Cultuur

Interview

Interview

Foto Kenton Thatcher

‘We gaan alleen maar uit van het eigen ik’

Louis van Gaal

Anderhalf jaar na zijn laatste klus als coach geniet Louis van Gaal in Portugal van zijn pensioen. Een gesprek over Oranje, de Nederlandse samenleving en zijn filosofie. ‘Maar goed, wie ben ik?’

Ja, Louis van Gaal heeft ook verstand van huizen. „Veel zelfs.” Lachend: „Dat weet de architect nu ook!” Op een oktobermiddag op een Portugees terras nipt de topcoach aan een dubbele espresso macchiato. Hij vertelt over zijn zelfontworpen villa, iets verderop. „Ik weet precies wat ik wil: een symmetrisch huis met de deur in het midden.”

Van Gaals liefde voor architectuur begon gedurende zijn carrière, die hem onder meer voerde langs Amsterdam, Barcelona, Alkmaar, München en Manchester. Overal regelden hij en zijn vrouw Truus zelf hun onderkomen. „We gingen altijd eerst in een hotel zitten, om de stad te leren kennen.” Zo ontdekten ze de beste plek om te gaan wonen. „Daar heb ik een goed gevoel voor.”

In 2004 bracht het EK voetbal hem in het zuiden van gastland Portugal; voor SBS was hij analist bij de wedstrijden. De zender huisvestte hem in Vale do Lobo, zijn huidige woonplaats. Van Gaal was op slag verliefd: het klimaat, de mensen, de wijn en het fabuleuze uitzicht op zee. „Ik wist meteen: hier wil ik iets bouwen.”

In Nederland heeft het echtpaar een appartement in Noordwijk, in Zwitserland kochten ze onlangs een onderkomen in een sneeuwzeker skioord. „Prachtige plekken in drie verschillende klimaten. Dat heb ik allemaal precies zo gepland.”

Het zijn woorden die Van Gaal gedurende het gesprek vaker zal uitspreken. In zijn leven wordt weinig aan het toeval overgelaten. Overal zit een gedachte achter. Ja, ook achter een gesprek met NRC. „Ik wil met mijn interviews mensen beïnvloeden, inspireren.”

Het is Louis van Gaal in volle glorie: zelfverzekerd, gedreven, humoristisch, vriendelijk. Maar ook argwanend en normatief. „Dát is wel een goede vraag”, klinkt het dan plots. Een opmerking waar hij vervolgens zelf als eerste om moet lachen. Want ook dát is Louis van Gaal: een man bij wie de lach minstens zo dichtbij is als de ernst.

In een waterige herfstzon („Het is de eerste keer in vier maanden dat het hier regent”) gaat het over de stand van het vaderlandse voetbal, zijn filosofie, de Nederlandse samenleving en zijn politieke voorkeur. Ook blikt hij terug op zijn imposante carrière. „Het zou arrogant zijn om te zeggen dat ik de beste coach ben. Ik heb wel de meeste prijzen gewonnen.”

Wat is dé graadmeter voor de stand van het Nederlandse voetbal?

„Dat zijn altijd de prestaties van het Nederlands elftal en die van de Nederlandse clubs in Europa, de Champions League voorop.”

Dan is de conclusie eenvoudig: het staat er niet best voor.

„Dat is te simpel gesteld. Nederland heeft veel aspecten voor op het buitenland. Niet voor niets zijn andere landen in het verleden allemaal komen kijken hoe wij het deden. Omdat wij als relatief klein landje veel succes hebben gekend. Dat is niet meer zo. En in Nederland is het dan meteen zo dat het allemaal slecht is. In mijn ogen niet. Er is geen land met zo’n goede organisatie en infrastructuur van het voetbal, waar verhoudingsgewijs ook nog eens zoveel kinderen aan deelnemen. Alleen, we zijn stil blijven staan. Het opleiden van talent is om ons heen veel wetenschappelijker geworden in de afgelopen tien jaar. Zo is er nu veel kennis over hoe ook het brein is te trainen. Díe ontwikkeling hebben wij gemist.”

Hoe verklaart u dat?

