Een béétje openheid leidt tot chagrijnigheid

Inzage in de trukendoos: dit leer je van de rondjes langs woordvoerders.

Daar stond ik weer. Voor de deur bij één van de vier spindoctors van de formerende partijen. Als het meezat, was hij er en maakte ik een praatje. Had ik pech, dan was zijn kamer leeg, en nam hij z’n telefoon niet op. Soms was er een rij van andere verslaggevers.

Als er één ding me zal bijblijven van 225 dagen formeren, is het dat steeds weer terugkerende rondje langs de woordvoerders van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Had je nieuws, dan ging je langs. Had je geen nieuws, dan ging je óók langs – om te vragen of er nog nieuws was. Er waren dagen dat ik die voorlichters vaker sprak dan mijn eigen vrouw.

Ik vroeg me wel eens af: worden deze vier mannen, want dat waren het, zelf ook niet gek van die Groundhog Day-achtige vertoning? In een vlaag van eerlijkheid, gaf eentje wel eens toe dat hij „he-le-maal klaar” was met de formatie.

Ieder woord telt

Ze beheersten het spel goed, dat moet ik toegeven. In tijden van informatieschaarste telt ieder woord dat wel of niet gezegd wordt. Dus werd regelmatig de trukendoos opengetrokken. Wilde ik een bericht van een ander medium checken, dan zei een spindoctor: „Het komt me bekend voor, maar niet alle feiten in het bericht kloppen.”

„Oh”, was mijn wedervraag. „Welke feiten dan?”

„Dat kan ik helaas niet zeggen.”

Effectieve manier om een nieuwtje om zeep te helpen. Welke verslaggever gaat nieuws overnemen waarvan betrokkenen zeggen dat het niet helemaal correct is?

De behendigheidjes gingen tot op het einde door. Vorige week had ik een ministersnaam te pakken. Ik was er vrij zeker van, de bron was uitstekend. „Die naam klopt niet”, kreeg ik tot mijn verbazing te horen. Later bleek de persoon in kwestie wel degelijk het kabinet in te gaan. Alleen: ik had niet het juiste ministerie. „Dus klopte die naam niet”, was de verklaring later. „Op díe plek.”

De ene voorlichter was openhartiger over zijn werkwijze dan de ander. Toen ik een nieuwtje had dat niet prettig was voor een van de partijen, zei de spindoctor: „Ik bevestig het, dan heb ik tenminste nog een kans om onze kant van het verhaal te vertellen.” Vaker verscholen de voorlichters zich achter zinnetjes als „dat weet ik niet” of „daar ben ik nog niet over bijgepraat”. Soms geloofde ik daar geen snars van – maar ja, bewijs het maar eens.

Zo ondoorzichtig

De grote vraag op de achtergrond is natuurlijk: móeten kabinetsformaties anno 2017 nog zo ondoorzichtig verlopen? Betrokkenen worstelen zelf ook met die vraag, ontdekte ik.

De eerste informateur van Rutte III, Edith Schippers, nam bij haar aantreden een ongebruikelijke stap. Ze besloot iedere week een persconferentie te houden om journalisten bij te praten. Er móest er meer openheid komen, vond ze. Schippers vertelde bij die bijeenkomsten best veel – zeker voor de goede verstaander. Maar de Haagse verslaggevers reageerden cynisch. ‘Veel praten zonder iets te zeggen’, was de teneur in de kranten en op Twitter.

Zelf zag Schippers ook snel in dat haar experiment tot mislukken gedoemd was. Een beetje openheid kon blijkbaar niet, zei ze in kleine kring. Journalisten reageerden er hetzelfde op als op géén openheid. Ze werd er alleen maar chagrijnig van. Aan haar opvolgers Tjeenk Willink en Zalm adviseerde Schippers dan ook: vooral niet doen, zo’n persconferentie. Een advies dat beide heren maar al te graag ter harte namen.

Dit was de laatste aflevering van deze rubriek