Commentaar

Eindelijk gooit privacy hogere ogen

Accenten worden verschoven, een enkele prop is uit de leiding, veel noodzakelijk onderhoud en hier en daar een reparatie. Maar in grote lijnen ademt het hoofdstuk Justitie vooral continuïteit. Dit kabinet heeft geen radicaal andere notie over de rechtsstaat noch over veiligheid dan het vorige, wat ook niet geboden noch te verwachten was.

Dat er twee ministers aantreden, één van rechtsbescherming en één vooral voor veiligheid, is zo’n accentverschuiving. Het departement zal zich voortaan Justitie en Veiligheid noemen en niet meer ‘V en J’. Daarmee is symbolisch voor een ander evenwicht gekozen; minder eendimensionaal gericht op veiligheid en met ‘justitie’ weer voorop gesteld. Dat valt onder welkome reparatie.

Het nieuwe evenwicht is ook merkbaar in het voornemen de nieuwe Wet op de Inlichtingendiensten aan te passen. Van het bij elkaar slepen van gegevens van willekeurige burgers, zoals velen vrezen, „kan, mag en zal geen sprake zijn”. Zulke pertinente formuleringen wekken dito verwachtingen. Voor het bewaren van telecomgegevens van burgers belooft dit kabinet nieuwe, strengere waarborgen. Net als voor het toepassen door de overheid van hacksoftware. Privacy lijkt bij dit kabinet dus hogere ogen te gooien, wat niets te vroeg komt.

Intussen blijft dit kabinet de rechtsbijstand en dus de toegang tot het recht voor de minder gefortuneerde burger afknijpen. Dat de sociale advocatuur Rutte III zal overleven lijkt dus niet waarschijnlijk.

De investeringen gaan naar politie, Openbaar Ministerie, contraterrorisme en het thema ‘ondermijning’. Hoe welkom dat ook is, uiteindelijk geeft dit kabinet in 2021 nog altijd minder uit aan ‘J en V’ dan nu. En dat is teleurstellend, ook omdat het tegelijk hogere prestaties van de strafrechtketen belooft. Die lijken dan ook niet waarschijnlijk.