Recensie

Energiek en onnavolgbaar staat Herman van Veen in Carré

Pop Herman van Veen staat nog altijd met grote energie op het podium. Donderdagavond was het eerste van in totaal 31 optredens in Carré. Na drie toegiften volgde nóg een toegift.

Deze voorstelling voelt persoonlijker dan Van Veens vorige shows. Foto Maarten Ederveen

Hoe vaak je Herman van Veen ook hebt zien optreden, hij blijft een fenomeen. Van Veen (72) brengt een wonderlijke combinatie van romantische chansons, poëzie en clowneske slapstick, afgewisseld met persoonlijke anekdotes en wijsheden („Ouder worden gaat vanzelf en ook vanzelf weer over”). Hij is energiek, grappig, ontroerend en soms onnavolgbaar, maar doet alles met zoveel overgave en vakmanschap dat zijn werk een enorme urgentie uitstraalt.

Met zijn 72 jaar staat Herman van Veen bovendien nog altijd met grote energie op het toneel. Tijdens het eerste van 31 optredens die hij dit najaar doet in Carré, danst en rent hij over het podium, om het volgende moment weer een verstild liedje te zingen voor de microfoon. Hij wordt hierin gesteund door zijn fantastische muzikanten. Met de meesten van hen, onder wie gitarist Edith Leerkes en violist Jannemien Cnossen, werkt Van Veen al lang samen en dat merk je. Hoewel niet alle liedteksten op papier even sterk zijn, maken de verrassende arrangementen en de sterke uitvoering veel goed.

Ontroerende anekdotes

Deze voorstelling voelt persoonlijker dan Van Veens vorige shows. Misschien komt dat doordat Van Veen veel herinneringen ophaalt. Zo vertelt hij ontroerende anekdotes over zijn eerste kus, zijn Utrechtse vader die bij het volkstoneel speelde en zijn mislukte auditie bij Jacques Brel. Ook leren we dat hij de tekst van de titelsong van Ciske de Rat heeft geschreven (‘Krijg toch allemaal de kolere’). Het is bevreemdend om Herman van Veen dit lied – dat we zo goed kennen van Danny de Munk – te horen zingen en alleen deze uitvoering maakt een bezoekje aan Carré al meer dan de moeite waard.

Hoewel Van Veen vooral bekend staat om zijn chansons, wisselt hij klassiekers als ‘Anne’ en ‘Liefde van later’ in deze voorstelling af met politiek getinte liedjes. Hij zingt een kritisch maar ontroerend lied over een overheid die zelfs ons liefdesleven kent en klaagt de goden aan die homoseksualiteit zouden verbieden.

Meest indrukwekkend om te zien is hoe Van Veen, na ruim twee uur spelen, nog met volle overgave een ode aan Carré zingt achter de piano. Van Veen staat bekend om zijn grote hoeveelheid toegiften; als je denkt dat hij uitgespeeld is, kan hij toch nog onverwacht terugkomen. Na drie toegiften liep Van Veen donderdagavond door de zaal naar de foyer, als teken dat dit écht de laatste toegift was. Maar toen een kleine schare trouwe fans bleef klappen, ging na een kwartier het doek weer op. Van Veen stond opeens weer op het toneel en zong nog een prachtig slotlied. Zoiets maak je alleen bij Herman van Veen mee.