heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog anti-Joodse maatregelen genomen en is ernstig tekort geschoten bij hulp aan de vervolgde joden in Nederland. Ook Nederlandse politieke gevangenen in kampen buiten Nederland bleven over het algemeen verstoken van hulp. Dit zijn de belangrijkste conclusies van NIOD-onderzoeker dr. Regina Grüter uit het vandaag verschenen onderzoek Kwesties van Leven en Dood – over de rol van de hulporganisatie in de Tweede Wereldoorlog dat in opdracht van het Rode Kruis is gedaan.

„Een harde conclusie die we moeten trekken”, schrijft Grüter, „is dat het bestuur heeft gefaald bij de uitvoering van zijn humanitaire missie ten opzichte van groepen die zijn hulp het hardste nodig hadden. Het NRK (Nederlandse Rode Kruis) is niet opgekomen voor de meest bedreigde bevolkingsgroep in bezet Nederland, de Joden.”

Lees ook het interview met onderzoeker Regina Grüter: ‘Rode Kruis kwam niet op voor meest bedreigden: Joden’

Anti-joodse maatregelen

Het Nederlandse Rode Kruis boog al vanaf het begin mee met de Duitse bezetter, bijvoorbeeld door het nemen van anti-Joodse maatregelen. Zo repatrieerde het al in 1940 gevluchte Nederlanders, mits die verklaarden niet-Joods te zijn. Het werkte in 1941 mee aan het verwijderen van joodse donoren van een bloedtransfusiedienst. In datzelfde jaar moesten ook Joodse medewerkers het Rode Kruis verlaten.

De bevindingen van Grüter bevestigen de uitkomsten van eerdere onderzoeken die enkele jaren na de oorlog werden ingesteld. Grüter concludeert dat de verschillende geledingen van het bestuur in Den Haag, het London Committee of the Netherland Red Cross en de regering in Londen weinig tot niets hebben gedaan voor vervolgde Joden en politieke gevangenen in het buitenland. Hierdoor heeft het Rode Kruis onder meer bij Joodse overlevenden van de oorlog al jaren een slechte reputatie.

Ook in andere opzichten verzette het bestuur van het Nederlandse Rode Kruis zich niet tegen de bezetter. Zo werkte het Rode Kruis mee aan het oprichting van een Zeereddingsdienst voor de Duitse krijgsmacht, steunde het een medische oostfrontmissie met geld en goederen en ging het akkoord met een reorganisatie.

Voedselpakketten

Veel lokale afdelingen van het Rode Kruis en de vrijwilligers daarin hebben volgens Grüter niettemin „ongelofelijk” veel hulp geboden, onder mee bij evacuaties en na bombardementen. Veel lof krijgt ook jonkheer Carel Flugi van Aspermont, die zich „onvermoeibaar inzette om vanuit Zwitserland voedselpakketten naar politieke gevangenen en gedeporteerde Joden te sturen”. Flugi werkte in Zwitserland als agent de liaison voor het Nederlandse Rode Kruis. Hij heeft zich volgens Grüter onderscheiden door op alle mogelijke manieren voedselpakketten te willen sturen. Helaas kwam het daar in de meeste gevallen niet van, door gebrek aan medewerking van het London Committee of the Netherland Red Cross en de Nederlandse regering in Londen.