„In ieder geval door onwetendheid. Nederland blinkt niet uit in innovatie. Integendeel. Ik heb zelf altijd geprobeerd op de hoogte te blijven van de nieuwste inzichten over het opleiden en begeleiden van spelers. Want de belangrijkste taak van een coach is spelers begeleiden – als mens, niet alleen als voetballer. Dat is mijn ‘totale mens-principe’ – waar ik vaak om ben uitgelachen in het begin van mijn carrière. Maar daarin liep ik voorop, bleek achteraf. Een speler functioneert niet als zijn privésituatie niet op orde is. Dus daar móet je je in verdiepen. Een speler presteert niet als hij slecht eet. Dus daar móet je je in verdiepen. Net als psychologische begeleiding van een speler. Ik heb niet de indruk dat die ontwikkelingen zijn doorgedrongen tot de meeste coaches en de KNVB.”

Hoe uit zich die onwetendheid?

„Ik zie nu allerlei namen voorbijkomen voor de nieuwe technisch directeur bij de KNVB, van mensen die succesvol zijn geweest als coach in het buitenland. Maar bij de KNVB koop je geen spelers aan. Je moet ze opleiden. Je moet dus weten hoe je kinderen van 6, 8 of 10 jaar prikkelt om het ultieme uit zichzelf te halen in een wereld die verandert. Ik voetbalde hele dagen op straat. Nu spelen ze een paar uur per week op kunstgras. Die verschillen alleen al vragen een andere benadering. Dus ik zou me bij een zoektocht naar een nieuwe technisch directeur richten op de allerbeste opleider, iemand van een jaar of 30, 40 die tien jaar bij de KNVB wil blijven. En die mensen zijn er. Een paar maanden geleden werd ik gevraagd de jeugdopleiding van AZ door te lichten. Dat leverde ook míj nieuwe inzichten op. Ik had maar een enkele op- en aanmerking. Want wat daar gebeurt, is fantastisch. Is het toeval dat juist bij AZ de afgelopen jaren steeds grote talenten doorbreken? Ik denk het niet.” Om er in één adem aan toe te voegen: „In tegenstelling tot de opleider is een bondscoach iemand voor de korte termijn. Dus ook de nieuwe die nu wordt gezocht. Dat moet iemand zijn die resultaat boekt. En ja, dat kan zeker ook een buitenlander zijn. Namen noem ik niet. Als de KNVB mijn advies wil, weten ze me vast te vinden.”

Is er nog een rol voor uzelf weggelegd bij de KNVB?

„Nee. Ik ben met pensioen – zoals ik twee jaar geleden al gezegd heb. Ik ga alleen nog iets doen als er een mogelijkheid voor iets voorbij komt dat ik nog niet heb gedaan. Ik krijg nog altijd volop waardering. Dus daar hoef ik het niet meer voor te doen.”

Hij vertelt dat hij onlangs te gast was bij Liverpool-Manchester United. Van Gaal schuift zijn stoel achteruit en staat op. „Begint dat hele vak met Manchesterfans te zingen, toen ze me zagen: ‘Second time, second time!’ – als uitnodiging om terug te keren bij hun club.” Terwijl hij weer gaat zitten: „Dat vind ik geweldig. Daar word ik emotioneel van.”

Het ontroert hem opnieuw. Het is, voor de goede orde, geen gespeelde emotie. Wie iets meer tijd doorbrengt met de geboren Amsterdammer kan diens oprechte emotie en gedrevenheid niet ontgaan.

Ook als het over een heel ander onderwerp gaat, zoals politiek. Afkomstig uit een rooms-katholiek nest waar traditiegetrouw op de Katholieke Volkspartij werd gestemd, koos hij voor het CDA. In 2006 was hij eregast op een verkiezingscongres van de christendemocraten. Het optreden ging een eigen leven leiden. „Ik twijfelde in die tijd al om CDA te stemmen. Vervolgens is mijn aanwezigheid misbruikt om te stellen dat ik CDA-aanhanger ben. Dús was het dom van mij om op die uitnodiging in te gaan.”

‘Niet de welvaart, niet de gelijkheid, niet de vrijheid, maar het versplinteren van de gemeenschap is het grote gemeenschappelijke probleem’, zei CDA-leider Sybrand Buma onlangs. Ik dacht dat ik u hoorde praten.

Glimlachend: „Dat ziet hij goed. Maar dat wil niet zeggen dat ik CDA heb gestemd.”

Het gesprek komt op egocentrisme, in zijn ogen de betonrot van deze tijd. „Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter geheel – een buurt, een team, een klas, een geloofsovertuiging, een partij – is er niet meer. Het uiteenvallen van de samenleving heeft ook te maken met onze op het individu gerichte opvoeding en wordt versterkt door allerlei hulpmiddelen als de iPhone, de laptop en de iPad. Die zijn wij allemaal heel belangrijk gaan vinden. Maar ook die gaan uit van het eigen ik. Niet van het gezamenlijke, de teamgeest.”

