Opinie

Extreem-rechts was nooit ver weg

Nu de anti-immigratiepartij AfD in de Bundestag zit, is het volgens tijd opnieuw kennis te nemen van de rijke anti-fascistische traditie die Duitsland kent.

Foto Reuters

Na het verlies van Angela Merkels CDU en de winst van de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD), vorige maand tijdens de Duitse verkiezingen, sleten de populismeduiders ons dezelfde verklaring als na Trump, Brexit en al die andere onfortuinlijk verlopen verkiezingen en referenda. De gewoon genoemde man ziet zijn economische positie allengs wankeler worden en wil zich niet langer door moralistische intelligentsia laten betuttelen. ‘Noem ze vooral géén fascisten!’, klinkt het alom, we zouden te maken hebben met reëel maatschappelijk onbehagen.

Die verklaring is onzin, zeker in het geval van de Duitse verkiezingen. Neem de economische onzekerheid. Het oosten van Duitsland, waar de AfD het meeste succes boekte, loopt inderdaad economisch nog altijd op het westen achter. Maar dat was twintig jaar geleden ook al het geval en toen stemden de Oost-Duitsers nauwelijks op een extreem-rechtse partij. Het gaat in het oosten momenteel juist economisch de goede kant op: de werkloosheid is er nog nooit zo laag geweest, de lonen stijgen. Van alle Duitse deelstaten boekte Saksen, waar de AfD de meeste stemmen haalde, in 2016 zelfs de op één na hoogste economische groei.

Dan de intellectuele bevoogding. In Duitsland heet die, gezien het verleden, erg sterk te zijn. Ontzeg je mensen hun nationale identiteit, zo luidt de redenering, dan gaan zij natuurlijk op een partij stemmen die pleit voor rehabilitatie van de Wehrmacht. Die aanname klopt niet. Er heeft in West-Duitsland een verwerking van het nationaal-socialisme plaatsgevonden. Maar die begon laat, aan het einde van de jaren zestig, en stootte op hardnekkige weerstand. Dat is daarna niet veranderd. Telkens weer stonden invloedrijke figuren op die Auschwitz relativeerden en stelden dat de smet op het Duitse blazoen niet te groot mocht worden. Het revisionisme van de AfD is daar eerder een voortzetting van, dan een breuk met een vermeend taboe.

Adenauer liet hele hordes veroordeelde nazi’s en militairen van de Wehrmacht vrij

In sommige gevallen heeft de verwerking van het Duitse verleden tot een negatief nationaal zelfbeeld geleid, maar dat beeld was nooit het enige nationale zelfbeeld. De afgelopen twintig jaar is het zelfs behoorlijk uit de mode geraakt. Sinds de regering van Gerhard Schröder (1998-2005) domineert het beeld van een natie die van het troebele verleden heeft geleerd en nu als een zelfbewust moreel baken in de wereld staat. Sla er de toespraken van de laatste Duitse bondspresident uit de afgelopen jaren maar op na, of kijk naar Der Untergang (2004), over de laatste dagen van Hitler en de slag om Berlijn. Aan het einde van de film zijn alle nazi’s dood en rijdt Hitlers jonge secretaresse op een fiets de stralende middagzon tegemoet, met een gevlucht jongetje op haar bagagedrager – wiser, maar niet eens zoveel sadder.

De verwerking van het verleden speelt dus voor het huidige nationale zelfbeeld wel degelijk een rol, maar die rol is positief. Daar komt nog bij dat die verwerking zich tot West-Duitsland beperkte. De voormalige DDR beschouwde zichzelf als tegenpool van het Derde Rijk en ontsloeg zichzelf daarmee van elke historische verantwoordelijkheid. De fascisten – dat waren de Duitsers in het westen. Niet voor niets legitimeerde de Oost-Duitse regering de Berlijnse Muur als Antifaschistischer Schutzwall. Wie een verklaring zoekt voor het relatief grote succes van de AfD in Oost-Duitsland, kan zich beter daar mee bezighouden.

Maar vermoedelijk is de nadruk die de populismeduiders leggen op het grote verschil tussen Oost- en West-Duitsland niet meer dan een bliksemafleider. Ook in sommige regio’s in West-Duitsland kwam de AfD op gelijke hoogte met de CDU of de Beierse zusterpartij CSU. Wie een betere verklaring voor het succes van de AfD zoekt, begint bij Franz Josef Strauss, één van de belangrijkste politici in het naoorlogse West-Duitsland, die stelde dat er geen plaats voor een partij rechts van de CDU/CSU mocht zijn.

Zijn uitspraak was geen waarschuwing, zoals doorgaans wordt gedacht. Het was veeleer een opdracht aan de CDU/CSU om rechts-extremistische tendensen in Duitsland zo goed mogelijk te kanaliseren. De CDU/CSU heeft dat daadwerkelijk altijd gedaan. Konrad Adenauer, de eerste kanselier van het naoorlogse West-Duitsland, liet hele hordes veroordeelde nazi’s en militairen van de Wehrmacht vrij en zette die vervolgens zonder enige gêne in om het leger en de geheime diensten op te bouwen. Hij ging coalities aan met partijen die openlijk ageerden tegen de zogenaamde denazificatie, het geallieerde beleid om nazi’s uit openbare ambten en publieke functies te zetten. Ook weigerde hij af te zien van Duitslands claim op gebieden in het naoorlogse Polen en de Sovjet-Unie.

Het gaat hier niet om een stel geflipte kale koppen, maar om professoren, ondernemers en journalisten

Voormalige leden van de NSDAP mochten zonder belemmering lid worden van de CDU/CSU en met Kurt Georg Kiesinger maakte de partij zelfs een voormalige nazi kanselier. Zeker, de CDU/CSU heeft zich altijd ingezet voor integratie van Duitsland in de NAVO en de Europese Gemeenschap en daarmee gecollaboreerd met wat extreem-rechts in Duitsland als bezettingsmachten beschouwde. Maar die politiek kreeg een legitimatie mee die correspondeerde met de ambities van extreem-rechts, namelijk: voorkomen dat geheel Duitsland communistisch werd. Het is geen toeval dat de communistische KPD in West-Duitsland verboden werd.

Deze politiek werd onder Helmut Kohl voortgezet. Bij zijn aantreden als kanselier, in het begin van de jaren tachtig, kondigde hij ondubbelzinnig aan het aantal ‘gastarbeiders’ te willen ‘reduceren’. Hij overwoog zelfs de invoering van zogenaamd afscheidsgeld van omgerekend circa 5.400 euro. Ook deinsde Kohl er niet voor terug samen met president Reagan een krans te leggen op de oorlogsbegraafplaats in Bitburg, waar leden van de Waffen-SS begraven liggen. Tijdens Kohls regeringsperiode steeg het aantal gevallen van extreem-rechts geweld spectaculair. Net na de val van de Muur werden in Hoyerswerda en Rostock, onder de enthousiaste bijval van honderden omstanders, huizen van mensen van kleur in brand gestoken. In 1992 kwamen er in totaal 25 mensen bij extreem-rechtse aanslagen om het leven.

Waar de CDU/CSU in het linkse terrorisme van de jaren zeventig nog een aanleiding had gevonden om te pleiten voor een tijdelijke opheffing van de rechtsstaat, vormde de terreur van extreem-rechts voor Kohl geen enkele reden tot justitieel alarmisme. Wel beperkte hij het recht op asiel drastisch. De attitude van laissez-faire ten opzichte van rechts-extremisme combineerde Kohl met een aartsconservatieve houding waar het sociale en culturele vragen betrof. Alles met één doel: rechts van het midden moest binnen de boot blijven.

Met die kanalisatiepolitiek heeft Angela Merkel gebroken, uit strategische overwegingen. Dat had alles te maken met de nachtmerrie die de regering-Schröder voor de Duitse christen-democraten was. Deze coalitie van SPD en Groenen betekende voor de CDU/CSU dat er communisten, hippies en (brrrr!) feministes aan de macht waren. Toen het de Beierse conservatief Edmund Stoiber net niet lukte om een tweede regeerperiode van Schröder te dwarsbomen, begreep Merkel dat haar partij zich liberaler moest gaan opstellen om de macht te heroveren. Daarom nam ze wezenlijke punten van links over: ze voerde het minimumloon en het homohuwelijk in, zorgde voor een riant ouderschapsverlof, brak met kernenergie en deed dingen met het klimaat.

Lees ook drie recensies van boeken die de opkomst van AfD proberen te duiden: Tegen de ondergang van het Avondland.

Merkel is niet de linkse droom die haar tegenstanders denken dat ze is. Nog niet zo lang geleden verklaarde ze de multiculturele samenleving dood. Ook voerde ze geen actief beleid tegen extreem-rechtse terreur, hoewel onder haar bewind aan het licht kwam dat de politie en de geheime diensten de terreurgroep Nationalsozialistische Untergrund (NSU) min of meer onder hun neuzen hun moorddadige gang hebben laten gaan. Haar beslissingen in de vluchtelingencrisis van 2015 werden ingegeven door pragmatisme en gevolgd door rigide uitzettingen. Toch, vergeleken bij haar christen-democratische voorgangers is Merkel een progressieve figuur. Ze weet, met name in de internationale politiek, ook handig gebruik te maken van de nieuwe notie van Duitsland als gelouterde natie, waardoor ze als een bastion van empathie en redelijkheid afsteekt naast afschuwelijke leiders in de VS, Polen, Hongarije, Turkije en Rusland. En ze is ook nog een vrouw.

