Commentaar

Kunst is geen gebruiksartikel, nut is bijvangst

‘Cultuur verrijkt het individu en verbindt de samenleving”, schrijft het regeerakkoord . Dat is waar, maar het verzwijgt de helft van het verhaal. Het laat de kunsten onvermeld en dat is onbegrijpelijk. Immers, wie maar even naar de ‘Venus van Willendorf’ (ca. 24.000 v. Chr.) kijkt, beseft dat kunst letterlijk sinds mensenheugenis een levensvoorwaarde is. Een uiting van vreugde, een uitnodiging tot denken, zien en voelen. Een besef van menselijkheid.

De Nederlandse regering heeft al jaren weinig op met de kunsten. Een preek over tolerantie vormt het hart van de beperkte paragraaf die dit regeerakkoord overheeft voor cultuur. De kunsten worden verzwegen, zijn de olifant in de kamer. Cultuur wordt gesmoord tot iets nuttigs. Verkocht als aanjager van de economie. Meegenomen als een doekje voor het bloeden: het kan worden ingezet om de jeugd het noodzakelijke identiteitsbesef bij te brengen. Opgelepeld als een slokje wonderolie: een verplicht bezoek aan het Rijksmuseum voor alle scholieren – ter bevordering van hun historisch besef, níet omdat daar wonderen te zien zijn.

Kunst en cultuur moeten sinds jaren inwonen bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschap. Ze lijken nu definitief te worden opgeslokt.

Maar educatie is slechts een begin. Cultuur is meer dan historie. En kunst is een waarde op zichzelf, die ligt te ademen in de musea en die elke dag opnieuw opdoemt in ateliers, in theaters, in concertzalen, op poppodia, bij schrijvers en dichters. Kunst is geen gebruiksartikel, heeft het nut dan is dat bijvangst. Kunst heeft zin. Zonder kunst is de wereld woest en ledig.