Recensie

Concertgebouworkest klonk onder Jansons zeldzaam ontspannen

De terugkeer van dirigent Mariss Jansons voor het Concertgebouworkest stond garant voor een meeslepende middag Russische muziek: gedetailleerd en overdonderend.

Orkesten geven voormalig chef- en vaste gastdirigenten graag eretitels: die verlenen de relatie een blijvend gouden glans. De hiërarchie van die titulatuur blijft daarbij schimmig, want wat is het verschil tussen een conductor emeritus, ere-dirigent en honorair gastdirigent?

Bij het Concertgebouworkest staan dit seizoen alle levende oud-chefs op de bok, afgelopen week was dat Mariss Jansons (‘conductor emeritus’), de geliefde, door kwakkelende gezondheid geplaagde chef tussen 2004 en 2015.

Jansons excelleerde in Russisch repertoire en met een kerstconcertachtige potpourri van Russische paradepaardjes keerde hij nu ook terug, in en uitgeluid met ovaties die duidelijk maakten dat Amsterdam hem mist.

Het Concertgebouworkest speelde zondag het laatste van de drie reünieconcerten onder Jansons zeldzaam ontspannen. Klonk de wals uit Tsjaikovski’s balletmuziek De schone slaapster ooit eerder zo stroperig-soepel, en (dus?) zo bedwelmend? Jansons toonde zich soeverein door de eerste minuten helemaal niets te doen. Het orkest deinde, Jansons wiegde mee met slappe armen en werd pas na een paar minuten van reactor actor. Excelleren op basis van vertrouwen: dat is de ware kroon op een langjarige relatie.

Ook de Zesde symfonie van Sjostakovitsj bracht de Jansons-roes. Het kenmerkende contrast tussen wanhoop en kijvende kermis is hier extreem, Jansons buitte dat bij het in alle geledingen prachtig spelende orkest uit middels maximale verstilling en wrede excessen. Maar dat zijn contouren, en de ware Jansons-troef schuilt nu juist in de details. Hoe sonoor de basgroep klinkt, ook fluisterzacht. Hoe subtiel uitgelichte fluiten een dwars ritme onderstrepen. Enzovoorts.

Tweede ster van de concertreeks was sopraan Eva-Maria Westbroek (47), dit seizoen artist-in-residence bij het orkest en met aangescherpt silhouet en uitbundige glittergalajurk diva- en Marlène Dietrich-achtiger dan ooit.

Westbroeks stem is vol en gespierd, berekend op opera en grote zalen. Haar gevoel voor drama en inleving zijn compromisloos (dat maakt haar zo grenzeloos charmant), maar in de briefscène uit Evgeny Onjegin en in liederen van Rachmaninov wenste je soms iets minder kracht en iets meer legato, met name in het allerhoogste register.

Het deed weinig af aan een kleurrijk programma, met Liszts Les préludes als meeslepend staartstuk. Westbroek is er in november weer, dan met Haitink, het Chamber Orchestra of Europe en Wagners Wesendonck-Lieder.