Column

Schraal braakland

Een kritisch woord over Max Verstappen is vragen om steniging. Het is de paradox van de polder: volksclubs als Ajax en Feyenoord gaan aan het spit na een draak van een wedstrijd en de elitaire F1-coureur die race na race uitvalt, wordt aanbeden. Verstappen is boven alle kritiek verheven. Het maakt hem verbaal overmoedig en agressief, maar zijn losse handjes blijven vooralsnog bevroren, anders dan die van vader Jos. Ik ken weinig sporters die zo asociaal durven te zijn als de Limburgse coureur.

Zijn jeugdige arrogantie wordt natuurlijk gevoed door zijn onmetelijk talent. Zijn laatste inhaalrace in de VS was van een ongeziene superioriteit. Max benadert Ayrton Senna in bravoure en rijkunst. Vanuit die invalshoek heeft hij recht van spreken, maar iets meer empathie voor de medemens zou geen kwaad kunnen.

Half Nederland is gek van Max en hangt om hem heen als een pantser tegen kritiek en vijandigheid. Het is blinde adoratie die je in voetbal en wielrennen niet meer tegenkomt. Nogmaals, hij heeft het zelf met zijn spectaculair rijgedrag afgedwongen. Max is nog zowat de enige Hollander die van de wereld is. In een sport waar helden op één hand te tellen zijn. Verstappen heeft een ombuiging van de volksaard ontketend: van cynisme naar aanbidding. Zelfs Johan Cruijff en Wim van Hanegem hadden meer onderhoud nodig om hun heilige status als volksbezit te beveiligen. Het krediet van Max is onuitputtelijk.

Het komt ook door de saaiheid in andere sporttakken. In het schaatsen liggen de machtsverhoudingen vast. Per ongeluk glipt een nieuw talent door de gevestigde orde, maar de oude garde heerst en verdeelt. Iemand als Tom Dumoulin heeft de massa achter zich, maar wielrennen blijft een verdachte sport. De winnaar van de Giro maakt veel goed met zijn charisma, maar zijn karakter leent zich niet voor wilde volksfeesten. Tom doet geen concessies aan populisme en slijmpartijen. Hij blijft de eenzame fietser.

Over voetbal hoeven we het voorlopig niet te hebben. Provincialen. Er loopt niet één wereldster rond op Nederlandse velden, zelfs in Europa is Oranje verschraald tot veredelde amateurs. Trainers? Het ras der hulpelozen. De opvolgers van Dick Advocaat, Guus Hiddink en Louis van Gaal zijn epigonen met veel mooie praatjes en weinig inhoud.

Er wordt stiekem gerekend op een mirakel van ‘Sneeuwvlokje’. Bij tegenvallende resultaten is de vlucht in de romantiek wel vaker een steiger van troost. Toch waarschuwen analisten dat de KNVB niet te gehaast moet zijn om Ronald Koeman als keuzeheer binnen te halen. Waarom niet eens inzetten op een buitenlandse coach die verfrissing kan brengen? Tenslotte heeft Ronald Koeman zich laten kennen als een verwoed treinreiziger. U hoort de scepsis alweer klotsen tegen het Oranjeschip.

Het zou mij tegenvallen als Koeman nog kandideert voor Oranje. Hij is door de KNVB niet alleen gepiepeld, maar ook vernederd. Ineens werd gekozen voor Guus Hiddink als bondscoach. Koeman was de gedoodverfde opvolger van Van Gaal. Tot enige uitleg is het zelfs niet gekomen.

Het was voor de ex-vedette van Barcelona als een aderbreuk. Hij haalde nog wel de grootste kerstboom van Bussum en Nederland in huis voor Bartina. Zijn woonkamer leek een flipperkast met al die bollen en sterren. Zelf doolde hij rond in de Algarve, met golftas.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.