Wanneer is iets eigenlijk écht innovatief?

Innovators Een innovatie kan iets kleins zijn, zoals een inkeping in een beschuitje. Maar lang niet iedereen met een slim idee is innovatief.

Nuray Gokalp richtte haar eigen platform op, Global Tech City. Foto Remco Koers

Als er één woord aan inflatie onderhevig is, dan is het ‘innovatie’ wel. Zelfs de bakker op de hoek moet tegenwoordig innoveren om erbij te blijven horen. Maar wanneer is iets eigenlijk écht innovatief? „Innovatie is een uitvinding de wereld in slingeren”, zegt Bart Knols na even denken. Naast entomoloog (wetenschapper op het gebied van insecten), is hij coördinator van de master Science, Management en Innovation op de Radboud Universiteit Nijmegen, een opleiding waar „keiharde bèta’s worden klaargestoomd om het verschil te gaan maken in de sectoren klimaat en energie en gezondheidszorg”.

Een innovatie kan klein zijn, vervolgt Knols. „Neem de inkeping in een rol beschuit. Niets wereldschokkends, maar wél een oplossing voor het probleem van fijngeknepen beschuitjes.” Zo’n kleine verandering aan een bestaand product wordt incremental genoemd, vertelt hij. Daarnaast heb je radicale innovatie: een geheel nieuwe uitvinding zoals de cd of digitale fotografie.

Als voetballer kun je trainen, maar je wordt niet zomaar Ronaldo

Kun je iemand met slimme ideeën een ‘innovator’ noemen? Erik Boer, directeur van het Amsterdam Center for Entrepreneurship en werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam bij de sectie Entrepreneurship & Innovation, vindt het best een lastige term. „Omdat iedereen dat woord gebruikt, betekent het eigenlijk niets meer.”

Een innovator is volgens hem meer dan alleen een goede uitvinder. Hij noemt een Steve Jobs, de man die het Amerikaanse techbedrijf Apple op de kaart zette, Elon Musk van Tesla, fabrikant van elektrische auto’s, of de jonge Nederlander Boyan Slat die The Ocean Cleanup oprichtte, een bedrijf dat systemen bedenkt om oceanen te ontdoen van plastic troep. „Een grote innovator is iemand met een visie voor maatschappelijke verandering én een sterke leider, die anderen mee kan nemen in die visie.”

De Amerikaanse wetenschappers Jeffrey Dyer, Hal Gregersen en Clayton Christensen ondervroegen in 2009 vijftig oprichters van innovatieve bedrijven. Ze kwamen tot een slotsom van vier eigenschappen die innovator-eigen zouden zijn: innovators stellen continu vragen over de wereld om hen heen, ze zijn intensief bezig met het observeren van die wereld voor het genereren van nieuwe ideeën, ze experimenteren graag en veel én ze vinden en testen hun nieuwe ideeën door middel van een netwerk.

Volgens Boer schiet die definitie tekort. „Dit lijkt teveel op ondernemerschap. Veel vaardigheden die komen kijken bij ondernemerschap kun je leren. Bij innovatie is dat veel minder het geval. Als voetballer kun je trainen, maar je wordt niet zomaar Ronaldo.” Het gaat, zegt Boer, ook om het hebben van een bepaald gevoel.

Anders nadenken

Gevoel voor timing bijvoorbeeld. Denk aan de sociale netwerksite Hyves, Facebook avant la lettre. Het sociale medium was jarenlang populair in Nederland, maar stierf uiteindelijk een stille dood. Boer: „De bedenkers hadden een visie, maar gaan niet de geschiedenis in als dé innovators van social media. Wat ik probeer te zeggen: je moet een antenne hebben voor wat er gebeurt in de wereld. Kunnen inschatten: dít wordt het. En je moet optimistisch ingesteld zijn. Want veel lukt ook niet. Als innovator ga je dan gewoon door naar het volgende idee.”

Nee, ook niet iedere student die zijn master volgt wordt automatisch een innovator, geeft Bart Knols toe. Maar hij probeert innovatie er wel „uit te slepen”, bijvoorbeeld door studenten te dwingen anders na te denken. „Ik vraag weleens: hoe fiets je naar de universiteit, elke dag dezelfde route? Stop daarmee, adviseer ik dan. Doorbreek de patronen.”

Een goede innovator ‘leent’ namelijk constant ideeën uit andere vakgebieden. Als voorbeeld noemt hij een ex-student die dit jaar aan de slag mocht voor het Radboud UMC. Hij introduceerde geluidswerende hoofdtelefoons voor patiënten, zodat zij minder stress ervaren en beter genezen. Een ideetje afgekeken van de luchtvaartindustrie.