In hoeverre is een land politiek te coachen, zoals een team?

„Dat is lastig, zeker met ons kiesstelsel dat zo is ingericht dat er altijd compromissen moeten worden gesloten. Maar bij het leiden van een land gaat het, net als bij het coachen van een team, om een visie, de communicatie van die visie en de overtuigingskracht, geloofwaardigheid en betrouwbaarheid die je daarmee verkrijgt. Toch?” Zonder het antwoord af te wachten: „Kijk dan eens naar wat het nieuwe kabinet doet. Hoe kun je een eerdere maatregel om mensen hun hypotheek af te laten lossen nu gaan bestraffen door mensen met een huis zonder hypotheek meer belasting te laten betalen? Dat kan ik niet begrijpen. Zoals ik ook niet kan volgen waarom de btw op boodschappen van 6 naar 9 procent moet. Dan ben je bezig om mensen te beperken in hun basisbehoeften.”

Na het uitdelen van een handtekening aan een passant: „Maar goed, wie ben ik?”

Waar staat u, politiek gezien?

„Ik ben begaan met mensen die het niet zo makkelijk hebben. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Jij denkt alleen maar aan die mensen’. Dat is zo. Neem de ouderen. Eerst willen ze dat die langer thuis blijven wonen, want dat is goedkoper. Maar nu staat de wijkverpleging onder druk. Ja, dat had je natuurlijk kunnen voorzien. Als je die richting bent ingeslagen, moet je die ook volgen. Volgens mij begint Rutte nu aan zijn derde kabinet, dus die lijn heeft hij echt zelf uitgezet. Dan komt er nu opeens 2 miljard bij voor de ouderenzorg. Heel goed, maar dat hadden ze eerder moeten én kunnen bedenken.” Na het uitdelen van een handtekening aan een passant: „Maar goed, wie ben ik?”

Wat zou ú doen?

„Mensen aanpakken die niet werken. Ieder mens kan werken, want iedereen heeft een kwaliteit. Alleen, je moet weten wat je kwaliteit is. Daar moet iedereen naar op zoek gaan en dus moet je als overheid daar de voorwaarden voor scheppen.”

U maakt er politiek wel een cocktail van. U wilt een overheid als hoeder van de zwaksten, hecht sterk aan sociaal-culturele waarden als gemeenschapszin en eist zelfredzaamheid.

„En ik ben voor een sterker Defensie! Ik vind ook dat militairen op meerdere terreinen moeten worden ingezet. Op die manier zijn ze veel meer onderdeel van onze samenleving.” Na het bestellen van de lunch komt hij daarop terug. „Daar hadden we al veel eerder in moeten investeren, zeker de VVD. Want het gaat er bij mij niet in dat Mark Rutte niet allang had gezien dat we in deze onveilige wereld een sterker Defensie nodig hebben. Toch? Misschien is hij te veel bondscoach, de man met oog voor kortetermijnsuccessen, en te weinig opleider, de man die bezig moet zijn met de toekomst.”

Ik word steeds nieuwsgieriger naar wat u heeft gestemd, want er is geen partij die al uw wensen verenigt.

„Dat klopt. Ik heb erover gedacht of ik op Jesse Klaver zou stemmen. Ik vind het fantastisch hoe die jongen zijn idealen verdedigt. Hoe hij mensen begeestert. Daar hou ik van en dan gaat het er niet meteen om dat je het overal mee eens bent. Hij heeft helemaal mijn sympathie al zie ik dat hij in praatprogramma’s wordt weggezet als een snotneus.”

Net als Louis van Gaal, die in zijn eerste acht maanden als coach van Ajax werd weggehoond.

„Ja. Ja, die overeenkomst zie ik ook.” Hij glimlacht. „Maar ik heb niet op GroenLinks gestemd. Uiteindelijk gaat het erom welk onderwerp je de meeste waarde toekent. Voor mij is dat menselijke waardigheid.”

U maakt het me wel lastig. Een oude roomse jongen stemt ook geen PvdA,

„…Dat heb ik wel eens overwogen…”

Alsof het zo is afgesproken, komt de serveerster aanlopen. Een tafel verderop staat de lunch klaar. Van Gaal maakt de voorzet dankbaar af: „Thank you very much.” Terwijl hij opstaat: „Ik ga het echt niet zeggen. Ik vind niet dat ik mensen moet beïnvloeden in hun politieke keuze.”

