Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

Ralph Huydts (34): ‘Hoe gaaf: een fles met mijn merk erop’

Ralph Huydts is de jongste wijnboer van Nederland. „Het lukt alleen met vrienden en familie die in me geloven en in me investeren.”

Ralph Huydts (34) gooit de deuren van zijn wijnhuis wijd open en verontschuldigt zich voor de geur die er hangt. Gisteravond, bij het overgieten van druivensap van de ene naar de andere tank, heeft hij gemorst. Op die plasjes zoetig vocht zijn ontsnapte gistcellen gedoken. Gist, „de slettebak onder de organismen”, zet suiker om in alcohol en maakt van de druiven van Ralph Huydts Nederlandse champagne.

Liggen de meeste wijnhuizen áán de wijngaard, zo niet dat van Ralph Huydts. Zijn wijnfabriekje is gevestigd in een statig pand in de binnenstad van Maastricht. Een ruime pijpenla, met achterin een pneumatische pers en zeven roestvrijstalen tanks waarin het druivensap eerst 48 uur staat te klaren. Na vijf maanden vinificatie is het ‘stille wijn’, daarna volgt – op een andere locatie – een tweede gisting op fles. Na nog eens 9 tot 36 maanden liggen is het mousserende wijn. Geen champagne, want Huydts’ druiven groeien niet in de Champagnestreek driehonderd kilometer verderop, maar op wijngaard Raarberg, net buiten Maastricht.

Raar, is de merknaam van zijn wijn. Drie soorten – binnenkort vier – gemaakt van twee druivenrassen die hij verbouwt op zijn perceel van twee hectare. Hij trekt een fles open, de brut rosé, schenkt twee glazen in, proost en neemt een slok. Zacht-frisse bubbels. „Vriendelijk hè?”, zegt hij. Hij is niet de enige Nederlander die wijn maakt, wel de jongste. Hij was 28 toen hij besloot wijnboer te worden.

We lopen van het wijnhuis naar restaurant Harry’s even verderop. De eigenaar is, zegt Huydts, net als hij een jonge ondernemer. Ons wordt een tafel gewezen, aan het raam, en een aperitief aangeboden, champagne. En?, informeer ik als hij proeft. „Klassiek”, zegt hij. Hij zal er wel verstand van hebben, zeg ik. Hij zegt: „Ik heb er meer verstand van dan ik belangrijk vind.” Hij moet niks hebben van duurdoenerij over ‘neuzen’, smaakbeleving en bouquets. „Ik heb liever dat iemand mijn wijn drinkt en zegt: ‘lekker’.”

foto: Frank Ruiter

Dát hij wat anders wilde, was hem na zeven jaar werken wel duidelijk. Alleen moest hij nog bedenken wat. Van beroep is hij IT’er. Op z’n 21ste begon hij in de ‘document-automatisering’. Kopieermachines, scanapparaten, printers. „Producten zonder emotionele waarde.”

Hij wijst naar de koks in de keuken, de sommelier, de obers in hun bruin-groene schorten. „Ik heb het allemaal overwogen te gaan doen. Zo lang als ik me kan herinneren hou ik van lekker eten, drinken, van koken.” Op doordeweekse dagen kookt hij voor zijn vriendin en dochtertje, in het weekend pakt hij uit met meergangendiners voor vrienden. Maar? Nu wijst hij op zichzelf en de plek waar hij zit. Aan tafel met een servet op schoot. „Ik hou zelf te veel van horeca om erin te kunnen werken.”

Hij was uit in Knokke met een van zijn beste vrienden, eigenaar van een aannemersbedrijf. „We waren 27, we hielden wel van een feestje. Bubbels erbij. Hoe gaaf zou het zijn, bedachten we, als we met een fles zouden spuiten waar mijn merk op staat?” Commercieel geschoold als hij is, onderzocht hij wat ‘de markt’ wil. „Waar heeft de consument behoefte aan?” Bubbelwijn is niet het eerste waar je dan aan denkt. Nederland importeert elk jaar drie miljoen flessen champagne, tweederde ervan is bestemd voor Kerst en Oud en Nieuw. Gelegenheidswijn, waarvan op de avond zo’n 30 procent wordt weggekieperd. „Hoe gaat dat? Je hebt een avond achter de rug met een biertje, wijn bij het eten, daarna nog iets bij de koffie. En dan krijg je om twaalf uur nog eens een glas champagne. Na één, twee slokken haak je af.” Klassieke champagne heeft lang op gist gelegen, zegt hij. „Dat kan zwaar op de maag vallen.”

Champagne is geen „doordrinkwijn” en een stuk duurder bovendien dan wat de Nederlander gemiddeld uitgeeft aan een fles stille wijn (2,73 euro). Komt nog bij dat Nederlandse wijn niet echt populair is, laat staan Hollandse champagne. Toch besloot Ralph Huydts het te gaan maken. Zes jaar geleden kon hij een stuk grond pachten van een appelboer. Hij plantte er drie Chardonnay-klonen en twee Pinot Noir-klonen. Terwijl de druiven groeiden, bedacht hij de naam, de huisstijl en de marketing van zijn product. „Ik had al een etiket ver voor de eerste druif geoogst was.” Hij weet: tachtig procent van de wijnkoop is ‘etikettenkoop’. „Je koopt de fles die je mooi vindt.” En hij weet ook: „Wijn is beleving.”

