Commentaar

Kabinet met geforceerd karakter

Rutte III is in alle opzichten een bijzonder kabinet. Bijzonder in zijn totstandkoming (een lengterecord), bijzonder in zijn coalitievorm (vier partijen) en bijzonder in zijn personele samenstelling (op de premier na allemaal debuterende ministers). Wat dit betekent voor het functioneren van de nieuwe ploeg moet vanzelfsprekend blijken, maar gewoon zal het de komende tijd zeker niet worden.

Beleidsmatig maakt het nieuwe kabinet dat de coalitie van VVD en PvdA opvolgt niet onmiddellijk het grote verschil. Als gevolg van de noodgedwongen wisselende coalities kenmerkt de Nederlandse politiek zich nu eenmaal door de weg van geleidelijkheid en kleine stapjes. Nieuwe kabinetten zijn er om accenten te zetten en vastgeroeste onderwerpen los te wrikken.

Dat is bij de nu aangetreden coalitie niet anders. Het ambitieuze klimaatbeleid wordt voorgeschreven door het internationale Verdrag van Parijs, belastinghervorming en arbeidsmarktbeleid waren zaken waar het vorige kabinet niet in verder kwam, het migratiebeleid is voor een belangrijk deel een Europese aangelegenheid waarbij Nederland één van de spelers is.

Het regeerakkoord is weliswaar belangrijk – al helemaal als het zo’n minutieus uitonderhandeld en dichtgetimmerd contract is als dat van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – maar het zijn uiteindelijk de ministers en staatssecretarissen die alle voornemens moeten concretiseren en uitvoeren. Zij geven het beleid kleur of kunnen dat doen. Maar qua bezetting laat Rutte III een eenzijdige combinatie zien van ervaring in de Haagse politiek en openbaar bestuur elders. Wat helaas nagenoeg ontbreekt is personele inbreng van buiten de publieke sector.

Teleurstellend is eveneens dat slechts zes van de zestien bewindslieden vrouw zijn, waarbij vooral de minieme bijdrage van het VVD-contingent met één minister negatief opvalt. Mensen met een migratie-achtergrond ontbraken donderdag geheel op het bordes. Dat is in de rijk geschakeerde samenleving die Nederland anno 2017 is een duidelijk gemiste kans. Het is tevens een falen dat politieke partijen als rekruteringsorganen zich kunnen aantrekken.

VVD-leider Mark Rutte gaat nu aan zijn derde politieke huwelijk beginnen. Het is veelzeggend voor zijn wendbaarheid dat als deze kabinetsperiode achter de rug is, hij sinds zijn aantreden in 2010 met vijf verschillende partners zal hebben geregeerd. Rutte doet het ogenschijnlijk met gemak. Die souplesse is dan ook zijn verdienste.

De liberaal-christelijke coalitie die nu aantreedt was geen liefde op het eerste gezicht. Het verstandshuwelijk is het gevolg van een afvalrace. Er waren binnen de smalle marges van de Nederlandse politiek voor de hand liggender combinaties mogelijk geweest. Het regeerakkoord weerspiegelt het geforceerde karakter. Aan de nieuwe ministers en staatssecretarissen de taak voor het broodnodige elan te zorgen.