Cultuur

Interview

Interview

Dik van der Meulen: „Als er een dier is dat al tienduizenden jaren dicht bij ons staat, dan is het wel de wolf.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Wolvenliefde voelt als veilig griezelen

Dik van der Meulen auteur beste natuurboek 2017

Angst en fascinatie gaan vaak samen – ook bij onze wolvenliefde, zegt auteur Dik van der Meulen.

Nu en dan scharrelen er wilde zwijnen rond zijn stacaravan in Lunteren, waar hij vaak heen gaat om te schrijven. Dan knorren ze wat, wroeten de aarde om. Natuurlijk, dat is mooi. Maar kom bij schrijver Dik van der Meulen (54) niet aan met vertederde uitroepen over „schattige biggetjes in gestreepte pyjamajasjes” – de zwijnenvacht is geen kledingstuk, de big geen mensenkind.

„Dat is het probleem van veel natuurfilms en -boeken: ze vermenselijken de boel.” Dat wilde hij bij De kinderen van de nacht (half oktober won hij daarmee de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek van 2017) nu juist niet doen. Zijn boek moest over wolven gaan. Over natuur.

Toch luidt de ondertitel: ‘over wolven en mensen’. Want als er een dier is dat al tienduizenden jaren dicht bij ons staat, dan is het wel de wolf. In letterlijke zin: zijn gedomesticeerde nazaten hebben het tot schoothondje geschopt. Maar ook figuurlijk: als personage in sprookjes en griezelverhalen. Van Roodkapje tot de zeven geitjes, van Dracula tot Pluk van de Petteflet: overal lijkt de wolf aanwezig.

Hebben we de wolf dan toch te veel vermenselijkt?

„Ten dele wel. Tijdens het schrijven van dit boek bleek steeds opnieuw: wij herkennen onszelf in de wolven. In hun sociale gedrag, in hun intelligentie, in hun schijnbare meedogenloosheid – „De mens is voor zijn medemens een wolf”, zei de Romeinse schrijver Plautus al. Waarom werden Roodkapje, en de zeven geitjes door een wolf belaagd, en niet door een beer of een lynx? Omdat juist de wolf zo dicht bij ons staat.”

De mens als roedeldier?

„Ja, precies. Maar tegelijkertijd is de wolf onze tegenpool – een kind van de nacht, zoals Bram Stoker Dracula zo mooi laat zeggen. Wij mensen zijn uitgesproken dagdieren, bang voor het donker – ’s nachts gaan de grendels op de deur, en sluiten we het duister buiten. Ook al hebben we tegenwoordig kunstlicht, we vinden de nacht nog altijd een beetje eng. Maar angst en fascinatie gaan vaak samen, en dat speelt ook mee bij onze wolvenliefde. Het voelt als veilig griezelen – zeker nu, in een tijd dat we eigenlijk niets van wolven te vrezen hebben.”

Want dat was vroeger wel anders?

„Neem de Middeleeuwen. Mensen zagen de wolf toen als symbool van de duivel, van liederlijkheid en onmatigheid. In diezelfde periode raakten ook de verhalen in de mode over mannen en vrouwen die in weerwolven konden veranderen. En in Vlaamse en Franse kronieken uit die tijd blijkt dat er ook met enige regelmaat kinderen werden verschalkt door wolven. Jonge herdertjes, die met een kudde koeien de velden introkken. Een koe is een moeilijke prooi, maar zo’n klein kalfje dat voor de kudde uitliep, dat liet zich makkelijker verschalken.

„Het is te eenvoudig om te zeggen: wanneer het slecht gaat met de mens, gaat het goed met de wolf – maar er is wel een zekere wisselwerking. In tijden van oorlog zwierven er vaak wolven rond op de slagvelden, op zoek naar kadavers. De wolf werd op een gegeven moment als zo’n groot gevaar gezien, dat prins Maurits in 1592 alle mannen tussen de 14 en 60 opriep om de Utrechtse bossen te zuiveren van de wolven. Wie thuisbleef, kreeg een boete van 25 gulden. Dit voorbeeld werd ook elders in de Nederlanden gevolgd.”