Dat er zo gestrooid wordt met de term innovator, past in de tijd waarin we leven, zegt Boer: een tijdperk waarin door technologische ontwikkelingen alles continu verandert. „Iedereen ís op zijn manier ook wel een beetje innovatief.” Nieuwsgierigheid, een zekere drang naar nieuwe dingen, het is menselijk. „Maar het maakt je geen innovator.” 

Jim Stolze (44)

Foto Remco Koers

Jim Stolze studeerde Nederlands aan de Hogeschool in Rotterdam en taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar maakte dat laatste niet af. Hij is de bedenker van de gratis magazines 010 en 020, stond aan het hoofd van de website Startpagina, bedacht de App-strategie voor NU.nl en haalde de Amerikaanse TEDx-lezingen naar Nederland. Op dit moment richt hij zich op kunstmatige intelligentie met zijn bedrijf Aigency.

„De rode draad in mijn leven: ik ben snel verveeld. Als ik drie jaar met hetzelfde bezig ben, word ik chagrijnig. Ik loop graag voor de troepen uit. Zo had ik in 2006 een podcast over sociale media, voordat het populair werd. Toen in 2008 Maxime Verhagen ook een Twitteraccount kreeg, werd het me juist te druk daar. Bewust gaat dat allemaal niet, overigens. Ik heb gewoon een goede neus voor wat de volgende hype wordt, waarom weet ik niet precies.

„Innovatief zijn heeft ieder mens in zich. Onze tweede natuur is toch verkennen. Maar het wordt ons in eerste instantie op school ontleerd, en wanneer je gaat werken wordt het er al helemaal uitgeslagen. ‘Doe het nu eerst op onze manier, dan kun je daarna zelf iets verzinnen’, zegt de baas dan. Ik ben niet ‘besmet’ geraakt, omdat ik nooit voor een baas heb gewerkt. Bovendien ben ik heel vrij opgevoed door mijn hippie-ouders. Innovatie slaat ook dood als er teveel geld en belangen mee gemoeid zijn, heb ik gemerkt. Dan gaan anderen zich ermee bemoeien en wordt er gezegd: ‘Doe dat maar niet want dat staat niet goed in de pers.’

„Bill Gates noemt innovators impatient optimists, dat is volgens mij de beste definitie. Het zijn mensen die zeggen: het kán beter, het móet beter, dus ik ga dat beter maken. De app voor NU.nl heb ik zelf in de avonden in elkaar gezet. Hard werken is ook wel een deel van het innovator-zijn, maar zeker niet alles. Wie innovatief is, is gewoon nooit klaar. Als iemand zegt dat iets af is, dan weet je: dat is geen innovatief persoon.”

Nuray Gokalp (38)

Foto Remco Koers

Nuray Gokalp studeerde informatica aan de Universiteit van Amsterdam en Japanse taal en cultuur in Tokio. Daarna werkte ze in verschillende functies aan innovatie, onder meer als projectmanager bij KLM, ABN Amro en de gemeente Amsterdam, waar ze het Open Innovation Festival organiseerde. Ze heeft nu haar eigen platform opgericht, Global Tech City, dat stedelijke problemen over de hele wereld probeert op te lossen door middel van technologie.

„Voor mij is innovatie iets nieuws ontdekken of nieuws doen, en dingen vanuit een heel andere hoek bekijken. Toen ik 24 was en stage liep bij technologiebedrijf IBM, kwam ik voor het eerst in aanraking met de term innovatie. Ik kreeg door dat hoe ik altijd al handelde, onder die noemer geschaard kon worden.

„Van kinds af aan heb ik me altijd erg over van alles verwonderd en trends merk ik snel op. Ook denk ik erg associatief. Voor mij gaat dat heel natuurlijk. Ik ga niet zitten en even ‘innovatief nadenken’.

„Ik heb bewust eerst ervaring opgedaan bij grote bedrijven voordat ik voor mezelf begon. Dat is voor iemand die zichzelf als innovator ziet soms wel een worsteling. Je wordt natuurlijk ingehuurd om verandering door te voeren, maar de relevante mensen meekrijgen is nog niet zo makkelijk.

„Ik voelde me binnen die bedrijven altijd het buitenbeentje, maar dat vind ik niet per se onprettig. Het liefst duik ik even in een bepaalde omgeving en leer ik snel de mensen kennen zodat we samen oplossingen kunnen bedenken, en dan ben ik weer weg. Ik heb maximaal een jaar op één plek gewerkt, ik maak me graag overbodig. Misschien heeft het te maken met het feit dat ik bicultureel ben opgevoed. Ik pas me makkelijk aan.”