Opgevoed: Hoe krijg ik mijn zoon het huis uit?

Elke week legt een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week: een zoon van 26 die nog thuis woont.

Illustratie Martien ter Veen

Mijn zoon (26) woont nog thuis, bij zijn stiefvader en mij. Er is nooit een noodzaak geweest om op zichzelf te gaan wonen. Hij deed zijn vervolgopleiding hier in de buurt, daarna was het voor hem moeilijk een woning te betalen omdat hij steeds tijdelijke contracten kreeg. Nu heeft hij wel een vaste baan, en zou hij een goedkope flat kunnen kopen, maar hij maakt vooralsnog geen aanstalten te vertrekken. Hij vindt het niet leuk om alleen te gaan wonen, zegt hij, hij vindt het ongezellig. Een relatie heeft hij niet. Ik merk dat hij er in gedachten wel mee bezig is. Laatst zei hij: ‘Ik moet de hypotheekadviseur eens bellen’, maar hij komt niet in actie. Het is niet zo dat ik hem zat ben. Ik vind het diep in mijn hart best gezellig dat hij er nog is, hij is ook mijn enig kind, en ik was zelf ook pas 23 toen ik het huis uit ging. Maar het lijkt me slecht voor zijn eigen ontwikkeling. Ik bemoeder hem toch. Koken hoeft–ie niet: mijn man is werkloos, die kookt voor ons. En zijn wasje draai ik gewoon met die van ons mee. Tijdens onze vakanties redt hij zich prima.

„Maar ik houd toch rekening met hem, en ik zou zelf wel toe zijn aan wat meer vrijheid. Als hij er niet is, kunnen we doen en laten wat we willen.

„Wat is nu verstandig? Moet ik een deadline stellen, zeggen: over een jaar woon je op jezelf?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Ik mis toekomstgerichtheid

Marga Akkerman: „U moet vooral een deadline stellen, en wel zo snel mogelijk. Het zou in gezinnen vanzelfsprekend moeten zijn dat kinderen na hun eindexamen op kamers gaan. Dat is voor kinderen een belangrijke volgende stap in hun leven. In deze periode bouwen ze een netwerk van relaties en activiteiten voor de verdere toekomst. Die slag maakt uw zoon nu niet. Ik mis de toekomstgerichtheid in deze situatie.

Als het uit huis willen niet uit het kind zelf komt, mag je hem daartoe zeker stimuleren. Ga vooral mee naar de afspraak met de hypotheekadviseur, daarmee geeft u ook de boodschap: ‘Het is goed hoor, dat je de deur uitgaat, we redden het wel.’ Want een kind moet ook vóélen dat zijn ouders er aan toe zijn hem los te laten. En trek de champagne open zodra hij iets gekocht heeft: het is een prachtig overgangsritueel.

Laat uw zoon tot die tijd twee keer in de week koken, laat hem boodschappen doen en die ook een keer betalen, leer hem zelf de was te doen, dan gaat-ie beter voorbereid het huis uit. Als hij weet hoe hij zich praktisch moet redden, vergroot hij ook zijn relatiekansen.”

Een concreet vertrekplan

Bas Levering:„Een halve eeuw geleden wilden we zo snel mogelijk het huis uit, omdat we dan dingen konden doen waar onze ouders het niet zo mee eens waren. Tegenwoordig hebben ze er helemaal geen bezwaar meer tegen als je vriendin blijft slapen. Bovendien is huisvesting voor jongeren schaars en duur, en dan is de keuze voor Hotel Mama snel gemaakt.

Toch moeten we onze kinderen, als we ze op het volwassen bestaan willen voorbereiden, stimuleren om zo rond hun twintigste het huis te verlaten. Om zelf te leren koken, de was te doen, maar vooral om te kunnen experimenteren met van alles op een leeftijd dat mensen het je nog vergeven als je iets stoms doet.

Natuurlijk is het gezellig om kinderen thuis te hebben, maar om ze op eigen benen te krijgen moeten we over onze eigen emoties heen stappen. Het is tijd om met deze zoon een concreet vertrekplan te maken, want zo leert-ie niks. Tot die tijd zou ik hem kostgeld laten betalen. En natuurlijk mag het ouderlijk huis nog lang als vluchtheuvel fungeren.”