Neus en scheikunde

De sommelier van Harry’s toont de fles wit die hij van plan is te schenken, schenkt een bodempje in om te laten proeven. Huydts: „Alsof je ooit zou zeggen: mwah, niet zo lekker, doe maar een andere fles.” Je wéét wat je hebt besteld, zegt hij. „Terugsturen doe je alleen bij een wijnfout. En die heeft een sommelier heus zelf wel in de gaten.” Dus het is voor de show? „Proeven is ook een verhaal, een beleving.” Raar-wijn wordt geschonken in Latour, het restaurant van Huis ter Duin in Noordwijk. „Aan tafel zitten een paar heren. Komt de sommelier. Die zegt: ‘Heren, ik heb iets speciaals voor u. Zijn maar tweeduizend flessen van. Gemaakt volgens methode traditionelle. En zal ik u wat raars vertellen? Het is honderd procent Nederlands.” Hij glundert. „Wat horen die heren? Dit is uniek, gelimiteerd, bijzonder. Dát wil je overbrengen.”

In de tussentijd is hij sneller én Limburgser gaan praten. Wijnboer zijn is niet ingewikkeld, zegt hij. Hij steekt drie vingers in de lucht. Fase één: dat is een combinatie van de juiste druif, de ligging van het perceel en hard werken. Fase twee: de wijn maken. Daar heb je een goede neus voor nodig en wat scheikunde. Meer niet. De derde fase is: marketing. En daar, zegt hij, ontbreekt het aan in Nederland.

Is het eigenlijk altijd champagnetijd? En elf andere vragen.

Nu twee vingers in de lucht. „Er zijn twee typen wijnboeren.” Eén: de vermogende liefhebber. „Die koopt een perceeltje, verbouwt druiven en maakt een wijn waar hij zijn naam aan geeft.” Denk aan de Jolie-Pitt-rosé van voormalig Hollywood-stel Angelina Jolie en Brad Pitt. Tweede type wijnboer is de echte boer. „Die rooit een hectare appelbomen en zet er druivenranken voor in de plaats. Gewoon om eens te proberen. Gegarandeerd levert het goede druiven op, want boeren dat kan hij wel.”

Maar dan. Huydts pakt nu één van zijn twee telefoons erbij en zoekt naar foto’s van Hollandse flessen. „Kijk die naam, dat etiket. Dat ziet er toch niet uit?” In Nederland zijn 160 wijnbouwers, hooguit twintig werken er commercieel. Huydts ziet dat niet als concurrentie, integendeel. Hij zou hen graag helpen hun wijn „beter in de markt te zetten”.

Wijn en werken

Hoor ik hier een wijnboer of een vertegenwoordiger? Beide. Naast het runnen van zijn wijngaard is Ralph Huydts nog altijd fulltime senior accountmanager bij een IT-bedrijf. Van wijn alleen kan hij niet leven. „Je moet zeven, acht jaar ondernemen voor je de eerste flessen hebt waaraan je iets overhoudt.” Z’n eerste volledige oogst was in 2016, goed voor 5.500 liter wijn, verdeeld over 7.500 flessen van 25 euro per stuk. „Het lukt alleen met vrienden en familie die in me geloven en in me investeren.” Onlangs heeft hij nog twee hectare land in beheer gekregen, op de Sint Pietersberg. Volgend najaar komt daar de eerste wijn vanaf.

Hij slaat de dessertwijn bij de tiramisu niet af. Rap rekent hij weer voor dat hij heus tijd heeft voor wijn én werken. „Een wijngaard kost ongeveer 600 manuur per hectare.” Nou kent de wijnbouw piekperioden. Snoeien in december en januari, als de sapstroom stilligt. In het voorjaar opbinden, trossen dunnen, ontbladeren en aan het eind van de zomer natuurlijk de oogst. „Er zijn weken dat mijn wekker om half vijf gaat. Ik trek kaplaarzen aan en ga naar de wijngaard. Om half negen trek ik mijn kloffie uit en doe een pak aan. En na vijf uur gaat de stropdas weer af en ben ik wijnboer.”

Harold Hamersma selecteerde de 100 lekkerste wijnen uit de supermarkt en koos de 25 beste bubbels. Vind hier je favoriete wijn.

De oogst van dit jaar is net binnen. Hij heeft twee, drie weekenden geplukt met een mannetje of dertig per dag. Vrienden en bekenden komen altijd helpen, zijn schoonouders doen ook mee. „Mijn schoonmoeder heeft met mijn vriendin een wijncursus gevolgd.” Zelf komt hij uit een „goed Limburg gezin” met een oudere broer, waar altijd lekker werd gekookt, maar niet culinair. „Het kerstdiner was kippensoep, een varkenshaasje met champignonsaus en Viennetta toe. Dat vond mijn vader het allerlekkerst.” Hij laat nu een foto zien van wat hij op een doordeweekse dag kookt voor zijn driejarig dochtertje. Stamppot, stukje zalm, de saus er kunstig omheen gesprenkeld.

Zijn vader is een aantal jaar geleden overleden, op z’n 61ste. Van verwarmingsmonteur had hij zich opgewerkt tot manager. „Hij werkte altijd keihard. Niet omdat hij het nou zo leuk vond, maar voor zijn gezin.” Ralph Huydts had al ver voor zijn vaders vroege dood besloten te doen wat hij leuk vindt. „Wat klinkt beter? ‘Hallo, ik ben Ralph en ik verkoop kopieermachines’. Of: ‘Ik ben Ralph, champagneboer?’”