Een oppas in eigen taal

Op vakantie moederziel alleen een prachtige zonsondergang bewonderen, terwijl partner en kind in het hotel zijn achtergebleven. Het overkwam Ela Slutski (46) omdat ze op haar vakantieadres geen geschikte oppas kon vinden.

Slutski is de bedenker en directeur van Holiday Sitters. Een internetplatform waarop meertalige babysitters hun diensten aanbieden. „De meeste oppasservices zijn lokaal georiënteerd. Met Holiday Sitters bieden we buitenlandse gezinnen een babysitter aan die dezelfde taal spreekt als hun kind.”

De Amsterdamse startup bestaat een jaar en biedt sinds deze maand ook in Rotterdam haar diensten aan. Een logische sta, volgens Slutski, omdat Rotterdam een toeristische groeistad is en er veel expats wonen. Op die groep richt Holiday Sitters zich vooral, want „dat zijn terugkerende klanten. Toeristen en zakenlui boeken meestal maar één keer”, aldus Slutski.

Het belang van veiligheid is groot, legt medeoprichter en financieel directeur Galit Bauer (42) uit: „Ouders vertrouwen ons hun kinderen toe”. Dus ondergaan potentiële babysitters een grondige screening voordat ze toe mogen treden tot de club. Op papier, online en in levende lijve.

De meeste babysitters zijn internationale studenten. Ze zijn vrouw, boven de achttien jaar en spreken meer dan een taal vloeiend. Inmiddels heeft Holiday Sitters meer dan honderd oppassers in huis die samen eenentwintig talen spreken, vooral Engels, Frans, Spaans en Duits.

Ouder en oppas vinden elkaar op de website van Holiday Sitters. Van tevoren bekijkt de ouder een persoonlijke videoboodschap van de oppas in spe. Eventueel spreken ze af voor een online kennismaking in de chatroom. Goedgekeurde oppassers worden per drie uur geboekt voor een prijs van vijftien euro per uur, exclusief btw.

Om Holiday Sitters op te kunnen richten, zegden de twee Israeliërs hun banen op en investeerden het eigen spaargeld. Slutski: „We wilden ons idee eerst toetsen en er blijkt vraag naar te zijn. Daarom zijn we nu in gesprek met enkele investeerders om verder op te kunnen schalen, ook in het buitenland.”