Column

De schaatskont van Koen Verweij

Wulps en dierlijk stond de schaatskont van Koen Verweij naar achteren. De starter richtte zijn pistool op het plafond van Thialf. Verweij tuurde naar het ijs en wachtte op de verlossende knal als begin van zijn comeback.

Wulps en dierlijk stond de schaatskont van Koen Verweij naar achteren. De starter richtte zijn pistool op het plafond van Thialf. Verweij tuurde naar het ijs en wachtte op de verlossende knal als begin van zijn comeback.

„Ik schaats vanuit mijn billen”, zegt Verweij in een van de vele filmpjes op internet. Hij staat op de vloer van een sportschool met een elastiek in zijn handen en legt uit hoe fel hij gaat trainen. „Het moet branden in mijn billen.” Een voice-over kondigt hem aan als de man die 365 dagen in het jaar met schaatsen in de weer was.

Mijn reet. Als iemand zijn schaatsen links kon laten liggen, dan was het Koen Verweij. Anderhalf jaar lang was hij de weg naar het ijs kwijt. Met Koen-zonder-schaatsen kon je vooral lachen, drinken, eten en scheuren op een Harley Davidson. Een party zonder Koen was geen party.

Het sportlijf werd aangevuld met dertien kilo’s aan feestvet. Ik herinner me dat ik Verweij als schaatsbroekie ontmoette in het tv-programma Holland Sport. Brutale oogopslag, blonde manen en zinnen vol bluf: hij zou eens even laten zien dat hij beter was dan die Sven Kramer. En inderdaad, de voortekenen waren gunstig.

Toen kwam de klap tijdens de Olympische Spelen in 2014. Op de schaatsbaan van Sotsji verloor hij de 1.500 meter met drieduizendste van een seconde van de Pool Zbigniew Bródka. Na afloop van de race kon Verweij niets uitbrengen. De schaatser keek apathisch naar beneden; het ‘gewonnen’ zilver voelde als een vuistslag in de onderbuik.

De schaatsmacho was een onzeker diertje geworden. Uiterlijk leek hij nog altijd de uitslover, maar van binnen brokkelde het zelfvertrouwen af dat alleen maar te maskeren viel met nog meer uitsloven.

„Eerst een handstand op de plank, een salto en dan met een duik eindigen”, zei hij quasi-stoer op een duikplank op ruim zeven meter hoogte. Koen deed mee aan Sterren Springen. Peter Jan Rens en Gerard Joling waren ooggetuigen van zijn sprong. Natuurlijk durfde Koen te duiken. Aan durf nooit gebrek.

Verweij plonsde met scheve benen in het water en verdween in het diepe. Dit weekeinde kwam hij weer boven, met schaatsen aan op het ijs van Heerenveen. In afwachting van het pistoolschot stond de formidabele kont nog altijd parmantig naar achteren, klaar om in brand te vliegen.

De starter haalde de trekker over. In 1.500 meter schaatste Verweij het imago van lui feestbeest van zich af. In het blauwe schaatspak zat één bonk spieren verscholen. De kroonprins van Sven nam alleen genoegen met winst. De massastart zette hij twee dagen later ook naar zijn hand. Tweemaal goud.

Verweij slaagde met glans voor zijn comeback – gelukkig – en behoorde weer tot de sterren op het ijs.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.