‘Elk café in Amsterdam is onmisbaar’

Bruine kroeg

Steeds meer cafeetjes verdwijnen, ook in de grote stad. Midas Dekkers ziet het met leedwezen aan. „Het buurtcafé is de hemel tussen werk en thuis.”

Schrijver Midas Dekkers voor café De Druif: „Er zou een Natuurmonumenten voor de kleine kroeg moeten komen.” Foto Remco Koers

Elke keer als schrijver en bioloog Midas Dekkers (1946) een bruin café binnengaat, voelt hij zich „geborgen en veilig” en springt „mijn ziel op”. Het is de blik van de bioloog die hem deed besluiten een loflied te schrijven op de buurtkroeg annex huiskamercafé, want ze „verdwijnen in angstwekkend hoog tempo en als ze eenmaal weg zijn, keren ze nooit terug”. En met zijn schrijvershand legde hij tal van Amsterdamse cafés en ook de kleine cafés elders in het land vast in het prachtige boek Volledige vergunning.

Dekkers kiest café en likeurstokerij De Druif uit 1631 aan het Rapenburgerplein, een van de oudste en nog authentieke cafés van de stad, om een enkel glas te drinken „nu we er toch zijn”. Vanaf de opkamer kijken we het café in met zijn volheid aan flessen, de glazen jeneverkraan en muurversiering. Op tafel ligt een hoogpolig Perzisch kleedje. „In Amsterdam en elders in ons land gaat het licht uit in zo’n vier buurtkroegen per week en komen er vier eetgelegenheden voor in de plaats”, betoogt Dekkers. „Onder dwang van lifestyle-deskundigen met hun gezondheidsterreur moet alles open, wit en licht zijn, zoals in mediterrane landen. Lifestyle en bruine kroeg staan op gespannen voet met elkaar. Buurtcafés zijn onmisbaar voor de sociale structuur. Het is de hemel tussen werk en thuis. Vrouwen zijn er veilig, want de controle tussen de stamgasten is groot.”

Het ouderlijk huis was Dekkers eerste café; hij groeide op in café-restaurant De Munttoren aan het Muntplein, dat nu veranderd is in Pasta Factory. Dekkers: „Al dat hardlopen is onzin als je veel beter naar het café om de hoek kunt gaan, ideaal tegen stress en depressies. Ik zie het lichaam als onderzetter van de geest, en juist de geest is gelukkig af in het bruine café. Daar heerst de sfeer als van schemer en herfst, waardoor je alle gelegenheid krijgt te overpeinzen, het leven te overdenken en met verwante zielen te praten.”

Al jarenlang „verzamel ik cafés”, zoals Dekkers het noemt. In kaartsystemen legt hij zijn bevindingen vast. Zo is café Karpershoek tegenover het Centraal Station (bekend van de leuze Kopje Koffie Karpershoek in de kroonlijst) in handen van Tours & Tickets verworden tot een „plek om massa’s toeristen uit te laden”. Met spijt constateert hij dat het drankorgel, de opeenstapeling van fusten, doormidden is gezaagd en „tegen de wand geplakt; allemaal nep dus”. Geliefde cafés voor Dekkers zijn het Bruine Paard aan de Prinsengracht, De Werf bij de Oosterkerk, De Vriendschap op de Nieuwmarkt, Hoppe en De Zwart aan het Spui, Pleinzicht aan het Javaplein, Welling achter het Concertgebouw en Het Doktertje vlakbij het Begijnhof. De vorm van Volledige vergunning stelde Dekkers voor enige problemen. Hij wilde geen catalogus van cafés, evenmin een boek over drank en dronkenschap, integendeel: „Ik houd niet van dronkenschappen en een bruin café, zoals God het heeft bedoeld, is geen oord van vermaak. Het is er zoals diep in het woud waar het schemert. Een café is een ecosysteem waar alles met alles samenhangt. De kastelein aan de ene zijde van de toog, de klant aan de andere. Uit mijn jeugd herinner ik me kasteleinsvrouw Tante Stien die met scherp oog waakte over het welzijn van haar klandizie. Een café is een anker in de voortwoelende tijd. De tijd staat er stil. Op mijn verzameltochten door Nederland ontdekte ik de teloorgang van tal van cafés. Dat is een slecht teken: een dorp met vijf cafés en een apotheek is beter af dan een met vijf apothekers en een café.”

De bruine kroeg keert zich dapper tegen de tijdgeest. Er heerst een saamhorigheid die nergens anders is te vinden, en daarom is een kroeg onmisbaar om de ziel in stad of dorp te behouden. Dekkers: „Er zou een Natuurmonumenten voor de kleine kroeg moeten komen. In het café vieren we het menselijke tekort, en daarom is elk cafeetje onmisbaar.”

Midas Dekkers: Volledige vergunning. Uitg. Bas Lubberhuizen, 256 blz. met 45 foto’s, € 19,99.