Column

Kun je je herinneren ‘hoe het echt was’?

Ze wil heel graag weten hoe het was, in Rusland in de jaren dertig en veertig, toen haar moeder een meisje was. Dus ondervraagt Aliona van der Horst in haar prachtige documentaire Liefde is aardappelen haar Russische familieleden als ze hen opzoekt in het oude familiehuis bij Moskou. Er was hongersnood, dat weet ze, haar moeder heeft erover geschreven in brieven en dagboeken. Maar de enige nog aanspreekbare zus van haar moeder weigert dat toe te geven. „Als ik het me niet herinner, dan is het ook niet zo”, zegt ze. Bedoelt ze: jij spreekt de waarheid niet? Of bedoelt ze: ik wil niet geloven dat dat gebeurd is?

De film gaat voor een niet onbelangrijk deel over die onwil of dat onvermogen om zich dingen te herinneren. Deze tante Lisa ontkent dat er iets is voorgevallen buiten het normale: „Jij maakt van een mug een olifant”, zegt ze tegen Van der Horst. „Er vliegt een mug over, zo klein, ik zie hem niet eens. Maar jij ziet een olifant overvliegen!”

Je zou dolgraag hebben willen zien wat er gebeurd zou zijn als tante Lisa met Aliona’s moeder had kunnen praten, maar die is niet meer tot spreken in staat en sterft in de periode dat Van der Horst aan de film werkt. De enige andere nog levende zus (ze waren met z’n vijven) wil niet met nicht Aliona praten omdat die in het buitenland is opgegroeid: „Met een volle buik begrijp je een hongerlijder niet.” Die zus herinnert zich dus wel degelijk honger.

Tante Lisa lijkt wel een personage uit de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind – haar geheugen is op dit punt gewist. Hoewel niet helemaal: geconfronteerd met een bandje waarop haar moeder vertelt over de hongersnood, ontkent ze niet langer, maar bagatelliseert ze de zaken. Ja, er ging een kindje dood, maar ja, dat was zo, je begroef het en klaar. En het graan was nodig voor het leger dat Rusland tegen de nazi’s moest verdedigen, het was een zinvolle opoffering, en ach, het wás eigenlijk helemaal geen opoffering. Muggen!

Van der Horsts verstandige nicht Tanja waarschuwt haar dat ze met terugwerkende kracht het leven van haar tante zinloos kan maken met haar verhalen over Stalin. In plaats van onbelangrijk lijden dat trouwens ergens goed voor was, is de familie dan ineens het slachtoffer geweest van willekeur en zinloze wreedheid.

Zo gaat dat met herinneringen. Ze worden vervormd en zelfs gevormd door wat later gebeurt. Iedereen maakt mee dat mensen zich, nu ze gelovig zijn geworden, of moeder, of gescheiden zijn, ineens allerlei dingen herinneren die wel tot dit resultaat moesten leiden, voorvallen en vroege inzichten waarover je ze eerder nooit gehoord hebt. Het is zoals Marten Toonder schreef, dat „iets wat in de jeugd gebeurd is, dikwijls het gevolg is van een voorval op latere leeftijd”. Douwe Draaisma citeert het met instemming in zijn boek Als mijn geheugen me niet bedriegt.

Allemaal kennen we dat verschijnsel. We noemen het inzicht. Omdat je nu pas ziet hoe belangrijk iets in je jeugd is geweest – nooit bij stilgestaan. Of andersom natuurlijk. Zo kan de een vertellen over zijn prettige jeugd en leuke vader, terwijl een ander kind uit hetzelfde gezin zich onredelijkheid en dictatuur herinnert. ‘Hoe het echt was’ is vaak onachterhaalbaar, en ook als dat niet zo is, is de vraag of dat voor wie het heeft meegemaakt belangrijker is dan hoe hij of zij het zich herinnert. De waarheid kan heel persoonlijke gedaantes aannemen.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.