Is de wolf in Nederland meer cultuur dan natuur?

„Op dit moment wel, omdat we leven in een wolfloos land. Dat zal veranderen zodra de wolf hier echt terugkeert. Dat zou niet alleen een verrijking zijn voor de natuur, maar ook voor de natuurrecreatie. Alleen al de wetenschap dat je een wolf zou kunnen tegenkomen tijdens een boswandeling (al is de kans klein), zou de bossen nóg spannender maken voor mensen. Wat dat betreft zou de wolf een goede promotiecampagne kunnen voeren voor de natuur.”

En het Roodkapje-syndroom dan? De volksangst die oplaait zodra er een wolf is gespot?

„Ja, ook dat kenmerkt weer onze dubbele houding ten opzichte van de wolf: enerzijds willen we ’m op afstand houden, anderzijds ontvangen we hem bijna met open armen. Toen er in 2015 een wolf in Drenthe door de straten liep, waren de eerste reacties verrassend positief. De wolf werd verwelkomd als een verloren zoon. Het is deels ook de angst voor het onbekende. Juist omdat de wolf hier in onze cultuur is verweven, associëren we hem met enge sprookjes, met de Dodenrit van Drs. P - ‘Trojka hier, Trojka daar...’

„Het grootste reële probleem van wolven in de omgeving is dat ze schapen aanvallen. Tot we veeteelt gingen bedrijven, hadden we eigenlijk geen enkel probleem met de wolf. Andere wilde dieren zijn wat dat betreft gevaarlijker. Op de dag dat ik in Yellowstone mijn eerste wilde wolf zag, zag ik ook mijn eerste grizzlybeer. Bij de wolf voelde ik vreugde, bij de beer toch ook een lichte angst. Beren zijn onvoorspelbaarder, een ontmoeting loopt vaker verkeerd af. Daardoor zijn ze enger.”

Toch heeft vrijwel elk kind een teddybeer. De wolf heeft het nooit tot populair pluchen beest geschopt.

„Maar er zijn wereldwijd wel honderden miljoenen honden. We hebben de wilde dieren tot levende knuffelbeesten gemaakt. Al zo’n dertigduizend jaar geleden begonnen mensen met het domesticeren van wolven – ver voordat ze dat probeerden met welke andere diersoort dan ook. Overigens is dat fokken er niet altijd op gericht geweest om tamme schoothondjes te kweken. De Galliërs bonden naar verluidt teefjes aan een boom om ze door een wilde wolf te laten bezwangeren, en zo jachthonden te creëren. En tijdens de Koude Oorlog werden er in Tsjechoslowakije wolfhonden gefokt om te helpen bij het patrouilleren van de grens. Dat waren geen lieverdjes – buitengewoon bijtgraag.

„Voor mijn boek ben ik bij een man in Drenthe langsgegaan die zo’n wolfhond had. Die had een flinke gebruiksaanwijzing. Als nieuwkomer moest je de hond niet aankijken in het begin, en hem vooral negeren. Anders zou hij het idee kunnen krijgen dat hij je de baas was. Hij had al eens iemand verwond.”

De verre voorouder van de wolf was daarbij vergeleken behoorlijk tam...

„Ja, Dormaalocyon latouri – de Dormaalhond. Ontdekt bij het Vlaamse plaatsje Dormaal. Die oerwolf leefde 55 miljoen jaar geleden. Een bedeesd ogend beestje, nog niet met zo’n langwerpige kop. Canis lupus, onze moderne wolf, ontstond zo’n achthonderdduizend jaar geleden. „De wolf is een symbool van macht, een manier om je vijanden angst in te boezemen. Denk aan Hitler. Adolf betekent ‘edele wolf’ en de kleinkinderen van de componist Wagner, die bij hem op schoot zaten, noemden hem zelfs Onkel Wolf. Hij vernoemde meerdere hoofdkwartieren naar wolven – Wolfsschlucht, Wolfsschanze – en er was een speciale nazi-eenheid die Werwolf heette.