Opinie

Het kabinet doet te luchtig over ‘open science’

Zolang wetenschappelijke carrières afhangen van publiceren in een gevestigd tijdschrift, maakt het systeem van ‘open science’ dat het kabinet propageert weinig kans, betoogt hoogleraar Jim Reekers.

Foto iStock

Het kabinet-Rutte III wil dat wetenschappelijke publicaties voortaan gratis toegankelijk zijn en niet uitsluitend via dure tijdschriftabonnementen. „‘Open science’ en ‘open access’ worden de norm in wetenschappelijk onderzoek”, aldus een los zinnetje in het regeerakkoord onder het hoofdje ‘Hoger onderwijs en onderzoek’.

Een verstrekkend voornemen. Drie grote uitgevers – Elsevier, Springer en Wiley-Blackwell – nemen samen bijna de helft van de markt voor wetenschappelijke publicaties voor hun rekening, die wereldwijd een omvang heeft van 25 miljard euro. Zij bezitten nagenoeg alle tijdschriften die ertoe doen en behalen winstmarges van dertig procent en meer.

Hoe kan dat? Wetenschappelijke auteurs werken voor niets en ook het tijdrovende controleren van de artikelen door andere experts in het veld (peer review) wordt ook voor niets gedaan. Veel wetenschappelijk onderzoek wordt gefinancierd uit publiek geld. De uitgevers verkopen het eindproduct in de vorm van peperdure abonnementen terug aan instituten en bibliotheken, die ook weer uit publieke fondsen betaald moeten worden. Een beter business model is nauwelijks denkbaar.

Een alternatief is inderdaad open access: publicatie waarbij alle wetenschappelijke artikelen direct gratis beschikbaar zijn via internet, zonder tussenkomst van een bibliotheek. De Amerikaanse National Institutes of Health en de German Research Foundation (DFG) deden eerder een oproep om voortaan via open access te publiceren. En nu dus de Nederlandse regering.

Geen wetenschappelijk aanzien

Al jaren wordt voorspeld dat het oude model passé is en dat open access de norm wordt, maar voorlopig lijkt dit niet te gebeuren. Belangrijkste reden: het is voor een wetenschapper van levensbelang om je werk gepubliceerd te krijgen in een belangrijk wetenschappelijk tijdschrift met een hoge impact factor. De meeste nieuwe open access tijdschriften hebben echter (nog) geen groot wetenschappelijk aanzien of grote invloed. En omdat niet alleen carrières, maar ook subsidies afhangen van het publiceren in de gevestigde tijdschriften, houdt dit perverse systeem zichzelf voorlopig in stand, ook in Nederland.

Alleen als het systeem volledig op de schop gaat, en carrières en wetenschappelijke subsidies los gekoppeld worden van publiceren in deze tijdschriften, is er een kans dat open access „de norm” wordt. Maar dit loskoppelen is met dat ene zinnetje in het regeerakkoord echt niet opgelost. Ik ben benieuwd hoe de nieuwe minister van OCW, Ingrid van Engelshoven (D66), dit gaat aanpakken.