Recensie

Zelfs een duik in het publiek, brengt geen zindering teweeg

Recensie

The National-zanger Matt Berninger wilde dolgraag contact maken met zijn publiek, maar wist niet hoe.

Wat een tamme avond zou het zijn geworden, als zanger Matt Berninger niet tot tweemaal toe de zaal in was gesprongen. Het concert van de Amerikaanse band The National ontspon zich woensdag volgens een beheerst patroon, met veel materiaal van het nieuwe album Sleep Well Beast en knap in elkaar gedraaide gitaar- en pianopartijen van de gebroeders Aaron en Bryce Dessner, bekend van hun neoklassieke werk op het Holland Festival. Er kriebelde iets in Berninger, vanaf het moment dat hij de Spinal Tap-achtige bekentenis deed dat de muzikanten onderweg naar het podium aan twee verschillende kanten uit de lift waren gestapt.

Bij ‘Turtleneck’, het wildste nummer van de avond, hield Berninger het niet meer. Hij dook het publiek in, met een lang microfoonsnoer als enige leidraad voor zijn roadies om hem weer veilig op het podium te krijgen. Er waren toen al fraaie gewijde momenten geweest, bij ‘Guilty Party’ en ‘Bloodbuzz Ohio’ waarin zijn melancholieke bariton centraal stond. In hun dubbele gitaarpartijen leken de Dessner-broeders net iets te terughoudend, alsof de knopjes van hun versterkers stagneerden bij standje drie. De fier geheven gitaren aan het slot van het onverminderd fraaie ‘Fake Empire’ waren er vooral voor het gezicht.

Met zijn uitstraling van ieders favoriete scheikundeleraar heeft Matt Berninger als frontman wel iets van Michael Stipe, maar is hij zeker geen Nick Cave. Er is een bepaalde dynamiek voor nodig om een onbesuisde duik in het publiek tot een zindering door de hele zaal te maken. Nu bleef het ook tijdens ‘Mr. November’ bij een wilde actie van een zanger die dolgraag contact wilde maken, maar niet wist hoe. Hij raakte zijn stem erdoor kwijt en zag tevreden toe hoe het publiek de zang overnam in ‘Vanderlyle Crybaby Geeks’, het vreemdste kampvuurlied ooit.