Als ik een meisje naroep, wil ik toch verder niets

Mannenemancipatie

Tijdens de workshop ‘man zijn’ blijkt dat jongens niet goed weten wat seksuele intimidatie is. ‘Dat doen vieze, oude mannen.’

Jurhaily Sling aan het woord. Foto Olivier Middendorp/NRC

Eerst een bekentenis van Jurhaily Sling, die de workshop over mannelijkheid leidt. Hij vindt voetbal saai. Sling, een man van 25 met armen vol tatoeages, heeft zijn afkeer jarenlang verzwegen voor vrienden. „Ik las elk weekend het AD, alleen om mee te kunnen praten.” Drie jaar geleden was het ineens genoeg: een vriend nodigde hem voor de zoveelste keer uit voor een potje FIFA op de PlayStation. „Ik háát dat.”

Volgens Sling is dit een geheim waaronder in elke vriendengroep wel een man of twee gebukt gaat. Hij is jongerenwerker bij Emancipator, een organisatie die zich inzet voor emancipatie van mannen, en geeft op scholen en bij verenigingen in heel Nederland workshops ‘man zijn’. Wat houdt dat eigenlijk in, man zijn?

Het achterliggende doel van de workshops is het voorkomen van seksueel geweld en seksuele intimidatie. Volgens Sling kan grensoverschrijdend gedrag heel goed een gevolg zijn van de verwachtingen die de maatschappij van mannen en jongens heeft. Mannen moeten van voetbal houden, stoer zijn en ‘meisjes regelen’. Maar de scheidslijn tussen meisjes willen versieren en intimidatie op straat is niet altijd even duidelijk. En als het verschil vaag blijft, kunnen jongens en mannen soms onbewust „steeds weer een grens over gaan”, zegt Sling.

Lees ook: Joyce Roodnat maakt na twee weken #MeToo de balans op. Van openvallende badjas tot massage – „machtsverschil is steeds de sleutel”.

Met een rokje vraag je erom

Een meisje in een kort rokje gedraagt zich als „een hoertje”, zegt Noël (17). Haar mag je daarom naroepen zoveel je wilt. Dat is de consensus onder de zes tieners, teamgenoten bij de Amsterdamse voetbalclub Give & Gain, die vandaag de cursus doen. Van leden van die voetbalclub wordt ook verwacht dat zij aan hun sociale vaardigheden werken en deelnemen aan workshops zoals deze.

„Wat als dat meisje het vervelend vindt om nageroepen te worden?” vraagt Sling. „Wat als ze dat rokje gewoon mooi vindt?”

Noël: „Dan is ze dom.”

In het kleine kantoortje van Give & Gain, vlak achter Amsterdam Centraal, staan flessen frisdrank en dozen met pizza’s op tafel. Het gaat over hoe de jongens zich in het openbaar gedragen. Maar ook: wat wordt er van hen verwacht, en is dat terecht? Jongerenwerker Sling legt stellingen voor. ‘Een meisje in een rokje vraagt er om’. En: ‘Een man is pas succesvol als hij veel geld heeft’. (‘Ja’, antwoorden de meesten op beide vragen.)

Bij voorlichting over seksuele intimidatie en seksueel geweld werd de nadruk lang vooral gelegd op de weerbaarheid van meisjes. Op hoe zij hun grenzen aan moeten geven en op hoe zij zichzelf fysiek kunnen verdedigen. De laatste jaren richten organisaties zich vaker op jongens. Hoe zorgen we ervoor dat zij geen dader worden? „Een nieuw inzicht”, zegt Marianne Cense van Rutgers, een kennis- en adviescentrum op het gebied van seksualiteit. Sinds 2015 geeft ook Rutgers daarom workshops over mannelijkheid.

Nog even over dat rokje. „Ik zie ook wel eens dat een jongen zijn lijf in een krap trainingspak forceert”, zegt Sling. „Waarom wordt hij niet nageroepen?” Sommige jongens uit de groep reageren niet op de vraag, maar schieten in de verdediging. „Als ik fluit, wil ik toch verder niets”, zegt Noël. „Het is een compliment.”

Een van de eerste vragen die Sling aan zijn cursisten stelt, is: hoe ziet iemand die seksueel geweld gebruikt eruit?

