Recensie

Koning Arthur in een wereld vol verarmde ridders en verwarde verliefden

Koning Arthur

Een nieuw boek over de Arthur-legenden biedt een magistrale blik op de rijke verbeeldingskracht in de Middeleeuwen.

Arthur zwaargewond op voorgrond. Een van zijn ridders gooit het zwaard in het water, waarna een mysterieuze hand dit grijpt. Uit 1320 Pierpont Morgan Library

Noem de naam Arthur en kinderen spitsen de oren. ‘Leuk! Een Arthur-verhaal!’. Best bijzonder, anderhalf millennium na zijn veronderstelde bestaan en 1000 jaar na zijn literaire geboorte. Alleen al daarom zijn de Arthur-legendes te beschouwen als een van de belangrijkste erfenissen van de middeleeuwen.

In zijn nieuwe Arthur-boek sleurt de Vlaamse middeleeuwse-literatuurhistoricus Jozef Janssens zijn lezers diep mee in die middeleeuwse wereld van ridders op betoverende queestes. Overal vliegende schaakborden, verarmde ridders in vervallen boshuisjes, zwaardbruggen, verwarde verliefden, wilde gevechten, vage muren van ondoordringbare lucht, onverwachte wonderhoorns, valse dwergen en natuurlijk: een steeds maar verdwijnende graalburcht.

Janssens boek biedt geen nieuwe feiten of interpretaties, maar wel een magistraal overzicht van dit onderdeel van de middeleeuwse verbeeldingskracht. En wat een verbeeldingskracht! De adembenemende middeleeuwse tekeningen in Janssens boek maken het beeld compleet: hier is een krachtige cultuur op zoek naar nieuwe wegen.

In de sterk hiërarchische middeleeuwse maatschappij was het idee van een ronde tafel bijna subversief

De verhalen over de charismatische vredestichter Arthur, die dappere ridders verenigt om een ronde tafel en hen uitstuurt over de wereld, zijn op zichzelf al prachtig. Maar de historische context van hun ontstaan in de elfde tot vijftiende eeuw maakt Arthur en zijn ridders nog fascinerender, en ook begrijpelijker. Zoals Janssens bijvoorbeeld schrijft over die Ronde Tafel: „Je mag niet uit het oog verliezen dat in de sterk hiërarchische indeling van de middeleeuwse maatschappij het idee van een dergelijke ronde tafel bijna subversief was.”

Arthur als vorst van vele rijken, vroeg 14de eeuw. Op zijn schild staat een afbeelding van de madonna. British Library

Beetje als in tv-soaps

Natuurlijk bestonden in die Hoge Middeleeuwen ook gekozen koningen (in het Koninkrijk Jeruzalem en Duitsland) en machtige stadsrepublieken (Venetië, Genoa) maar duidelijk wordt wel: in de Arthur-verhalen zien we een creatieve beschaving spelen met ongewone ideeën in een halfrealistische fantasiewereld. En een beetje hulp heeft een moderne lezer ook wel nodig, want die oude ‘romances’ zijn moeilijke kost geworden, door hun complexe symboliek, en vooral door het stijlelement van de entrelacement: de voortdurende afwisseling van verschillende verhaallijnen om spanning te creëren – een beetje als in een tv-soaps maar dan in kathedralen van proza.

En echte Arthur-verhalen waren het toen ook niet. Door moderne Arthur-verhalen als T.H. Whites boek The Once and Future King (1938-1958), of de film Monty Python and the Holy Grail (1975) zijn we gewend geraakt aan die grote koning als middelpunt. Maar de middeleeuwse cycli draaien om de avonturen van zijn ridders. De echte helden waren toen Gawayn (Walewijn), Lancelot, Galahad, Parcival, Erec enzovoorts. Het hof van Arthur is slechts setting.

Het oudste bekende Arthurverhaal staat in de elfde-eeuwse Welshe verhalencyclus Maboginon. Hoofdpersoon is de held Culwch die zijn oom en koning Arthur om hulp vraagt in het winnen van de liefde van de reuzendochter. Het is dan nog een vrij rauw en weinig hoofs verhaal vol plundering, verraad en doodslag. Rond 1200 is de cyclus met alle bekende elementen wel zo’n beetje compleet, maar de toon is dan in amper 50 jaar al weer flink veranderd, zo beschrijft Janssens. Aanvankelijk, rond 1150, is de boodschap het christelijke ridderideaal: moed en eer kunnen prima in christelijke context, als je maar de zwakken beschermt, vrouwen van afstand vereert en het gezag gehoorzaamt. Maar in de verhalen van rond 1200 is dat ideaal al weer ouderwets geworden. Daarin zijn de helden als Lancelot en Galahad haast échte monniken geworden die als hemelse ridders (chevalliers celestiels) slechts de goddelijke wet gehoorzamen en inmiddels diep besef hebben van de eigen zondigheid. Overwinning in het gevecht waarbij de tegenstander sterft wordt radicaal veroordeeld als hoogmoed – niet echt handig voor een ridder. Dáárom slaagt Parcival er ook nooit in om de graal te verwerven, hij is nog te veel een aardse chevallier terrien.

Arthur verslaat de reus van Mont Saint-Michel, rond 1455. Bibliothèque Nationale

Maar de verhalen blijven spannende fantasy en de populariteit lijdt er evenmin onder. Aan het einde van de hoofse riddertijd (ca. 1500) is er zelfs een Engelse kroonprins Arthur! Bijna was er een echte koning Arthur gekomen, maar de prins overlijdt voortijdig en zijn jongere broer wordt koning, als Hendrik VIII.

Vergeleken met de daverende fantasie van de hoogmiddeleeuwse Arthur-cyclus is het mogelijke bestaan van een historische Arthur nauwelijks nog interessant. Op grond van schamele verwijzingen in teksten uit de negende en tiende eeuw wordt er wel eens een Britse koning Arthur geplaatst in de vijfde of zesde eeuw, als partij in de strijd tussen binnenvallende Saksen en ‘autochtone’ Britse koninkrijken. Maar een paar jaar geleden heeft de mediëvist Guy Halsall (in zijn boek Worlds of Arthur) die ideeën over een historisch bestaan vrij overtuigend naar dromenland verbannen. Belangrijkste argument: voor zo’n leider van de Britten in de strijd tegen de Saksen was weinig te doen, want die ‘invasie’ was veel complexer dan het frame van veroveraars en wanhopige verdedigers. Janssens noemt dat boek niet maar schaart zich slechts ‘schoorvoetend’ in het kamp van een ooit werkelijk bestaande Arthur, en dan vooral omdat in de zesde en zevende eeuw in Wales en Schotland prinsen waren die Arthur heetten…

De verhalen over Arthur en zijn ridders veranderen mee met de cultuur en verspreiden zich snel over Europa. In Gent wordt al rond 1100 een adelszoon ‘Walawaynuys’ genoemd, een dan zeer ongewone naam. Dat moet wel een vernoeming zijn geweest naar rondetafelheld Walewijn, door een echte fan. In 1155 wordt het eerste grote verhaal in de (Franse) volkstaal geschreven, de Roman de Brut, en vanaf dan zal Arthur nooit meer weggaan.

Overspelige ontmoeting tussen Lancelot, ridder van de Ronde Tafel, en Guinevere, echtgenote van koning Arthur. Vroeg 14de eeuw. British Library