Column

Meelezen in de apps van je kind

Kinderen moeten beschermd worden tegen Google, Facebook en nieuwsgierige ouders.

Hoe lang mogen ouders meegluren in de telefoons van hun kinderen? Die vraag wierp het Safer Internet Center (SIC) afgelopen week op. In een brief aan de Tweede Kamer stelt de organisatie dat een Europese wet de ‘online privacy van de Nederlandse jeugd bedreigt’.

De officiële leeftijdsgrens voor Facebook en WhatsApp is dertien jaar, maar vanaf mei 2018 gelden Europese regels: dan mag je onder de zestien jaar alleen met goedkeuring van je ouders online. Dat geldt ook voor apps, websites en You- Tube-accounts.

De nieuwe regels zijn bedoeld om jonge kinderen uit de tentakels van datahongerige diensten als Google en Facebook te houden. Maar ze moeten ook beschermd worden tegen al te nieuwsgierige ouders.

Wereld ontdekken

Het SIC vindt dat Nederland die minimumleeftijd voor webdiensten op dertien jaar moet houden – het staat EU-landen vrij om daar een eigen keuze in te maken. De reden: kinderen moeten, in de jaren dat ze de wereld, zichzelf en hun eigen seksualiteit ontdekken, niet continu in de gaten gehouden worden door pa en/of ma.

Ik kijk naar mijn eigen dochter, acht jaar oud. Straks ruilt ze haar kleurplaten en de Donald Duck in voor een telefoon om te snapchatten en whatsappen. Ze spaart al voor haar eigen iPhone, maar met vijftig cent zakgeld per week tikt dat niet echt aan. Daarom moet Sinterklaas met cash over de brug komen, vertelt ze me met een opvallend indringende blik.

Het appen begint in groep zeven of acht van de basisschool. „Dan is het nog redelijk overzichtelijk: iedereen in dezelfde klas, dezelfde meester of juf”, zegt Marjolijn Bonthuis van ECP, het platform voor de informatiesamenleving. Ik bel haar omdat ze die brief aan de Tweede Kamer ondertekende. „In de brugklas explodeert het smartphonegebruik”, zegt ze. Dat is het moment om er als ouder bovenop te zitten. Maar na een jaar weet je kind al heel goed zelf wat de risico’s zijn, aldus Bonthuis: „Ze leren sneller dan wij.”

Kinderen moeten beschermd worden tegen Google, Facebook en nieuwsgierige ouders

Omzeilen

Die ouderlijke toestemming is moeilijk te controleren en makkelijk te omzeilen. Ongetwijfeld zullen ouders vaak zonder nadenken ‘OK’ zeggen; je doet maar.

Zo laks zou je niet moeten zijn. Om me heen hoor ik dat veel mensen meelezen in de apps van hun jonge kinderen – liefst samen – om in te grijpen als er gepest wordt of zich een enge man in de online bosjes aandient. De telefoon is ook een handig middel om te weten waar je kind uithangt en waar het mee bezig is. „Je kunt de privacy van je kinderen niet genoeg schenden”, hoorde ik ooit een moeder zeggen.

Hoe lang moet je dat blijven doen? Het is alsof je in iemands dagboek meeleest. Natuurlijk wil ik mijn dochter beschermen tegen alle kwaad, maar ik wil haar ook leren zelf gevaren te herkennen zonder ouderlijke drone in de buurt.

Ik ben blij dat ik opgroeide in een wereld zonder camera’s in elke broekzak, zonder sociaal netwerk dat elke misstap vastlegt. Mijn ouders wisten niks van wat ik met mijn vrienden besprak en uitspookte, totdat de politie me thuis bracht. Ik kreeg ruimte om fouten te begaan, zodat ik er wijzer van werd. Diezelfde ruimte wil ik mijn dochter geven, ook in haar digitale leven, ook in de wereld van nu.

Dat is een kwestie van loslaten, langzaam maar zeker.