Noël kijkt op van zijn telefoon. „Oud. Vies.” Mustafa (17) beaamt dat. „Lelijk. Ook van binnen.”

Sling: „Wat als ik jullie vertel dat bijna de helft van alle vrouwen te maken krijgt met seksueel geweld. Zijn er zoveel lelijke, oude mannen?”

Er worden schouders opgehaald.

Sling komt tot zijn punt. „Als je met tien matties zit, hebben negen daarvan zich waarschijnlijk wel eens schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie of seksueel geweld. Het zijn niet altijd die andere boys.”

Niet blind zijn voor signalen

De afgelopen weken ging het in Nederland en andere landen veel over #MeToo: een socialemedia-actie waarbij vooral vrouwen een taboe doorbraken door publiekelijk te vertellen welk seksueel grensoverschrijdend gedrag zij hadden meegemaakt.

Er was ook kritiek. De verzameling #MeToo-verhalen was een vergaarbak van gebeurtenissen zonder samenhang, vonden sommigen. Verkrachting en een hand op een bil werden op een hoop gegooid.

Er was één belangrijke overeenkomst tussen de uiteenlopende verhalen: in vrijwel alle gemelde gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag was de dader een man. In de meeste verhalen was het slachtoffer een vrouw. Dat sluit aan bij verschillende onderzoeken van Rutgers: 40 procent van de vrouwen heeft bijvoorbeeld ooit te maken gehad met seksuele grensoverschrijding (fysiek), tegenover 13 procent van de jongens.

Jurhaily wil overbrengen dat wat jongens als normaal zien voor meisjes vervelend kan zijn. Dat leidt bij de tieners van Sling tot reacties die #MeToo ook bij volwassenen oproept.

„Alles wat je doet, kan dus fout zijn”, zegt Noël als het gaat over versieren.

„Ze vinden dat hun iets wordt ontnomen”, legt Sling later uit. De lijn tussen flirten en intimiderend gedrag is volgens hem inderdaad dun, maar ook gemakkelijk te achterhalen. Een voorbeeld: „Je bent in de club en ziet een mooi meisje. Staar je haar aan en negeert ze jou? Dat is de eerste ‘rode vlag’.” Je kunt volgens Sling dan best nog even naar haar toelopen en zeggen: ‘Wat zie je er mooi uit’. „Reageert ze dan ook nauwelijks? Dan heb je een blauwtje gelopen.”

In Nederland zijn we meer gaan praten over wat er van mannen wordt verwacht. Het is lastig om vast te stellen of er iets verandert, zegt Marianne Cense, die voor Rutgers onderzoek doet naar machogedrag bij jongeren. „Er wordt nog vaak vergoelijkend gedaan over mannen die zich macho gedragen. En ook meisjes zeggen nog steeds dat ze houden van ‘mannen met lef’, dus die mannelijkheidsnorm is springlevend.” Tegelijkertijd is er een nieuwe norm, zegt Cense. Uit haar nieuwe onderzoek onder jongeren, dat nog gepubliceerd moet worden, komt naar voren dat jongens uit zijn op seks met een meisje dat echt wil. „Ze hebben liever een gelijkwaardige relatie.”

De cijfers zijn bemoedigend. In 2012 gaf nog 17 procent van de meisjes in onderzoek van Rutgers aan ooit te zijn gedwongen om op seksueel gebied iets te doen of toe te staan wat ze niet wilden. In het laatste onderzoek, dat dit jaar is gepubliceerd, was dat percentage aanzienlijk kleiner: 11 procent.

Een afsluitende opdracht. De cursisten staan een op een tegenover elkaar . Eén staat stil, terwijl de ander op hem afloopt. Als de afwachtende partij vindt dat de ander dichtbij genoeg is, zegt die ‘stop’. De toenaderende partij doet nóg een stap.

„Dit is awkward”, zegt Noël.

„Zo voelt het als je iemand blijft naroepen”, zegt Sling. „Je komt in iemands ‘aura’.” Noël zegt later dat hij de workshop „niet life changing” vindt. „Er gaat voor mij niks veranderen.” Jammer, vindt Sling, hij is toch tevreden. „Voor veel jongens is het de eerste keer dat ze erover nadenken. Dat is al heel wat.”