De terugkeer van Midden-Europa

Europa-correspondent Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa

West-Europeanen hebben vaak de neiging om alles wat enigszins oostelijk ligt, ‘Oost-Europa’ te noemen. Voor een Nederlander of Fransman zijn de tien landen die in 2004 lid werden van de EU, allemaal ‘Oost-Europa’. De Visegrad-groep van vier landen – Polen, Hongarije, Slowakije en Tsjechië – wordt eveneens vaak zo aangeduid. Ook de felle ruzies binnen de EU, over de herverdeling van vluchtelingen of de detachering van arbeiders, worden regelmatig gecast als ‘Oost versus West’.

Maar de laatste tijd maak je steeds vaker mee dat iemand je corrigeert als je ‘Oost-Europa’ zegt. Een Oostenrijker, Sloveen, Slowaak of Tsjech wacht niet tot je bent uitgesproken maar corrigeert je middenin de zin door met nadruk te zeggen: ‘Midden-Europa’ (soms zeggen ze: ‘Centraal-Europa’). De Midden-Europeaan kun je makkelijk herkennen doordat hij het label ‘Oost-Europa’ afwijst.

Wat je hier ziet, is niet de wederopstanding van het Habsburgse Rijk, dat in de Eerste Wereldoorlog ten onder ging: veel Midden-Europese landen zijn nog altijd allergisch voor elk zweem van Oostenrijkse overheersing. Een Oostenrijkse poging om na de val van de Muur een club van Donaulanden op te zetten, liep spaak puur omdat die in Wenen was uitgedokterd. Toch heeft het nieuwe Midden-Europese bewustzijn in de geest wel iets van Habsburg. Habsburg was een echt rijk van het midden, de omringende machtsblokken waren destijds Frankrijk, Duitsland, Rusland en Turkije. Die blokken zijn terug. Als reactie daarop doemen ook de contouren van Midden-Europa weer langzaam uit de mist op.

Tijdens de Koude Oorlog verdween Midden-Europa, behalve Oostenrijk, achter het IJzeren Gordijn. Decennialang was er geen midden meer. Maar nu zelfs de herinnering aan het Gordijn vervaagt, floreren oude culturele, zakelijke en familiebanden weer zoals in de Habsburgse tijd. Je vindt Oostenrijkse pompstations en supermarkten op de hele Balkan. De beste Italiaanse bibliotheek zit in Zagreb. De Tsjechische familie Schwarzenberg is een van de grootste huizenbezitters van Wenen. Niemand weet precies waar Midden-Europa begint en eindigt. Maar één ding kun je veilig zeggen: bij die andere machtscentra hoort het niet. De Hongaarse schrijver György Konrád zei eens dat Midden-Europa een Weltanschauung is, niet een Staatsangehörigkeit.

Die kijk op de wereld gaat een stem krijgen in de EU. Na Brexit verschuift Europa’s geografische centrum oostwaarts. Het hart ligt ergens tussen München, Praag en Wenen. In Oostenrijk woedt een debat: wordt het een vijfde Visegradland, onder een nieuwe regering van de conservatief Sebastian Kurz met extreem-rechts? Ook de winnaar van de Tsjechische verkiezingen, Andrej Babiš, die Visegrad ‘een cliché’ noemt, zou moeten kiezen tussen oost en west. Slovenië en Slowakije zouden, zegt men, eveneens kleur moeten bekennen tussen Merkel en Orban.

Maar het is waarschijnlijker dat deze landen een eigen middenkoers gaan varen. Nu eens westers, dan weer oosters, Midden-Europees. Oostenrijk, Slowakije en Tsjechië hebben, onder socialistische regeringsleiders, de ‘Slavkov-triangel’ gevormd. De drie landen willen dichtbij Duitsland blijven. Ze leven ervan. Duitsland drijft de meeste handel met Midden-Europa, niet met China. Na Brexit worden Duitsland en Frankrijk dominanter in Europa. Wie invloed wil hebben, moet zich niet terugtrekken – zoals Polen en Hongarije – maar in de buurt blijven.

Dat is het mooie van Midden-Europa: het is van zichzelf, maar ligt toch overal in de buurt.