Komt er een griepwinter aan?

Griepvaccinatie

De WHO waarschuwt voor een zware griepwinter. Maar Nederlandse deskundigen halen er de schouders over op. ‘Griep is onvoorspelbaar.’

Ouderen in het Gelderse Wijchen krijgen een griepprik van hun huisarts. Foto Marcel van den Bergh

Op het zuidelijk halfrond loopt een hevige griepwinter op zijn eind. Er heerste daar een griepvirus waartegen het huidige griepvaccin niet goed beschermt. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde daarom eind september voor een griepwinter op het noordelijk halfrond, waar het virus naar kan overspringen zodra de winter hier begint. „Waarschijnlijk is de werkzaamheid van het griepvaccin suboptimaal”, stelt de VN-organisatie.

Dit griepvaccin spuiten de Nederlandse huisartsen de komende weken in de armen van zo’n 3 miljoen mensen. Die mensen reageren op een uitnodiging om de griepprik te komen halen. De meeste huisartsenpraktijken organiseren daar aparte, drukbezochte prikmiddagen voor.

Het vaccin dat beschermt tegen griep (officiële naam: influenza) wekt afweerstoffen op tegen drie voor het menselijk afweersysteem verschillende griepvirussen die het meest gangbaar zijn.

Tegenwoordig zijn dat een influenza B-virus, een influenza A H1N1 en een influenza A H3N2. Het is altijd afwachten welk van die drie griepvirussen in een winter gaat overheersen.

Meestal wint één van de drie en spelen beide andere in dat seizoen een ondergeschikte rol.

Lees ook het stuk van redacteur Lucas Brouwers over griep. Griep en verkoudheid slaan vooral ’s winters hard toe, ook doordat onze afweer in de winter minder actief is dan in de zomer.

Snel muteren

Het is ook altijd afwachten hoe de bestaande griepvirussen evolueren, onder druk van het virusdodende menselijke afweersysteem. Als het afweersysteem virussen slecht herkent, hebben die een veel grotere kans te overleven. Griepvirussen hebben daarom genen die snel muteren.

Op het zuidelijk halfrond overheerste de voorbije maanden een H3N2-virus dat was geëvolueerd tot een variant die wat afweek van het type waarop het vaccin was gericht.

De productie van een vaccin kost ongeveer een half jaar, en de beslissing over de samenstelling van het vaccin valt driekwart jaar voordat de griep uitbreekt. In februari van dit jaar is bepaald welke drie virusstammen er in het vaccin worden verwerkt dat de huisartsen nu gaan prikken.

Australië, gelegen op het zuidelijk halfrond, telde eind augustus, op de piek van de winterse griepgolf, 75 procent meer ziekenhuisopnamen door griep dan in elk van de drie jaren ervoor. Vooral 80-plussers en kinderen tussen de 5 en 9 leken te worden getroffen. Het H3N2-virus overheerste, maar in Australië waart ook een influenza B-virus rond dat nu, in de staart van de epidemie de overhand krijgt.

Weten we nu zeker dat wij hier, na een aantal slappe griepwinters, ziekenhuizen vol grieppatiënten krijgen?

Suboptimaal

Nee. Het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) nam begin oktober nog wel de waarschuwing van de WHO over. „De vaccinstam correspondeert niet ideaal met de H3N2-virussen die momenteel wereldwijd circuleren”, schreef het. „De werkzaamheid van het vaccin zal suboptimaal zijn, als de circulerende stammen lijken op die van het zuidelijk halfrond.”

Lees ook het stuk over het griepvirus in 2015. Toen ontsnapte het virus aan het vaccin

Maar die laatste toevoeging is precies de reden waarom twee Nederlandse griepdeskundigen niet koud of warm worden van het griepalarm. „Het kan net zo goed een winter met een H1N1-virus worden. Het is veel te kort door de bocht om te zeggen dat we hier krijgen wat er op het zuidelijk halfrond gebeurt”, zegt Guus Rimmelzwaan, hoogleraar virologie aan het Erasmus MC. En Jaap van Dissel, hoogleraar infectieziekten in Leiden en directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM: „Influenza is onvoorspelbaar. We weten niet of komende winter H3N2, H1N1 of B zal overheersen.”

Wat nu op het zuidelijk halfrond gebeurt, is een aanwijzing. Rimmelzwaan: „Maar je kunt ook zeggen dat ze op het zuidelijk halfrond meemaken wat we een half jaar geleden al hebben gehad. Het is een kip-of-ei-kwestie”, zegt Rimmelzwaan. De afgelopen jaren wisselden de H3N2- en H1N1-overheersing elkaar om de een à twee jaar af in Nederland. Vorig jaar was er een H3N2-griepwinter in heel Europa. Rimmelzwaan: „Dus nee, ik ga niet zeggen dat we deze winter een flinke griepgolf krijgen.”

Niet uitzonderlijk

Dat het vaccin eventueel matig beschermt tegen het in het zuiden circulerende H3N2-virus is vervelend, maar Van Dissel wijst er op dat zo’n ‘vaccin-mismatch’ niet uitzonderlijk is. „Een publicatie over het griepvaccin in Nederland stelde begin dit jaar dat in zeven van de elf jaar tussen 2003 en 2014 er een mismatch was tussen een van de circulerende virussen en het vaccin. Het is moeilijk om bijna een jaar van te voren een goede vaccinstam te kiezen.”

Daarbij komt: het vaccin tegen H3N2 is altijd al een stuk minder effectief dan dat tegen H1N1. Virologen weten hoe dat komt. Rimmelzwaan: „Alle circulerende H1N1-virussen zijn nakomelingen van het virus dat in 2009 de pandemie van Mexicaanse griep veroorzaakte. De genetische variatie is nog bescheiden. H3N2-virussen zijn nakomelingen van het virus dat in 1968 de Hongkong-griep veroorzaakte. Van dat virus bestaan veel meer genetische varianten. Het is moeilijk één virusstam te vinden die in een vaccin een brede bescherming biedt tegen alle virusvarianten.”

Correctie (27 oktober 2017): In een eerdere versie van dit artikel stond dat drie miljoen mensen een oproep krijgen voor de griepprik, maar dat zijn er ongeveer zes miljoen.