Recensie

Vervanger Olari Elts dirigeert uitstekende Turangalîla in Rotterdam

Klassiek

Chef-dirigent Yannick zegde af met een blessure. Zijn Rotterdams Philharmonisch speelde desondanks uitstekend in Messiaens omvangrijke Turangalîla-symphonie. Zondagmiddag is de herhaling.

De Letse dirigent Olari Elts. Foto Marco Borggreve

Het was iets om naar uit te kijken: in zijn laatste seizoen als chef-dirigent zou Yannick Nézet-Séguin in Rotterdam nog een grote twintigste-eeuwse klassieker uitvoeren, de Turangalîla-symphonie (1946-1948) van Messiaen. Maar het liep anders. Yannick moest afzeggen met een polsblessure. De onbekende Est Olari Elts werd bereid gevonden om Messiaen te leiden, waarbij de andere helft van het programma (Rameau) kwam te vervallen. Afgaande op de onvolledige zaalbezetting was het alles bij elkaar voor een deel van het publiek genoeg reden om thuis te blijven.

Persoonlijk vind ik één reuzensymfonie van bijna 80 minuten bepaald niet mager. En het orkest maakte onder Elts, die het werk eerder uitvoerde, een uitstekende indruk, evenals de gezichtsbepalende solisten. Pianist Cédric Tiberghien, met zijn flair en marmeren klank, is inmiddels een heuse Turangalîla-veteraan en Valérie Hartmann-Claverie, die ondes-Martenot studeerde bij Messiaens schoonzus, speelde haar partij zelfs uit het hoofd. De ondes-Martenot is een elektronisch instrument waar Messiaen verzot op was; het hult de muziek in een bronzen gloed, maar kan ook etherisch klinken als een zingende zaag of hysterische sf-glijers produceren.

Bekijk hier: een integrale uitvoering van de “Turangalîla-symphonie” door het Verbier Festival Orkest olv Charles Dutoit

Zelf noemde Messiaen de Turangalîla nogal eufemistisch „een liefdesliedje”. Het tiendelige werk voor enorm orkest (tien contrabassen! tien slagwerkers!) is een gelaagde constructie die niettemin een indruk wekt van spontaniteit en extase, en die makkelijk kan ontsporen in oorverdovende klankerupties. Elts wist dat te voorkomen, door steeds goed te doseren en te vermijden dat de themastapelingen dichtslibden. Niet alle partijen stonden scherp onder elkaar, vooral bij Messiaens extreme vertragingen, en in de communicatie met Tiberghien vielen soms steken, maar de idiosyncratische Messiaen-sound wist Elts goed te treffen.

En de hoogtepunten waren memorabeler dan de haast onvermijdelijke foutjes. Schitterend: het vraag-antwoord van klarinet en ondes aan het begin van deel 4, subtiel ondersteund door buisklokken en contrabas. Heerlijk: de dronken jubeldans van deel 5, die wankelend glorieus standhield.