Column

De onmogelijke herinnering aan 1917

De gebeurtenissen in het Rusland van 1917 tussen de troonsafstand van de tsaar in februari en de staatsgreep van Lenins bolsjewieken in oktober tekenen de twintigste eeuw. Einde van een ouderwetse, autoritaire monarchie; begin van een moderne, totalitaire dictatuur. Voor het Westen: verlies van een militaire bondgenoot in de oorlog tegen het Duitse Keizerrijk, vroege confrontatie met een ideologische rivaal en zelfverklaard baken van rechtvaardigheid.

Het is niet niets. Toch is Rusland niet door herinneringskoorts bevangen. Aan historisch besef ontbreekt het er niet; de overwinning op de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog wordt jaarlijks groots herdacht. Maar met de Revolutie weet men zich geen raad. Ten tijde van de Sovjet-Unie kon je ‘1917’ als geboorte vieren. Maar nu? Zoals een Franse Libération-verslaggeefster samenvat: „Lenin rust nog in zijn open grafkist in het hart van Moskou, terwijl de laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II, die hij liet executeren, inmiddels de rang van heilige martelaar kreeg.” Aan welke kant van ‘1917’ moet Vladimir Poetin zich opstellen?

Het Russische collectieve geheugen is verscheurd. Op de Oktoberrevolutie volgde een burgeroorlog met buitenlandse inmenging tussen ‘roden’ en ‘witten’ (1917-1922) die miljoenen levens kostte en velen in ballingschap dreef. Geen wonder dat Poetin voor de herdenking het concept ‘verzoening’ koos. Russia Today viel hem bij: „We zullen niet oordelen – maar terugkijken op deze grootse, ontzagwekkende bladzijde van onze geschiedenis.”

Een viceminister van Cultuur recent: „Het is niet het moment om schuldigen aan te wijzen; aan beide zijden van de barricaden streden helden voor hun idealen, voor de belangen van Rusland.” Maar een oproep tot verzoening is ook een oproep tot vergetelheid, tot zand over zeven decennia terreur. Niet iedereen is daar klaar voor.

Maar Poetins omgang met ‘Oktober’ zit ook om andere redenen klem. Zijn machtsuitoefening sinds 2000 staat ten dienste van orde en stabiliteit, na de ontwrichtende, ja ‘revolutionaire’ jaren negentig van liberale hervormingen, uitverkoop en corruptie onder Boris Jeltsin. Herstel van de orde vergt een beroep op de continuïteit van de Staat – tsaar en kerk incluis. De Lenin van 1917, die bij terugkeer uit exil nog politie, leger en ambtenarij wilde afschaffen, die het land op hoop van zegen in chaos stortte, is geen geschikt rolmodel. Vandaar dat Poetin zelfs wegblijft bij de officiële herdenking door de Communistische Partij op 7 november.

In het schitterende Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven (1874) onderscheidt Friedrich Nietzsche drie vitale vormen van historisch besef. Ten eerste de monumentale geschiedschrijving: uit de grote daden uit het verleden haalt de handelende, scheppende mens inspiratie en impulsen voor de strijd vandaag; denk voor Rusland aan Sergej Eisensteins heroïserende film Oktober (1927), besteld door de Sovjetstaat bij de tiende revolutieverjaardag. Ten tweede, zegt Nietzsche, de antiquarische geschiedschrijving, van familiekroniek en stadspoortromantiek, die eerbiedigt en koestert; denk aan de tsarencultus of de nostalgische bejaarden die nu nog bij Lenins mausoleum in de rij staan. En ten derde de kritische geschiedschrijving, die het verleden kapotslaat en rechtspreekt, die wil bevrijden – en waarvoor in het Rusland van vandaag geen plaats is.

De Oktoberrevolutie is voor de macht onbruikbaar. Dus resteert de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-’45 en moet Rusland steeds weer nieuwe nazi’s verslaan.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Onlangs verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa.