Recensie

Gelouterd verhaal over de nasleep van Irak

In 2003 bemande Brian Van Reet een van de Amerikaanse tanks die Irak binnenvielen. Hij deed er veertien jaar over om zijn ervaringen literair vorm te geven; daarmee is hij niet de eerste en hopelijk ook niet de laatste Amerikaanse ex-militair die de gruwel, de zinloosheid en het dodelijke onbenul van die operatie toont.

Zijn Buit is minder poëtisch dan Kevin Powers’ De gele vogels en bevat minder dodelijk cynisme dan Phil Klays Oorlogsverhalen. Maar het boek is niet minder indrukwekkend en onderscheidt zich van die voorgangers door wat meer reflectie op de gevolgen van die oorlog en vooral door meer nuance in de beschrijving van de personages die er deel aan hadden.

Centraal in het verhaal staat een hinderlaag, in het sterke openingshoofdstuk beschreven, waarvan drie Amerikanen het slachtoffer zijn. Zij worden vervolgens door een ontluikende IS-achtige organisatie gevangen gehouden en met de dood bedreigd. De gruwel van de aanslag en de nasleep worden beschreven vanuit drie perspectieven, waarvan dat van de Amerikaanse soldaat Sleed hoofdzakelijk nodig is om het verhaal verder te helpen.

Essentiëler zijn de twee andere personages. De belangrijkste daarvan is de negentienjarige Cassandra Wigheard, die dienst heeft genomen op haar zeventiende; zij is lange tijd de enige overlevende van de aanslag en wordt gevangen gehouden op een voor haar onbekende plek. Ze is, jong als ze is, al vol van twijfel over het nut van de operatie en de motivatie van haar landgenoten.

In zijn weergave van het derde personage, dat van Abu al-Hool, moet de auteur een moeilijker klus klaren: aantonen hoe een Egyptische veteraan van de oorlog in Afghanistan tegen de Russen, langzamerhand vervreemdt van het groeiende fanatisme en de meedogenloze moordlust van zijn kameraden en hoe hem dat uiteindelijk brengt tot anoniem verraad. ‘We zijn niet in Afghanistan om te strijden, maar om te trainen voor de strijd elders’, is hem al lang geleden duidelijk gemaakt. Toch lukt het hem steeds minder daarin de rechtvaardiging voor al die gruwel te vinden.

Van Reet is een debutant, maar hij schrijft als een gelouterd auteur: lenig, beeldend en duidelijk met een grote kennis van zaken. Vooral de hoofdstukken waarin Cassandra’s gevangenschap wordt beschreven, zijn zo indringend dat de lezer zich deelgenoot voelt van haar claustrofobie.

Er zijn memorabele scènes, zoals die waarin Cassandra zich de reacties van de mannen in haar eenheid herinnert wanneer ze doorhebben dat haar partner een vrouw is. Ook de gruwel van de jihadist die ontdekt dat ze ongesteld is wanneer hij op het punt staat haar in haar cel te verkrachten is treffend verwoord.

In de monologen van Abu al-Hool heeft Van Reet veel uitleg nodig, die uiterst leerzaam is en de roman zijn verhelderende nuance geeft. Helaas, in roman-technisch opzicht doet dat teveel aan exposé zijn verhaal weer niet goed. Een boek hoeft niet ‘leerzaam’ te zijn om geslaagd te zijn. Maar dat oorlog, om het maar simpel samen te vatten, gevochten wordt door mensen met hun eigen angst, twijfels en littekens, maakt Van Reet ondubbelzinnig duidelijk. Buit ontleent zijn kracht in grote mate aan het vermogen van de auteur de strijders aan beide zijden een menselijk gezicht te geven.