Eshetu A. ontkent alle 75 executies

Strafzaak

Hij speelde een zuiver politieke en economische rol in het bloedige Ethiopië van de jaren ‘70, zei Eshetu A. maandag in de rechtbank in Den Haag. Maar volgens slachtoffers is hij een oorlogsmisdadiger van formaat.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Niet in het Internationaal Strafhof, maar in een gewone Nederlandse rechtbank is maandag het proces begonnen tegen de Ethiopische oorlogsmisdadiger Eshetu A. (63).

De aanklacht liegt er niet om: betrokkenheid bij de executie van circa 75 gevangenen, het martelen van negen mensen en het opsluiten van ruim driehonderd mensen onder erbarmelijke omstandigheden zonder enige vorm van proces.

Naar alle waarschijnlijkheid is het in Nederland niet eerder voorgekomen dat één verdachte voor zoveel strafbare feiten wordt berecht, zei een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM) vorig jaar.

Eshetu A. ontkent alle aanklachten. Hij zegt een zuiver politieke en economische rol te hebben gespeeld in het bloedige Ethiopië van de jaren ’70.

Verdediging in het Nederlands

Eshetu A. vluchtte in 1983 naar Bulgarije en in 1991 naar Nederland. In 2006 werd hij in Ethiopië bij verstek ter dood veroordeeld. Nederland levert echter geen gevangenen uit aan Ethiopië en dus bleef de in 1998 genaturaliseerde Eshetu A. in Amstelveen. Nu, na jaren van onderzoek van het OM en het Team Internationale Misdrijven (TIM) staat hij alsnog terecht.

Eshetu A. voerde zijn eigen verdediging, in goed Nederlands. Hij weersprak niet dat hij lid was van de Derg, een militaire bestuursraad van 120 mannen die, onder leiding van Mengistu Haile Mariam een schrikbewind voerden in het Ethiopië van de jaren ’70 nadat voormalig keizer Haile Selassie was afgezet. De socialistische doelen van het nieuwe regime steunde hij. „Ik was trots dat ik daar een rol van betekenis in had”, zei hij, maar daarna is het door wederzijds geweld „uit de hand gelopen”, voegde hij toe. „Daar schaam ik mij heel erg voor.”

Tijdens een vier uur durend verhoor vroeg rechter Renckens Eshetu A. onder andere naar instructies tot ‘revolutionaire maatregelen’ – executiebevelen volgens de rechter – die hij ondertekend zou hebben. De Ethiopiër zei van niets te weten, en hij en zijn advocaat wezen op verscheidene verschillen tussen de krabbel en zijn échte handtekening.

Eshetu A. reageerde ook verbaasd op door de rechter geciteerde getuigenverklaringen van mensen die Eshetu A. hadden gezien bij de moordpartijen. „Ze liegen”, zei hij, „ik ben daar nooit geweest.”

‘Hij had de leiding’

Een van de aanwezige getuigen – de uit Washington overgekomen Sebene Ademe – kon haar oren niet geloven. „Hij zat in de top”, zei ze in de pauze, „Hij had de leiding”. Ademe vertelde geëmotioneerd hoe haar broer in de gevangenis omkwam waar Eshetu A. als voorzitter van de lokale coördinerende raad het bevel tot executie zou hebben gegeven.

Naast haar zat Yeshi Kebede, inmiddels woonachtig in Nederland. Zij zat in die gevangenis samen met Ademe’s broer. „Ik werd regelmatig gemarteld,” vertelde zij. „Ze kwamen ’s nachts in de cellen en namen mensen mee die we dan nooit meer terug zagen.”

Het is niet de eerste keer dat het TIM, dat is voortgekomen uit een opsporingsteam voor Joegoslavische oorlogsmisdadigers, een high-profile case voor de rechter krijgt. Zo werd Joseph M. in 2011 veroordeeld tot levenslang wegens betrokkenheid bij de moord op honderden Tutsi’s en kreeg Yvonne B. in 2013 bijna zeven jaar voor het aanzetten tot genocide in Rwanda.

De inhoudelijke behandeling van de zaak duurt tot en met 17 november.