De strategie heeft gewerkt; Merkel is inmiddels twaalf jaar aan de macht en maakt zich nu op voor een vierde regeringsperiode. Maar ze heeft er bij de laatste verkiezingen wel een prijs voor moeten betalen: haar partij is kwetsbaar op de rechtervleugel. Dat werd begin dit jaar duidelijk, toen Erika Steinbach haar lidmaatschap van de CDU definitief opzegde. Merkel, zei Steinbach, zou door middel van een ‘ongecontroleerde toestroom’ vluchtelingen proberen de Duitse maatschappij te ondermijnen.

Die motivatie, in de beste traditie van fascistische complottheorieën, kwam niet als een verrassing: Steinbach was jarenlang voorzitter van de Bund der Vertriebenen, de invloedrijke belangenorganisatie van Duitsers die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit het oosten van Europa voor het Rode Leger zijn gevlucht. Deze aartsconservatieve club heeft nog altijd moeite met de grenzen van het huidige Duitsland en zinspeelt steeds weer op herstelbetalingen uit Oost-Europa. Als voorzitter stelde Steinbach het lot van de Duitse vluchtelingen gelijk aan het lot van de slachtoffers van het nationaal-socialisme. Ook polemiseerde ze tegen het homohuwelijk en probeerde klimaatscepsis in haar partij salonfähig te maken.

Dit alles weerhield Steinbach er niet van ruim vijfentwintig jaar in de Bundestag te zitten. Ze zat zelfs in het bestuur van haar partij. Dat deze vrouw en het Duitsland dat ze representeert niet langer in de CDU/CSU thuis zijn, verklaart het succes van de AfD. Het is geen toeval dat die partij de meeste stemmen kreeg van mensen die voorheen op de christen-democraten stemden of die de afgelopen jaren thuis bleven. De extreem-rechtse tendensen die de partij zo lang succesvol wist te kanaliseren, lopen nu hun eigen loop. Waarheen is ongewis.

Maar vergis u niet: het gaat hier niet om een stel geflipte kale koppen, maar om professoren, ondernemers en journalisten wier netwerken diep doordringen in de instituties van de Duitse democratie. Ze kunnen het land veranderen. Bovendien laat de geschiedenis van de NSU zien dat extreem-rechts in Duitsland over goed bewapende organisaties beschikt die op sympathie bij de politie en de geheime dienst kunnen rekenen. Het aantal aanslagen op mensen van kleur, activisten en politici is sinds de afgelopen jaren alleen maar gestegen.

Extreem-rechts is in onze windstreken overal aan de winnende hand, maar als het in het machtigste land van Europa wint, is het met onze democratie, onze welvaart en uiteindelijk onze vrede echt gedaan. De vraag is hoe daarmee om te gaan. In elk geval kunnen we het ons niet langer permitteren te luisteren naar de zelfgenoegzame one size fits all verklaringen van de populismeduiders. Het is tijd opnieuw kennis te nemen van de rijke anti-fascistische traditie die Duitsland kent. Om Hannah Arendt te herlezen, Adorno en Klaus Theweleit. Het is tijd om een serieuze discussie te houden over Quel che resta di Auschwitz (‘Wat van Auschwitz blijft’) van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben en te beseffen dat de Shoah niet de breuk in de beschaving was die we er doorgaans in zien, maar er uit voortgekomen is. En het is tijd om naar de verhalen van Duitsers van kleur te gaan luisteren. Wanneer gaan we de poëzie van May Ayim lezen? De romans van Melinda Nadj Anbonji? Wanneer komen er interviews met een activist als Ali Can of een journaliste als Nkechi Madubuko? We zouden zomaar eens een gevoel kunnen ontwikkelen voor maatschappelijk onbehagen dat daadwerkelijk reëel is.

De opinie-auteur beschrijft in dit stuk de AfD als ‘extreem-rechts’. NRC beschrijft deze partij als ‘rechts-nationalistisch’.

Correctie 31-10-2017: in een eerdere versie stond dat de communistische KPD de enige partij was die verboden werd (na de oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland). Dat is niet correct. In 1952 werd ook de neonazistische Sozialistische Reichspartei door het Bundesverfassungsgericht verboden.

Lees hier meer over dit onderscheid: Hoe extreem is rechts in Europa?