Commentaar

Insectenverdwijning

Onze steden worden door mensen beheerst maar de insecten die er ook leven trekken zich er weinig van aan. Natuurlijk, mieren eten onze suiker en pissebedden ruimen in onze tuin netjes de gevallen bladeren op. De mens zelf interesseert hun niet. Deze dieren gedragen zich als het laatste restje van de grote echte wildheid die ooit de hele wereld omvatte. En wijzelf letten ook niet op deze organische microrobots. Terwijl je soms een mini-Serengeti kunt vinden in je dakgoot.

Die kalme toestand is schijn. Onze intens industriële verstoring van de dunne schil van leven om onze planeet treft ook die kleine, altijd ijverige geleedpotigen. Hun grootste bedreiging zijn wij. Vorige week bleek dat weer eens, toen bekend werd dat in Duitse natuurgebieden in amper dertig jaar de insecten-biomassa (hun totale gewicht) met driekwart was afgenomen.

Oorzaak? De meest waarschijnlijke dader is de intensieve landbouw. Met zijn gif en eenzijdige biotoop.

Nou en? Een piek in bijensterfte leidde de laatste jaren soms tot diep pessimisme over de toekomst van de mensheid, veroorzaakt door mystieke verbondenheid met deze sympathieke, dansende geelzwarte werkers. Maar ook door economische argumenten: wie moet straks de landbouwgewassen bestuiven? Verderop in deze bijlage analyseert Marcel aan de Brugh vele aspecten van de insectenverdwijning. En als de ernst van de effecten aan de orde komt, wordt de stemming even grimmig. Want plantenecoloog David Kleijn is die economische argumentatie goed zat. Dat probleem van die bestuiving valt ook wel weer mee. En wat dan? „Moorden we alles wat geen direct nut voor ons heeft gewoon uit?” We moeten de natuur beschermen!

In een kaal stedelijk landschap zullen de mens en een paar insecten ook wel overleven. Willen we in zo’n wereld leven? Wij niet, maar de bittere waarheid is: onze kleinkinderen zullen er waarschijnlijk wel aan wennen.