Buiten wordt ondertussen nog altijd gegolfd, binnen blikken we bij een clubsandwich terug op zijn carrière.

Wat is uw grootste prestatie?

„Het winnen van de FA Cup [het prestigieuze Engelse bekertoernooi, red.] met Manchester United in 2016. Het gaat om de omstandigheden waarin je verkeert als coach. Mijn eerste jaar bij Ajax vind ik daarom ook een prestatie, dat ik als beginnend coach overeind ben gebleven. Want de hele massa was tegen mij, van De Telegraaf tot populaire talkshows als Barend & Van Dorp.” Hij kijkt er vies bij.

Welke omstandigheden maakten de winst van de FA Cup zo bijzonder?

„Mijn vrouw, die altijd aanwezig was bij de wedstrijden, had als eerste in de gaten dat het gedrag van de clubleiding omsloeg, in januari 2016. Daarna gingen de media ook negatiever over me schrijven. Daar kwam bij dat José Mourinho na zijn ontslag bij Chelsea opeens in beeld kwam als coach. Dat begrijp ik, want hij is goed. De kans om hem te strikken wilde de club niet laten lopen. Prima, want ik had al gepland om met pensioen te gaan. Alleen, de club had de wissel met Mourinho chiquer en met open vizier moeten bespreken met me. Dat gebeurde niet, waardoor mijn autoriteit als manager werd aangetast. En dan toch die legendarische FA Cup winnen in de laatste wedstrijd van het seizoen, met tien man, in de verlenging!” Na een korte stilte: „Daar geniet ik van.”

Is uw grootste kwaliteit: mensen iets laten doen waarvan ze zelf op voorhand dachten dat niet te kunnen?

„Dat kun je niet over jezelf zeggen. Dat zou arrogant zijn.”

Vat ik het niet goed samen?

Lachend: „Ik vind dat jij goed kunt samenvatten.”

Foto Kenton Thatcher

Dirk Kuijt zei laatst: „Louis van Gaal vond het heel erg moeilijk om spelers teleur te stellen.” Klopt dat?

„Ja. Het fijne van het leven dat ik nu leid, is dat ik nooit meer spelers hoef te corrigeren maar ook niet hoef teleur te stellen. Dat is heel plezierig. Want spelers vatten dat persoonlijk op, waardoor je relatie op het spel komt te staan. Dat is moeilijk. Ik wil juist een goede relatie hebben met iedereen. Dat is niet mogelijk in de voetballerij. Je wordt meteen bij het grofvuil gezet. ‘We hebben ruzie’, is het dan. Want spelers moeten voor zichzelf verklaren waarom ze niet worden opgesteld. De ik-factor is bij veel spelers groter dan de team-factor.”

De voetballerij is niet bepaald een wereld met fijne omgangsvormen. Voor iemand die daar wel aan hecht, heeft u het lang volgehouden.

„Dat is zo. Het is niet de meest zuivere wereld, om het eufemistisch te zeggen. Maar ik ben er ook mensen tegen gekomen die ik nu tot mijn vriendenkring reken. In veel opzichten is de voetbalwereld namelijk wel een afspiegeling van onze maatschappij. Om een voorbeeld te geven: in de normale wereld is 10 procent van de mensen homoseksueel, dus in de voetbalwereld ook.”

Je kunt uit de kast komen, maar dan kies je in de voetbalwereld de moeilijke weg

Heeft u als coach gewerkt met spelers die worstelden met hun homoseksualiteit?

„Ja, maar ze zijn niet uit de kast gekomen. Althans, niet dat ik weet.”

Heeft u ze geadviseerd dat wel te doen?

„Ik heb daar gesprekken met spelers over gehad en ze voorgehouden wat de opties waren. Ik zei: ‘Je kunt uit de kast komen, maar dan kies je in de voetbalwereld de moeilijke weg’. Datzelfde geldt overigens voor de omgang van spelers met bepaalde media. ‘Die weg heb ik ook gekozen’, zei ik dan, ‘maar kijk wat ik daarvoor allemaal heb moeten doorstaan’. Ik benadrukte in die gesprekken altijd dat alles wat we bespraken tussen ons was en dat ze zelf hun pad moesten kiezen. Bij mij staat de mens centraal, dus ook diens geaardheid en keuze. Dat is de reden dat ik een paar keer ben mee gevaren op een boot bij de Gay Pride.” Lachend: „Al had je toen nog niet 86 verschillende soorten geaardheid, zoals nu.”