Reisprogramma’s voor niet-reizigers

Televisie

De VPRO oogst veel succes met alternatieve reis-tv. In Robo sapiens reist Jelle Brandt Corstius met een robot de wereld rond.

In het programma Robo sapiens, dat vanaf zondag te zien is, onderzoekt presentator Jelle Brandt Corstius de invloed van kunstmatige intelligentie op ons leven. Foto Jaap Veldhoen/VPRO

De VPRO is groot in alternatieve reisseries. Programma’s als Onze man in Teheran, die gaan over de actualiteit en de lokale bevolking centraal stellen. Reis-tv niet gemaakt voor toeristen, maar voor een breed geïnteresseerd publiek thuis op de bank.

De laatste loot aan de stam: Robo sapiens, dat vanaf zondag te zien is. Daarin reist presentator Jelle Brandt Corstius in gezelschap van een kleine, schattige robot de wereld rond. Zo wil de presentator de invloeden van kunstmatige intelligentie op ons leven onderzoeken. In de Verenigde Staten vindt hij een man die een relatie heeft met een seksrobot en in China ontmoet hij mensen die hun baan verloren aan de gevolgen van automatisering. „We bezochten ook een robotwedstrijd in Ethiopië, om te laten zien dat de nieuwe Steve Jobs overal op kan staan”, zegt Brandt Corstius.

Eerder trok de VPRO hoge kijkcijfers met reisprogramma’s Langs de oevers van de Yangtze over China, Onze man in Teheran over Iran en wat langer geleden: Van Dis in Indonesië.

Het geheim achter de succesformule? „De reisseries van de VPRO onderscheiden zich doordat ze de toeristische lens vermijden”, zegt Stine Jensen, die Licht op het Noorden over Scandinavië maakte voor de VPRO en Human. „Vooral als je het vergelijkt met bijvoorbeeld 3 Op Reis, dat zich meer richt op de natuur, het vermaak en de consumptie van een land.”

In plaats van te zien hoeveel een ijsje in Nairobi kost, of hoe spannend het is om een tentje in Groenland op te zetten, richten de VPRO-reisseries zich op hoe mensen in andere landen leven. Brandt Corstius: „Kijkers zijn minder dom dan de meeste televisiemakers denken. Ze zijn nieuwsgierig naar de wereld, en willen niet alles voorgekauwd krijgen.”

Volgens Roel van Broekhoven, programmamaker bij de VPRO, is het belangrijkste kenmerk dat de programma’s geen vast format hebben en er veel vrijheid wordt geboden aan de makers. „Onze man in Teheran is soms net een realityshow over Thomas Erdbrink en zijn Iraanse schoonfamilie.

Een persoonlijke band

Een ander opvallend ingrediënt is dat de presentatoren een persoonlijke band met het land hebben en de taal spreken: Stine Jensen is geboren in Denemarken; Stef Biemans (Amor met een snor) is getrouwd met een Nicaraguaanse; Wilfred de Bruijn (Op zoek naar mijn Frankrijk) woont al veertien jaar in Parijs. Ze staan met één been in de ene cultuur en het ander been in de andere. „Je bent een soort outsider from within”, zegt Jensen. De kijker wordt bij de hand meegenomen door iemand met speciale toegang tot het land en de cultuur, zonder de Nederlandse blik te verliezen.   

In Robo sapiens heeft Jelle Brandt Corstius geen persoonlijke band met de landen die hij bezoekt, maar wel met robots. Na de geboorte van zijn dochter werd hij nieuwsgierig naar de rol van kunstmatige intelligentie in haar toekomstige leven. Beelden in de serie worden bijgestaan door een animatiefiguur van zijn dochter in het jaar 2100, wanneer ze 85 jaar zal zijn. Een merkwaardig element voor een reisserie, waarin fictie meestal wordt vermeden.

De robot die vaak meereist op Brandt Corstius’ schoot is bijna net zo merkwaardig. „Het is een robot met veel menselijke trekjes, dus projecteren mensen er makkelijk hun gevoelens op”, zegt Brandt Corstius. „We hopen dat kijkers zich dankzij die robot makkelijker inleven in het onderwerp.”

Robo sapiens is vanaf zondag te zien. 20.15u op NPO2.