Recensie

Kröller-Müllers moeizame acceptatie van de moderne kunst

Tentoonstelling

Een expositie in Otterlo maakt duidelijk hoe Helene Kröller-Müller langzaam wende aan de vernieuwingen van Bart van der Leck.

Bart van der Leck: Brand. Caseïneverf op asbest, 1913 Kröller-Müller Museum

‘De verrassing’ noemde Helene Kröller-Müller in 1924 een zaal van een tentoonstelling van schilderijen uit haar eigen bezit. De expositie was ingericht in haar eigen huis aan het Lange Voorhout in Den Haag. Via zalen gewijd aan onder meer kubisten, impressionisten, en de negentiende-eeuwse Franse schilder Henri Fantin-Latour, bereikte de bezoeker op de eerste verdieping de ruimte met werken van Piet Mondriaan en Bart van der Leck. ‘Als je de kamer binnentreedt uit de Fantin kamer’, scheef Kröller-Müller in een brief aan haar vertrouweling Sem van Deventer, ‘dan voel je den overgang, den sprong van de oude in de nieuwe tijd’.

Moeizame acceptatie

Voor haar was de kunst van de ‘nieuwe tijd’ de opwindende productie van de nog maar zeven jaar eerder opgerichte kunstenaarsgroep rond het tijdschrift De Stijl, met Mondriaan als belangrijkste vertegenwoordiger. Die kunst werd dan ook opgevoerd als een ‘verrassing’, voor haarzelf net zo goed als voor de bezoekers van haar tentoonstelling. Bijna een eeuw later vertelt een fascinerende expositie in het Kröller-Müller Museum, aan de hand van werken van Van der Leck, en een paar van Mondriaan, uit de eigen collectie, het verhaal van Helene’s ruimhartige, maar soms moeizame acceptatie van de moderne kunst.

Mecenas en kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller in 1910. Kröller-Müller Museum

Bart van der Leck met dochter, circa 1915. RKD

Vooral Bart van der Leck (1876-1958) bekleedde een belangrijke positie in de verzamelactiviteit en het mecenaat van de steenrijke Kröller-Müller. Van 1912 tot 1918 ontving hij van haar een jaargeld in ruil voor zijn artistieke productie. Regelmatig voerde Van der Leck ook gerichte opdrachten uit voor zijn beschermvrouwe en het bedrijf van haar man Anton Kröller. Een reeks ter plaatse gemaakte schetsen van het werk in de mijnen van de firma Müller in Algerije leidde bijvoorbeeld tot een groot glas-in-loodraam voor het hoofdkantoor in Den Haag. Het bestaat uit veertien panelen die de mijnactiviteit in Afrika op een vereenvoudigde manier illustreren, gerangschikt rondom een uitbeelding van vier westers geklede mannen die aan bureaus zitten te schrijven en te telefoneren.

Alleen maar lijnen

Helene Kröller-Müller blijkt de ontwikkeling van Van der Lecks werk in de richting van steeds verdergaande abstractie soms maar moeizaam te hebben kunnen bijbenen. De expositie laat zien hoe de kunstenaar voorbereidende schetsen van bijvoorbeeld een busteportret van een vrouw, of een landman die een lastdier drijft, in verschillende stadia transformeert naar geometrische vormen en uiteindelijk slechts lijnen in primaire kleuren. Voor wie het resultaat te snel gaat, biedt bestudering van de voorbereiding houvast. Zo was het ook voor de verzamelaar, die in 1916 over de onderdelen van het zogenaamde ‘Mijntriptiek’ verzucht: ‘U zult mij zeker niet kwalijk nemen wanneer ik u zeg dat ik ze voorlopig nog niet kan zien’. Maar ze houdt moed als ze er aan toe voegt dat ‘misschien duidelijker zal worden, wat uwe bedoeling is geweest, wanneer ik ook uwe studies mocht hebben’. En enkele maanden later stelt ze vast dat ‘wij het maar aan de toekomst [moeten] overlaten, of een van ons weer van zienswijze verandert’.

‘Verversbaas’

En inderdaad zou de toekomst leren dat Bart van der Leck niet en Helene Kröller-Müller wel toegaf. De schilder, die zich ook niet meer wenste te laten inzetten als ‘verversbaas’ van interieurs van Helene’s ‘oude huizen’, experimenteerde lustig verder. De resultaten van zijn zoektocht en zijn artistieke wedijver met Mondriaan zouden enkele jaren komen te hangen in de privétentoonstelling aan het Lange Voorhout. Dat Kröller-Müller tegen die tijd ook overstag was en gegrepen door alle aspecten van de moderne kunst, blijkt misschien uit het feit dat ze de wanden van de zaal getiteld ‘de verrassing’ speciaal met witte doeken had laten bespannen. Nog tien jaar eerder had ze het moderne ‘gedoe van witte muren’ in Van der Lecks atelier met verbazing gadegeslagen.