Recensie

Hoe te schrijven over mens en tech

Maxim Februari & Franklin Foer

Een essay over de grote techbedrijven en een roman vol verbeelding en humor: beide gaan over de wereld die gedomineerd wordt door technologie.

Illustratie Lars Zuidweg

Er is een geweldig essay uit 2014 over technologie met de sprekende kop: ‘Is the internet good or bad? Yes’. Het essay is geschreven door de Turks-Amerikaanse socioloog Zeynep Tufekci en het gaat over de Gezi Park-protesten in Istanbul. Zij liet zien hoe internet er voor zorgde dat de protesten zowel op gang kwamen als de kop werden ingedrukt. Internet is zowel een democratische accelerator als een middel voor extreme onderdrukking, zo betoogde ze.

Tufekci werd sindsdien een belangrijk schrijver, onder meer als columnist van The New York Times. Als essayist doorbrak ze een tegenstelling die het schrijven over technologie lang heeft gedomineerd: internet als het ultieme goed of internet als het ultieme kwaad. Het is in beide gevallen een verleidelijke simplificatie. In haar essay schreef ze: ‘Het is het allebei, in complexe nieuwe configuraties.’ Zowel goed als kwaad. Als dat niet de basishouding is, dan kom je geen steek verder in je denken.

De monopolies van deze bedrijven zijn volgens Foer een bedreiging voor onze privacy, voor onze sociale levens en voor het functioneren van de democratie

Nu zijn we aanbeland bij een reeks boeken die zich allemaal richten tegen Big Tech, de grote technologie-bedrijven. De jaren dat zij werden beschreven als voorlopers van de revolutie zijn voorbij. Vooral het trauma van Trump heeft er ingehakt. Het wordt Facebook en Google kwalijk genomen dat fake news zich snel verspreidde en dat Rusland met een bescheiden leger hackers de Amerikaanse verkiezingen kon beïnvloeden.

Oude stempel

Franklin Foer, de oudere broer van Joshua en Jonathan, was jaren een vooraanstaand redacteur van The New Republic. Hij verliet het tijdschrift toen hij ontslagen werd door de nieuwe eigenaar, Chris Hughes, tevens een van de oprichters van Facebook.

Nu is er Foers boek Ontzielde wereld. De existentiële dreiging van Big Tech. Hij is een journalist van de oude stempel. Zijn stijl is prachtig en het boek is een meeslepende geschiedschrijving van de opkomst van de vier grote techbedrijven. Of eigenlijk drie, want Apple krijgt in het boek lang niet zoveel slaag als Facebook, Google en Amazon (misschien is Foer erg blij met zijn MacBook). Helaas is hij ook ‘van de oude stempel’ in zijn opvattingen over technologie. Hoewel hij geregeld zegt dat er ook, zo nu en dan, handige uitvindingen voortkomen uit Silicon Valley, is zijn opvatting over technologie er een van dik hout zaagt men planken. De monopolies van deze bedrijven zijn volgens Foer een bedreiging voor onze privacy, voor onze sociale levens en voor het functioneren van de democratie.

Het probleem met die rode draad is niet dat hij ongelijk heeft. Maar die constatering is niet nieuw of interessant. Andere techschrijvers, zoals de eerder genoemde Zeynep Tufekci, zijn al veel verder in hun denken dan die constatering. Anders beginnen we weer met de vraag of internet goed of slecht is en die vraag is al lang beantwoord (‘ja’).

De vraag is hoe het nu verder moet. Wat moet er gebeuren tegen de macht de grote vier? Antwoorden daarop biedt Foer niet. In het laatste hoofdstuk stelt hij voor dat iedereen weer boeken gaat lezen, een hartverwarmend punt op zichzelf, maar ook een tikkeltje slaapverwekkend.

Schaamteloos

Veel interessanter is Maxim Februari’s nieuwe roman, met de sprankelende titel Klont. Dit verhaal draait om de opkomst en ondergang van de oplichter Alexei Krups. Hij is een professionele spreker die door het land trekt om te vertellen over de digitale toekomst. We lezen zijn verhaal in de eerste persoon en hij komt er in zijn hoofdstukken schaamteloos voor uit dat hij zijn publiek geeft wat het wil horen. Namelijk, een overzichtelijk verhaal.

Dat is ook meteen zijn probleem. Hij jat van alles bij elkaar en kneedt het tot een verhaal waar hij zelf nauwelijks in gelooft. Het succes is er niet minder om. Overal waar hij komt wordt hij bejubeld en uitgenodigd voor chique feestjes. Iedereen wil horen bij de visionair die houvast geeft in een ongrijpbare wereld.

Zijn bombastische visie richt zich op de klont uit de titel van het boek. Dat is een soort gezwel van data dat er met ons vandoor is gegaan en dat alle digitale voorspoed bedreigt. Het is een duistere versie van de cloud. Een oncontroleerbare homp waarin al onze persoonlijke informatie ligt opgeslagen en die voortdurend muteert. Niemand weet wat de klont precies is en daar maakt Krups gebruik van: ‘Het is een metafoor. Voor een wereld waarin we onze keuzes kwijt zijn’, en ‘het vreemde verschijnsel dat mensen nieuwe technologieën het liefst zien als vormen van overmacht. Acts of God. Zodat ze geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor de ideologie die daaraan ten grondslag ligt.’

De oplichter Krups beschrijft zijn wereldje maar al te zelfbewust. Het werkt goed als archetype. Er zijn veel schrijvers en sprekers die een eenvoudige kant in het debat kiezen en daar een lucratieve carrière mee opbouwen. In zekere zin is Franklin Foer ook een soort Krups. Net zo soepel plakt hij bestaande verhalen en theorieën aan elkaar tot een overzichtelijk doemscenario. Het resultaat is niet onwaar, maar een fopspeen.

Veel meer psychologie

Een andere verhaallijn in Klont is het leven van de cybersecurity-expert Bodo Klein, die op verzoek van een minister het verhaal van Krups ontmaskert. Dat verhaal wordt in de derde persoon verteld en daarbij permitteert Februari zich veel meer psychologie dan bij Krups. Dat komt ook omdat het verhaal van Klein zich afspeelt tegen de achtergrond van een familiebezoek.

Klein wordt geconfronteerd met natuurkrachten zoals een overstroming en een geboorte, waar hij eigenlijk niet mee om kan gaan. Het punt is helder, de wereld is niet zo eenduidig als een programmeertaal. Het werkt niet zo goed, het drama in het leven van Bodo Klein wordt een beetje weggeblazen door de satire van Alexei Krups.

Toch raas je er doorheen. Februari beheerst zijn materie volledig en schrijft met humor en verbeelding. Zijn roman laat goed zien wat Big Tech doet met mensen, op een veel betere manier dan de donderspeech uit de non-fictie van Foer.

Internet op zichzelf is niet goed of kwaad. Het is in eerste plaats wat mensen ervan maken. Mark Zuckerberg mag graag zeggen dat hij alleen maar de machine onderhoudt en dat het verder aan de gebruiker is om er iets mee te doen. Maar zo werkt het niet. Zuckerberg is ook een speler. Hij bepaalt wat de machine doet. Februari laat in zijn boek zien dat de wereld vol zit met Zuckerbergs. Er zijn opportunisten en vrijheidsstrijders, ook op internet.

Lees ook: Microsoft, Amazon en Alphabet blijven records breken en verwachtingen overtreffen, ook op ‘Super Thursday’. De omzet van Amazon steeg met maar liefst 34 procent..