Column

Haathumor

Zit er nog toekomst in het haatcabaret? De vraag kwam spontaan bij mij op toen ik de verslagen van het zoveelste Wilders-proces tot me nam. Weer zal het gaan over zijn lachende belofte aan een meute in een Haagse kroeg om minder, minder Marokkanen voor Nederland te regelen. Dat was in 2014, Wilders werd ervoor veroordeeld, maar kreeg geen straf. Nu is er een hoger beroep – aangezwengeld door het OM – waar niemand meer zin in heeft.

Groundhog Day: tijdens de regiezitting was alles weer als vanouds. Wilders trok de onpartijdigheid van de rechter in twijfel, omdat die eens een prijs uitreikte aan een studente die in haar vrije tijd niks van de PVV moest hebben. Advocaat Knoops, met wie ik een beetje medelijden begin te krijgen, zocht het maar weer eens in gewichtigheid: de veroordeling is een regelrechte aanslag op de vrije meningsuiting, een „juridische dolksteek”.

Veel maakt het niet meer los – en dát is eigenlijk het nieuws. Voor Geert Wilders moet het een verwarrende tijd zijn: ooit zette hij met zijn hatelijke uitzinnigheden half Nederland in een handomdraai op z’n kop. Tegenwoordig lijkt hij slachtoffer van zijn eigen succes. Een half jaar geleden rekende hij nog op de overname van heel Nederland (Schoon schip, eindelijk!), tegenwoordig vult hij zijn dagen met het bijhouden van het Twitter-account van Snoetje en Pluisje, twee poesjes die, ik ga op hun tweets af, geestelijk niet helemaal oké zijn. De Vice-documentaire die door de publieke omroep werd uitgezonden, trok nog geen 170 duizend kijkers. Publicitair is hij ingehaald door Thierry Baudet.

Maar de vraag is: is de formule uitgewerkt? Dit was het recept: je roept iets heel ergs – minder, minder – zodat alle brave weldenkenden op hun achterste benen gaan staan, dit kan niet, nu is ie echt te ver gegaan. Wanneer het koor van ontzetting oorverdovend wordt, en de aangifteformulieren op zijn, verklaar je jezelf tot slachtoffer van een heksenjacht, zodat je electoraat zich bevestigd ziet in de overtuiging dat men je keihard de mond wil snoeren. Hij wil alleen maar een probleem benoemen! Een dolkstoot!

Het werkte voor Wilders en, zeker, het werkte vorig jaar voor Trump. Werkt het hier nog steeds?

Zien we Wilders nog eens smalend pleiten voor een kopvoddentaks? Welnee. Zo gaat het met haatcabaret – op een gegeven moment weet niemand meer wat er te lachen viel. Je hebt mensen geschoffeerd en gestigmatiseerd, het land er verder mee verdeeld en verzuurd – verder gaat het nergens over.

Het zijn verbale uitzinnigheden waarmee ultrarechts de aandacht weet te trekken, en de hyperbolen worden steeds wilder en grotesker, maar de vermoeidheid heeft hier toegeslagen. Bovendien krijgen steeds meer mensen door dat je met halfgemeende opwinding alleen geen zaken kunt doen – al die quasi-ironische hysterie houd je in een coalitieland ver weg van de macht. Door zijn smadelijke minder, minder kreeg Wilders aandacht. Politiek heeft hij zich ermee buitenspel gezet.

Vorige week maakte publiciste Annabel Nanninga bekend dat ze voor Forum voor Democratie de Amsterdamse gemeenteraad in wil. In interviews slikte ze de hatelijke hyperbolen waarmee ze bekend werd snel in. Kort geleden verklaarde ze Amsterdam te verlaten omdat de stad „een onleefbare kutstad” was, en een „achterlijke faalput” een „crimineel grafgat”. Nu, in deze krant: „Nee, ik haat Amsterdam niet echt. Ik houd van deze stad, maar ik zie wel dingen gebeuren waar ik kwaad van word.” De aanhoudende ophef over het door haar gebruikte woord „dobbernegers” voor verdronken bootvluchtelingen in de Middellandse Zee, moet je ook anders zien: „Kwetsen is soms nodig om je punt te maken. Ik schreef dat stukje uit pure compassie voor die arme sloebers die verzuipen op zee.” Ook haar praktische oplossing voor die humanitaire ramp zal bedoeld zijn om ons geweten wakker te schudden: „Hopen dat de ebola een beetje doorpakt.’’

Lees ook Nanninga kwetst om een punt te maken, een portret van Nanninga.

In De Telegraaf mocht Nanninga uitleggen wat ze daadwerkelijk voor Amsterdam gaat doen. Behalve dat ze geen zwerfvuil meer wil zien en de erfpacht wil afschaffen, beloofde ze zich te verzetten tegen de „PVDA-maffia” (?!) De media, bang om opnieuw verrast te worden door een populistisch succes, zetten haar neer als een machtige belofte. Ikzelf zie de gedroomde opvolger van Gonny van Oudenallen.

Tegen The Post Online verklaarde D66-lijststrekker Reinier van Dantzig: „Een woord als ‘dobberneger’ zal in de Amsterdamse raad niet geaccepteerd worden.” Ik denk dat we het sowieso niet vaak meer zullen horen. Haathumor, lijkt het, heeft in Nederland z’n langste tijd gehad.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats

Correctie (28 oktober 2017): In een eerdere versie van deze column werd Gonny van Oudenallen per abuis Van den Oudenallen genoemd.