Waarom Drenten meer welvaart ervaren dan Randstedelingen

Inwoners van de provincie Drenthe zijn gemiddeld genomen welvarender dan gemiddeld in Nederland, zo blijkt uit de Brede Welvaartsindicator.

Foto Ed Oudenaarden/ANP

Wie op zoek is naar een prettig en welvarend leven, kan beter in Noord-Drenthe gaan wonen dan in de Randstad. Dat is één van de conclusies uit de vrijdag gepubliceerde Brede Welvaartsindicator (BWI) van de Universiteit Utrecht en de Rabobank. De lucht is er schoner, er zijn minder gewelddadige incidenten en moorden en ook weten mensen er een betere balans tussen werk en vrije tijd te vinden dan in en rond steden als Amsterdam of Rotterdam.

Onderzoekers bekeken van een brede set aan gegevens hoe de veertig Corop-regio’s in Nederland daarop presteerden. Ze maten daarbij bewust niet alleen economische prestaties in de vorm van het Bruto Binnenlands Product (bbp) maar ook zaken als geluk en hoe gezond of veilig iemand zich voelt.

Want, zo zegt een groeiende groep economen onder aanvoering van Nobelprijs-winnaar en econoom Joseph Stiglitz, welvaart is veel breder dan alleen die ene graadmeter. Zo vertelt het bbp bijvoorbeeld niets over de vraag hoe de economische groei wordt verdeeld: komt die vooral bij de happy few terecht of gaat ook het welvaartsniveau van een hele regio erop vooruit?

Daarom is de Brede Welvaartsindicator ontwikkeld. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een samenwerkingsverband van tientallen landen, onderscheidde eerder al elf deelgebieden die tezamen meer zeggen over de mate waarin een land of gebied welvarend is dan het bbp. Het gaat dan om zaken als sociale contacten, milieu (de fijnstofemissies in een gebied en de biodiversiteit), de levensverwachting en het geluksgevoel.

Die worden gewogen waarna een samengesteld cijfer volgt. Dit cijfer wordt vervolgens vergeleken met vergelijkbare samenlevingen in Noordwest-Europa. Een waarde van nul op de Brede Welvaartsindex zou betekenen dat Nederland het op de index zo slecht doet als mogelijk ten opzichte van andere Noordwest-Europese landen, voor een één geldt het tegenovergestelde.

Gebied rond Assen komt er het beste uit

Van alle veertig regio’s die de onderzoekers hebben onderscheiden komt het gebied rond Assen er het beste uit. Hoewel er binnen het gebied natuurlijk verschillen bestaan, scoort Noord-Drenthe gemiddeld flink hoger dan de rest van Nederland. Ook Zuidwest-Drenthe en het Gooi scoren hoog. Waar in Drenthe vooral niet-economische indicatoren het welvaartsniveau bepalen (veiligheid, woontevredenheid, balans werk en vrije tijd), is dat in het Gooi anders. Daar verklaren een hoog besteedbaar inkomen en lage werkloosheid juist een grote rol in de bepaling van de brede welvaart.

“Noord-Drenthe scoort heel goed op dimensies waarop je het zou verwachten maar tegelijkertijd heel redelijk op zaken als koopkracht en banen”, zegt Bas van Bavel, hoogleraar Economische en Sociale Geschiedenis. “Grote steden scoren daarop minder dan je zou verwachten, en presteren daarnaast slecht op dimensies als luchtkwaliteit, veiligheid en wonen.”

“Natuurlijk word je niet meteen gelukkig als je naar Noord-Drenthe verhuist”, zegt Martijn Badir, die als econoom van het Rabobank Research Team bij de Brede Welvaartsindicator betrokken. “De regio scoort vooral niet echt slecht op bepaalde parameters.”

In de Randstad is dat anders. Dure huizen, meer criminaliteit (in de vorm van een hoger aantal moorden en meer gewelddadige misdaad per 100.000 inwoners) en een slechtere luchtkwaliteit in vergelijking met de minder stedelijke gebieden zorgen voor een welvaartsniveau in de regio’s Groot-Rijnmond (waarvan Rotterdam onderdeel is) en Groot-Amsterdam dat lager ligt dan het Nederlandse gemiddelde.

Op provincieniveau gekeken scoren Noord- en Zuid-Holland, Groningen, Limburg en Flevoland lager dan het Nederlandse gemiddelde. Naast Drenthe vervolmaken Zeeland en Utrecht de top drie van provincies met het hoogste brede welvaartsniveau.

Vergelijking bbp en BWI

Wie het verloop van het bbp van de afgelopen jaren afzet tegen dat van de BWI, ziet opvallende verschillen. Waar het bbp veel meer in scherpe stijgingen of dalingen vertoont, is de Brede Welvaartsindicator minder volatiel. Waar het bbp in 2008, als gevolg van de economische crisis, scherp daalde, bleef het BWI vrijwel gelijk: veel werknemers hadden nog vaste contracten en bleven de lonen in dat eerste crisisjaar vrij stabiel.

De keerzijde was dat tussen 2013 en 2016, toen het economisch herstel inzette, de BWI maar beperkt stegen. “Twee dimensies hebben zich de afgelopen jaren negatief ontwikkeld”, zegt Van Bavel. “Dat zijn de hoeveelheid werk en het woongenot. Het gaat beter met de economie, maar dat betekent dus niet dat mensen ook een evengrote welvaartsstijging ervaren. Het gaat om politieke keuzes: hoe zet je die economische groei in?”