Column

Pubervakantie

Nooit eerder was ik zo blij om de Van Brienenoordbrug op te rijden als vorige week zondag. Het zicht op die glinsterende rivier met onze bruisende stad aan haar oevers (het lijkt vanaf de brug eerlijk gezegd meer dan het is), en op de achterbank een juichende puber: „Rotterdam, I love you!”. We kwamen terug van een week vakantie op Sicilië en voor het eerst hadden we alleen onze 14-jarige zoon meegenomen. En we waren nog zo gewaarschuwd. Door familie, vrienden en niet in de laatste plaats door onze puber zelf. Hij zou zich „kapot gaan vervelen” op dat stomme eiland zonder vrienden, grote broers en wifi, hadden we daar dan geen enkel begrip voor? Maar we beloofden hem witte stranden, azuurblauwe snorkelbaaitjes en dik belegde pizza’s („boeien…”). Vol argwaan ging hij dan toch dat vliegtuig in, waar hij onder luid gemopper tussen twee wildvreemden werd neergezet en niet eens bij een raampje.

De eerste twee dagen vielen nog alleszins mee, de puber gedroeg zich weer even als een kind en leek te genieten van zon en zee. Maar toen sloeg de verveling toe en was er niets wat nog deugde aan Sicilië. Het kiezelstrandje deed pijn aan zijn rug en voeten, snorkelen was saai want steeds weer dezelfde vissen, de pizza’s en cola’s kwamen intussen zijn neus uit en bij uitstapjes naar historische stadjes sjokte hij chagrijnig achter ons aan. „Ik háát oude stenen”, luidde zijn mantra.

‘Ik háát kronkelige weggetjes,’ klonk het dan weer op de terugweg naar ons appartement, waar hij opgelucht zijn telefoon tevoorschijn haalde, want de enige plek met wifi. De dagen erna lieten we hem - na vele smeekbedes - met zijn telefoon en iPad achter in het appartement, zodat wij zelf toch nog een beetje konden gaan genieten. Op de laatste dag wist ik hem over te halen mee te gaan naar Palermo „want dat is net Rotterdam”, zo spiegelde ik hem voor. Met evenveel inwoners en maar weinig ‘oude stenen’, want ook gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog (door de Geallieerden weliswaar, maar ik wilde hem niet vervelen met een lesje geschiedenis).

Dat viel dus vies tegen. In het centrum reden we ons vast in een nauw steegje („hadden ze die ook niet gelijk plat kunnen gooien?”) en kokhalzend moest hij over een markt vol dode zwaardvissen en octopussen. Op de dag van vertrek sprong hij opgetogen uit bed en gezellig kletsend reden we naar het vliegveld. Nog even vloekte hij toen hij ontdekte dat precies tijdens de terugvlucht de klassieker Feyenoord-Ajax werd gespeeld, maar we verzekerden hem dat we voor het einde van de wedstrijd al zouden zijn geland. Toen de wielen de landingsbaan amper hadden geraakt, zette hij zijn telefoon aan en hoorde hij nog net hoe het vierde doelpunt van Ajax erin werd gejast.

God, wat had ik het te doen met onze puber en zijn ondraaglijke bestaan. Volgende keer wordt het dus een staycation in Rotterdam, zo heb ik beloofd, met hooguit een dagje naar het strand van Hoek van Holland. Lijkt me beter, voor iedereen.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.