Column

Euthanasiewet niet ruimer

De economie trekt aan. We worden weer een beetje rijker met z’n allen. De mensen werken massaal in deeltijd en veel ouderen hebben genoeg geld om met vervroegd pensioen te gaan. Zorg en onderwijs zijn geweldig. Straten zijn schoon en aangeharkt. De kwaliteit van leven en onze levensverwachting behoren tot de hoogste in de wereld.

En toch wordt de rij voor de nooduitgang langer en langer. Ieder jaar stijgt het aantal euthanasieverzoeken en -gevallen. De Levenseindekliniek kan het aantal hulpvragen nauwelijks behappen. Ze zijn op zoek naar tientallen artsen om te helpen bij euthanasieverzoeken. De reden van de stijging is niet helemaal duidelijk. De één zegt vergrijzing. De ander ontkerkelijking. Nog een mogelijkheid: de zelfgekozen dood normaliseert. Zowel bij artsen als bij patiënten. En ook al geloven we sterker dan ooit in de individuele onafhankelijke beslissingskracht, het zelfbeschikkingsrecht, uiteindelijk blijven we gewoon een kuddedier. We worden beïnvloed door onze omgeving en ja, ook ons sterven is aan mode onderhevig. Toch is euthanasie niet overal genormaliseerd. De commissie die voor de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie nieuwe euthanasierichtlijnen onderzoekt, constateert een zekere „handelsverlegenheid” onder psychiaters bij euthanasieverzoeken van hun patiënten. Ook de Levenseindekliniek beklaagt zich over de vele psychiatrische patiënten die worden doorverwezen. Waarom nemen psychiaters de verzoeken zelf niet in behandeling?

Gezien vanuit de medische praktijk van de psychiater is het misschien wel begrijpelijk. Zij horen bijna dagelijks over suïcidale gedachten en – neigingen bij patiënten. De doodswens binnen de psychiatrie is vaak helemaal geen verzoek dat serieus dient te worden genomen, maar een te behandelen symptoom, onderdeel van het ziektebeeld. Iemand van de Levenseindekliniek noemde euthanasie in de psychiatrie een „taboe”. Dat was negatief bedoeld. Ik vond het juist wel geruststellend klinken.

De commissie-Schnabel onderzocht de levenseindewetgeving en zag nog allerlei mogelijke verruimingen en elastische kanten die artsen voor hun patiënten konden opzoeken. Ouderen kunnen „stapeling van ouderdomsklachten” opvoeren als oorzaak van hun ondraaglijk lijden. Ook voor psychiatrische patiënten en dementerenden waren allerlei oplossingen denkbaar. Euthanasie bij dementie is lastig, de timing is eigenlijk altijd verkeerd. Wanneer de patiënt het verzoek indient voordat de aftakeling begint, lijdt hij nog niet, en wie weet hoeveel gelukkig jaren hij anders weggooit? Maar is het moment aangebroken dat hij niet meer voor zichzelf kan zorgen, dat hij zijn familie niet meer herkent, niet meer zelf kan eten of naar de wc kan, dan is hij niet meer wilsbekwaam. En als hij dat zelf slecht door heeft, betekent het ook dat hij niet meer lijdt, of daar in ieder geval niet duidelijk over kan praten.

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie is de zoveelste organisatie op rij die artsen aanmoedigt om in vredesnaam toch iets toeschietelijker te zijn met de dood. Eerder dit jaar benadrukten de ministeries van Volksgezondheid en Justitie dat euthanasie bij vergevorderde dementie legaal is, mits er een wilsverklaring is afgelegd. In Den Haag is besloten dat je ook bij iemand die zich niet meer kan uitdrukken kunt afleiden dat hij lijdt: door benauwdheid, angst, agressie of onrust.

Meestal is het vervelend als de wetgeving achterloopt bij de zich ontwikkelende praktijk. Nu is het andersom. Nu concluderen mensen van achter hun bureau dat iets juist is, rechtvaardig en wenselijk, terwijl de uitvoerders aarzelen. Misschien helpt het om je voor te stellen dat jij de arts bent die het moet uitvoeren. Hoe je de slaapkamer van de patiënt binnenloopt met het slaapmiddel en de spierverslappers in de koffer. Vorige week had patiënt misschien nog een helder moment en had zijn euthanasieverzoek tegen dochter of vrouw nog eens luid en duidelijk uitgesproken, vandaag is hij het vergeten. Wie bent u? Een dokter? Wat komt u dan doen? Waarom stopt u die naald in mijn arm? Geen wonder dat veel artsen daar niet aan willen meewerken.

Nee, die verruiming van de euthanasiewet lijkt me in veel opzichten een bijzonder slecht idee. Je kunt de aarzeling van psychiaters en andere artsen om wilsonbekwame kwetsbare patiënten te doden wegzetten als ‘taboe’, je kunt het ook serieus nemen als een verzet vanuit de medische praktijk tegen de nieuwe papieren euthanasiemogelijkheden.